wielersport

'Doping nog aan orde van de dag in wielersport'

‘Doping nog aan orde van de dag in wielersport’

Er heerst vandaag de dag nog altijd een dopingcultuur in de wielersport. Dat is één van de vele conclusies van de commissie CIRC, die in opdracht van de UCI onderzoek deed naar de dopingproblematiek van de laatste decennia. Maandag brengt de UCI het rapport naar buiten.

De CIRC sprak met 174 mensen van binnen en buiten de wielersport. De getuigenverklaringen, waarvan er 39 anoniem waren, leverden…

View On WordPress

Watch on rosatijssen-student.tumblr.com

[VIDEO] Een samenvatting van de 99ste editie van Luik-Bastenaken-Luik. In de slotfase springt Daniel Martin naar Joaquim Rodríguez toe. Hij demarreert voor de laatste bocht en komt solo over de meet.

LIST EN BEDROG OP DE KAART (MAAR GELUKKIG OOK BERGEN)….

Over waarom de wielersport ondanks de doping toch mijn sport is en blijft.

Het wielerseizoen 2013 is alweer begonnen, ver weg weliswaar, maar ik verheug me toch weer op de eerste beelden op TV en dat ondanks het feit dat deze sport zijn geloofwaardigheid weer helemaal opnieuw moet zien te vinden. Ik kan me geen andere sport voor de geest halen waarvan haar image zo radicaal is ingestort als de wielersport. Natuurlijk, doping is er altijd geweest en zal er ook altijd blijven, maar misschien vanaf nu wel in een meer ‘positieve’ (sic) zin, al is het maar als ‘gif’ van de nieuwe generatie om te tonen dat het ook zonder kan….alhoewel ?

Ik volg de wielersport al sinds m’n jeugd. Ik kan me nog herinneren hoe ene Gerrie Knetemann als jong talent in Valkenburg langs flitste om zijn eerste Amstel Gold Race te winnen. Dat was 1974 en sindsdien ben ik in de ban van het wielrennen. Later zag ik Jan Raas onwaarschijnlijk (?) te keer gaan in die koers door hem 5 keer te winnen.

In 1982 ging ik met mijn ouders voor het eerst langs de route van de Tour de France staan. Onvergetelijk, aangezien ik toen fan was van Peter Winnen en in de eerste de beste tour-etappe die we gingen bekijken (de 17e rit naar Morzine) hij samen met Johan Vandevelde als kopduo ons passeerde op de laatste col van de dag, de Joux-Plane. Prachtig natuurlijk, maar ik zag toen al dat er iets niet klopte, vooral bij de ‘achterblijvers’ van het peleton. Grauwgrijze gezichten, zombies bijna die werkelijk ademloos langs je fietsten met de blik op oneindig. Toen begreep ik al dat je een Tour (of wat voor een grote, meerdaagse ronde dan ook) niet kon rijden op alleen pasta’s en biefstuk. Al was je nog zo getalenteerd als renner, er was méér nodig dan alleen verzorging. En dat ging de geschiedenis ook aantonen.

Ik herinner me de ‘intrapalid’ affaire bij de PDM ploeg eind jaren ’80, dit was volgens mij de eerste tekenen dat er binnen een wielerploeg gestructureerd en georganiseerd ‘verzorging’ plaatsvond. Die ploeg was ook TE succesvol, de prestaties van de ‘glimmer’-twins Rooks en Theunissen bleken achteraf dan ook aardig besmet. En nu blijkt in de nasleep van de ‘grote val’ veroorzaakt door Armstrong (waarover meer) dat dit ook daadwerkelijk plaats heeft gevonden: uit het notitieboekje van een verzorger van de PDM ploeg is gebleken dat elke renner (met uitzondering naar het schijnt van Gerrie Knetemann) doping werd toegediend in de Tour. We praten dus nog over de jaren 80 ! Georganiseerd gebruik, maar nog geen goed georganiseerde jacht op de dopingzondaars. Maar wie zijn dat ?

