zwarte-zee

1 maart. Premier deelrepubliek Krim vraagt Poetin om hulp

De premier van de Oekraïense deelrepubliek Krim, Sergej Aksjonov, heeft de Russische president Vladimir Poetin om hulp gevraagd om de veiligheid op het schiereiland te waarborgen. Aksjonov is pro-Russisch, en in zijn deelrepubliek wonen veel etnische Russen. In Oekraïne is echter onlangs een pro-Europese, anti-Russische coup uitgemond in het aftreden van president Janoekovitsj. Russische troepen zouden al actief zijn op de Krim om hun belangen te beschermen. Oekraïners reageren woedend op deze Russische inmenging in Oekraïense zaken.

De Krim, bekend van de gelijknamige oorlog van 1853 tot 1856, waarin Rusland werd verslagen door een alliantie van Frankrijk, Groot-Brittannië en de Ottomanen, is al tijden een heet hangijzer in de Russisch-Oekraïense relaties. Hoewel het schiereiland een overwegend Russische bevolking heeft, schonk Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov, met Oekraïense roots, het in 1954 aan de deelrepubliek Oekraïne.

In de tijd van de Sovjet-Unie had deze toewijzing niet heel veel betekenis, maar na de onafhankelijkheid van Oekraïne in 1991 woonden vele Russen plotseling in een vreemd land. Het zelfde gold bovendien voor de Russische Zwarte Zeevloot in Sevastopol, in het westen van de Krim. De Russen verlengden vier jaar geleden de ‘huur’ van deze marinebasis tot 2042. Deze overeenkomst werd ondertekend door de nu naar de Krim gevluchte president Janoekovitsj.

Koffie en sigaretten

Ik sta voor de zwarte zee: ze ruikt naar koffie. Op de golven deinen gloeiende sigarettenkoppen als boeien in het water, keurig met de filters naar beneden. De lucht aan de horizon knippert en lijkt wat onscherp. Ik ben niet helder in mijn hoofd; het zeurt om nicotine. Ik wil rust. Niet dit gekwetter van meeuwen die niet als kwetterende meeuwen klinken, maar als typende managementassistenten die met ferme aanslagen willen laten weten dat zij het dichtstbij de baas zitten en…’Ik type sneller dan ik denk’, zei er laatst één, trots op haar veren – volgens mij die ene die naar zoet koekbeslag ruikt. Elke aanslag moedigt het kloppende bloed in mijn hoofd aan om nog harder op mijn hersenen in te beuken. Ik wil hier weg, verdomme. Ik wil hier verdomme weg! –  o, dat schreeuwde ik. “Je mag blij zijn dat je werk hebt, jongen. Is niet vanzelfsprekend. Kijk maar naar je neven.”, zegt mijn moeder terwijl ze van me wegvliegt. In haar kielzog volgen mijn neven met hun armen gespreid richting het nest. ‘Slappe jongetjes’, noemde pa ze vroeger. En dat zijn het ook. Ik wil mee, maar mijn voeten steken vast in de as. Misschien kan ik zakken als de as gelei zou zijn. En nu zak ik weg – zou ik dit kunnen eten? – in…Kukelukuuuuuuuuuu. Telefoon. Kukelukuuuuuuuuuu. Verdomme. Kuu… Waar ligt die aansteker?