belconlawblog.com
Soedan-saga: leidraad voor een terugzendende overheid - Belgian Constitutional Law Blog
Thomas Van Campenhout, Simon Verschaeve (master studenten, UGent), Pieter Cannoot (assistent, UGent), Jurgen Goossens (FWO postdoctoraal onderzoeker, UGent – universitair docent, Erasmus Universiteit Rotterdam) en Sien Devriendt (assistente, UGent) Op 22 december 2017 vroeg de federale regering het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) een onderzoek te voeren om na te gaan of de terugzending van tien Soedanezen, die niet beschikten over een geldige verblijfstitel, naar Soedan in strijd was met het non-refoulementbeginsel zoals vastgelegd in artikel 3 EVRM. Aanleiding hiertoe was een rapport van het Tahrir Instituut met enkele getuigenissen van teruggezonden Soedanezen die wezen op foltering en/of onmenselijke behandeling. Het langverwachte Soedan-rapport werd op 8 februari 2018 door de regering ontvangen en al snel berichtten de media over een gedeeltelijke ‘overwinning’ voor de regering en in het bijzonder voor staatssecretaris voor asiel en migratie Theo Francken. Toch trekt de oppositie andere conclusies uit het rapport, namelijk dat de Belgische overheid het door premier Michel geopperde ‘heilige principe’ van artikel 3 EVRM met de voeten treedt. Ook een rapport van Amnesty International was eerder al kritisch over de kwestie. In deze bijdrage zal worden nagegaan welke conclusies uit het Soedan-rapport kunnen worden getrokken. Daarvoor zal worden nagegaan welke verplichtingen een overheid moet naleven om het non-refoulementbeginsel te respecteren wanneer zij vreemdelingen uitwijst en het land uitzet .