De jaren 90 waren de start van het EPO-tijdperk, het magische goedje waardoor je een turbo kon laten aanslaan. En opnieuw bleek de wetenschap wel aan de voorkant te werken, bij de renners, maar nog niet echt bij de officials en controleurs achteraf. Of was er toen toch al sprake van belangenverstrengeling ? De jaren 90 bracht naar mijn idee de wielersport ook in de greep van de mondialisering. De UCI wilde de sport over de hele wereld promoten. Met wedstrijden op andere continenten werd de europese basis verlaten. Wellicht heeft ene Greg Lemond, als eerste succesvolle Amerikaan, hier ongewild een rol in gespeeld. Mondialisering betekent niks anders dan de zucht naar macht en dus geld. Hier ontstaat een interessant fenomeen, niet alleen de renners zijn schuldig aan het doping probleem, het zijn nu ook de overkoepelende bond en de sponsors die de mist in gaan.

List en bedrog zijn kennelijk menseigen handelingen om het ultieme doel te bereiken: status, macht, aanzien en …geld. Een profrenner heeft maar zo’n jaar of tien om echt financieel te oogsten. Binnen die termijn moet zijn kostje voor de rest van zijn leven gekocht zijn. Maar ook de officials, de bestuursleden van de wielerbonden en de sponsoren vaarden wel bij de ‘turbo-boost’ die de wielersport kreeg in de jaren 90. De pogingen om de EPO daadwerkelijk onder de knie te krijgen waren maar halfslachtig omdat er dus ook eigen belang bij speelde. Zelfs de ‘wetenschap’ kon naar hartelust experimenten op de mens.

En dan verschijnt ene Lance Armstrong op het toneel. Zijn verhaal is uitgebreid bekend, hij bracht het dopingprobleem spreekwoordelijk naar Hollywood. Zijn visie op deze sport werd van ‘big’ naar megalomaan. En dus dienden de praktijken eromheen ook mee te groeien. Het dopinggebruik werd nu voorzien van nog nooit vertoonde maffiaanse praktijken: omkoping en bedreiging. En de UCI (lees Hein Verbruggen) deed braaf mee. De belangenverstrengeling werd nu verstikkend voor de sport, het kon niet lang meer duren voor de bom zou ontploffen. En dat is nu gebeurd.

Nu terug naar waarom ik de wielersport toch altijd een warm hart blijf toe dragen. In de loop van de jaren ben ik steeds meer gaan inzien dat het mij steeds minder gaat om de winnaars maar om de beelden, de film met de poppetjes erin. Een film die zich in prachtige en fascinerende landschappen afspeelt, waar heuvels en bergen voor een bijna Lord Of The Rings-achtige mythische ervaring zorgen. Niet het doel, maar de reis is ook hier weer van toepassing. Al van het begin was ik geboeid door de parcoursen die de renners moesten afleggen. De hellingen en cols uit de Tours werden door mij allemaal op kaart bezocht, urenlang kon ik fantaseren over hoe de kronkelweggetjes op de gele Michelin kaarten er in werkelijkheid zouden uitzien. Hoe het zou zijn om zelf deze bochten te nemen en hoe het zou voelen om de steile hellingen te beklimmen op je eigen fiets. In 1981 werd de fantasie voor mij werkelijkheid door de Ballon d’Alsace te beklimmen, een jaar later gevolgd door de eerste Alpen-cols Col de la Colombiere en de al eerder genoemde Joux-Plane. Dit is de meest essentiële dimensie die de wielersport mij brengt, het zelf omhoog fietsen van de hellingen (ardennen, Luik-Bastenaken-Luik, Waalse Pijl) en cols die de profs in hun wedstrijden ook nemen. En daarom grijp ik nu, anno 2013 toch weer naar de kaart, of zelfs in deze moderne tijden naar de producten van Google (Maps en Earth), om de etappes van de Giro, de Tour enz. te bekijken, te analyseren en te mijmeren over hoe de film er uit zou zien…. Ook straks in mei als de Giro zich weer in mijn theater afspeelt en ikzelf een deel van het decor mag worden.

