taaldacht.nl
ood
ood (m.) ‘lot, voorspoed, weelde’ Overgeleverde vormen Oudsaksisch ┼Źd ‘geluk’, Oudengels éad ‘bezit, rijkdom, welzijn, geluk’, Oudnoords auðr ‘lot, voorbestemming, weelde’, Bourgondisch *aud(s) ‘we…