voorbijganger

Lunchtijd-overdenkingen: Op straat is men zijn eigen kunst

Een man loopt in slechts een korte broek en grijs dun t-shirt langs mijn bankje op. Het is 10 graden buiten, er staat wind en om de vijf minuten valt er regen uit het grijze wolkendek. Ik zit op een plein omringd met cafés, steakhuizen en trambanen. Vrijwilligers voor een of ander festival doen hun best een enquête af te nemen bij voorbijgangers die daar duidelijk geen zin in hebben. 

‘Hoi, ben je Nederlands?’ een van hen komt voorzichtig naar me toe lopen, alsof ze bang is dat ik weg zal vliegen als ze onvoorspelbaar beweegt. Ik glimlach haar toe en vertel dat een van haar collega’s al iets bij me heeft afgenomen. Ze verontschuldigd zich meteen en verdwijnt weer. 

Mijn wereld bestaat deels uit het plein en deels uit blonde plukken haar die ik  naar achter had kunnen binden, maar soms is je eten iets belangrijker. Net als ik en hap wil nemen schuifelt er een kudde mensen langs. Stuk voor stuk in dikke jassen gestoken, mutsen met toeristische slogans zijn diep over hun oren getrokken en de puntjes van hun neuzen zien rood. Mijn gegrinnik verstop ik in het broodje. 

Als ik alleen nog kruimels overheb klopt ik mijn handen af op straat: voor de vrolijke duifjes. De lucht begint weer te lekken en in de kleine tijdscapsule van mijn capuchon stel ik mijn vragen.  Waarom moet het zo moeilijk zijn om te accepteren dat de een het koud heeft en de ander warm? Dat de een dit gelooft, en de ander dat?  Al deze verschillende nationaliteiten, lichamen, zieltjes; al deze mensen bij elkaar en we kunnen elkaar niet begrijpen?

maar soms voelt het veiliger snapt ge? Veiliger om liefde te vinden in de lege bierflesjes op tafel dan in de ogen van een voorbijganger. want terwijl gij de flesjes tevergeefs probeert te tellen, denkt ge niet aan hoe lastig het morgen weer zal zijn. ge komt mensen tegen die u vertellen dat ge niet bang moet zijn om geliefd te zijn & dat ge best wel wat gelukkiger zou mogen zijn. Precies of ze niet lijken te weten dat ge zo’n angst niet alleen kunt overwinnen & geluk niet altijd een keuze is. mensen vinden het ‘mooi’ hoe gij nooit iemand nodig lijkt te hebben maar vergeten dat iets wat lijkt vaak een grootte leugen is. want misschien zijt gij gewoon bang & waarschijnlijk is die misschien hier overbodig. want ge zijt bang. bang om iets toe te laten wat ge al uw hele leven hebt weten te missen. bang om uw kwetsbaarheid te tonen. bang om de huid te laten zien die gij altijd al hebt beschadigd, want terwijl sommige enkel witte lijntjes achterlaten, druppelt er uit andere nog rode vloeistof. bang om te vallen (voor iemand) & niet langer het meisje achter de grote muren te zijn. bang om niet alleen te vallen, wetend dat ge vanaf dan nooit meer alleen zult zijn. 

bang om te weten dat ge dit gevoel uw hele leven al hebt ontweken. 

De dingen die ik Lena vertelde te doen

Houd op je te verstoppen achter de kaften van boeken
namen van mannen die al decennia lang dood zijn,
verf je haren, stift je lippen rood, plak glitters onder je ogen,
eet geen vlees meer, koop alleen nog maar tweedehands kleding,
doe in elk geval alsof je gelooft in wie je bent,
sla de maandagen over en jank om dode huisdieren,
om beatlesliedjes of de gravures van steden in het gezicht van je oma,
ga uit en zoen drie jongens op een avond, breek een hart,
breek je eigen hart,

word dronken of blijf heel erg nuchter in straten die zichzelf verliezen,
verdwaal, stamp in versgevallen sneeuw, lik bevroren lantaarnpalen,
steek je bebloede tong uit naar voorbijgangers,
wees onzeker, bijt je nagels af, ruk behang van de muren,
maak al je foto’s in zwart-wit en
leer dan pas gedichten uit je hoofd,
vertel iedereen dat je beter kunt schrijven dan: Couperus, Mulisch, Grunberg,
schrijf vervolgens nooit iets, schreeuw tot je keel ruw en rauw is-

(Ze las een boek over Spinoza, zei dat ze zo op haar buurjongetje moest passen, zette nog thee voor me en vroeg of ik meeging eendjes voeren in het park.)