Een ode

door Sander Martijn Baart // Soigneur



Mijn eerste Soigneur ode, waar te beginnen..

Uren kan ik er over mijmeren, over het beuken op de pedalen, het bikkelen over de kasseien en het afzien op flanken van wederom een beruchte col en dat voor een jong broekie zoals ik.

Hoewel ik uren kan praten over wat er allemaal is gebeurd binnen de wielerwereld de afgelopen weken en maanden ga ik dat niet doen..
Ik kan het hebben over bijzondere “transfers” ik kan het hebben over de ronden die er nu gereden worden in warme oorden waar naar mijn mening de nostalgie ver te zoeken is maar dat doe ik niet.

Keep reading

Nee, dit stuk gaat niet over de crosser Gerben de Knegt; dit stuk is een ode aan alle knechten. Aan alle knechten die hun eigen lichaam op het spel zetten voor hun leiders in het team. Aan alle knechten die hun ballen eraf rijden voor zijn kopman die 8ste wordt in de massasprint van de ronde van Monnikendam. De laatste jaren is de discussie opgelaaid over “de knecht” van Sinterklaas. Het woord knecht is denigrerend en discriminerend. Ieder mag daar het zijne van vinden, maar het woord knecht heeft in het peloton een hele andere lading. Het “knechten” wordt vaak onderschat en deze harde werkers verdienen meer aandacht.

Dagenlang op kop ploeteren van het peloton, dagenlang de kopman uit de wind houden zodat deze energie kan besparen, dagenlang eten en drinken halen en dan weer het gehele peloton voorbij racen, op naar de kopman om hem het eten en drinken te overhandigen. Wij, liefhebbers van de wielersport, hebben respect voor ‘de knecht’, maar de meeste wielervolgers niet. Dit aspect van het wielrennen wordt namelijk te weinig aan het licht gebracht tijdens televisie-etappes. De cameraploegen zien alleen de valpartijen, demarrages en pechgevallen. De meeste wielervolgers die zien alleen deze aspecten en vragen zich vaak af waarom er zoveel renners meefietsen die in hun ogen niets doen. Niets doen? Rijd jij maar eens 200km in dienst van iemand die na jouw harde werken alleen de laatste 200meter moet werken en dan ook nog eens 8ste wordt.

De “knecht” wordt zwaar ondergewaardeerd en verdient meer aandacht. Elke koers zou een prijs in het leven moeten brengen voor “de knecht”. De renner die het meest op kop rijdt van het peloton, die het vaakst eten en drinken haalt en die zijn kopman het meest kan beschermen, hoort die etappe een prijs te verdienen. Deze prijs zal de rest van de wereld laten zien dat deze renner van waarde is, dat deze renner even belangrijk is als zijn kopman.

“De knecht” is in het peloton meer dan de onderdaan. Deze renner is even belangrijk als elke kopman. De knechten verdienen geen UCI-punten door het helpen van hun kopman, door kilometers op kop van het peloton te sleuren en door eten en drinken te halen. Nee, zij stellen hun kopman in staat om deze punten te verdienen en alle aandacht naar zich toe te trekken. Toch is één van de regels om een WorldTour team te formeren dat er een bepaald aantal punten behaald moet zijn door de renners. Een knecht behaalt geen punten en is dus afhankelijk van de goodwill die hij, hopelijk, gekweekt heeft bij zijn kopman.

Ik stel voor: Stel een objectieve driepersoonsjury aan bij elke koers. Laat deze jury uitsluitend kijken naar de activiteiten die zij voor hun team uitvoeren en beoordeel dit met punten. Maak een klassement over het hele seizoen, voor alle koersen, tel de punten bij elkaar op en de eerste 20 “knechten” van het jaar verdienen een x aantal WorldTour punten voor zichzelf.

De knecht is de kopman!