voorbijganger

Wat wil je liever: een lekkernij of even spelen? Die vraag stelde presentator André Kuipers aan willekeurige voorbijgangers. De meeste mensen kozen voor spelen en storten zich vol overgave in een kussengevecht. Want spelen is leuk en voelt lekker. Daarin onderscheiden mensen zich niet van dieren: chimpansees verkiezen ook zeven op de tien keer spel boven eten.

André Kuipers sprak met vooraanstaande onderzoekers op het gebied van spelen om te ontrafelen waarom dieren zoveel tijd en energie steken in spel.
Spelen blijkt belangrijk voor het ontwikkelen en het flexibel houden van het brein; het voorkomt dat je geest vastroest.

De Kennis van Nu onderzoekt in deze uitzending: Wat gebeurt er in een spelend brein? Hoe herkent een dier het verschil tussen stoeien en vechten? Waarom moeten we ook als volwassenen blijven spelen? Kan spelen een medicijn zijn? En hoe speels is André Kuipers zelf eigenlijk?

Ontmoet schrijver Lukas Simonis

Jij bent Lukas Simonis. Vertel.
Ik ben geboren in Rotterdam, alweer enige tijd -sinds zo ongeveer 1983- actief in de kunsten, voorwaarts in alle richtingen, voornamelijk als muzikant/podiumkunstenaar maar ook in de schrijverij, als radiomaker en als organisator. En ik ben één van de oprichters van Worm Rotterdam.

Jij bent geboren getogen Rotterdammer. Je hebt een haat/liefde verhouding met de stad. Leg eens uit.
Een stad is gewoon een plek waar mensen wonen. Blijkbaar gaan aan zo’n plek na verloop van tijd bepaalde eigenschappen kleven. Maar. Het Rotterdam van april 1940 is een volkomen andere stad dan het Rotterdam van mei 1940 wat weer een volkomen andere stad is dan het Rotterdam waar ik ben opgegroeid wat weer volkomen verschilt van het huidige Rotterdam.
Rotterdam is een stad van voorbijgangers. Rotterdam heeft geen geheugen. Dat wordt ook vaak als ‘unique selling  point’ genoemd. Je kan hier gewoon van alles slopen en er weer iets nieuws voor in de plaats zetten. Conceptueel gezien heb ik daar ook niets tegen, alleen jammer dat het net de stad (plek) moet zijn waar ik ben opgegroeid en bijna mijn hele leven woon. Ik heb namelijk wel iets met geschiedenis en collectief geheugen. Ik zie Rotterdam dan vooral als zwart gat waar de ‘enorme energie’ zich vooral in vorm-experimenten uit. Stadsplanning, stedebouw, architectuur maar ook vormgeving in welke discipline dan ook. Rotterdam is kortademig maar erg snel op de eerste meters.

Wat vind je het mooiste aan de stad?

De haven!

Je ontwikkelt een toneeltekst voor De Tekstsmederij Rotterdam op 29 maart in Hotel New York. Wat is je insteek voor de tekst?
Het wordt een burleske die zich afspeelt vlak voor de oorlog in Hotel NY & Katendrecht waarbij allerlei gebeurtenissen hun schaduw vooruitwerpen maar niet als zodanig geïnterpreteerd worden.

Klinkt spannend. Je wordt in het schrijven begeleid door Jolanda Spoel. Waar zie je het meest naar uit in gesprekken met haar?
Ik kijk naar haar perceptie op mijn teksten. Ik verheug me op een discussie.

Wat verwacht je van De Tekstsmederij Rotterdam de 29e maart?
Ik ben niet zo’n verwachtingsvol mens, maar ik ben zeer benieuwd waar iedereen mee gaat komen (dus; de andere schrijvers) en tot welke podium manifestaties dat gaat leiden.

Waar zie je het meest naar uit in dit traject
Naar de discussie over wat een goede toneeltekst is. Dat is wat mij betreft een discussie die voorbijgaat aan doelgroeperij, genre en discipline.

Nog een laatste hartenkreet?
Koopt allen biologische producten!

Loveseat

Ik eet wel eens, tijdens mijn lunchpauze, mijn boterhammetje op een bankje op een pleintje voor een bedrijfspand. Het bankje,door genoemd bedrijf geplaatst op dit plein, is openbaar. Iedereen mag daar zitten; klanten, werknemers, voorbijgangers, bezoekers. Een bankje, frisse lucht, eenieder die daar gebruik van mag maken. Ik zeg Julie Andrews, ik zeg groene alpenweiden, ik zeg the hills are alive. Mooier bestaat toch bijna niet.

Mits men zich aan de algemeen geldende fatsoensnormen houdt uiteraard. Nu is ‘algemeen geldende fatsoensnorm’, het woord ‘algemeen’ verraadt het al een beetje, een ruim begrip en ik heb eerlijk gezegd geen idee of ergens in een fatsoensnormenarchief een notitie is gemaakt van de definitie van deze term. Het kan van alles zijn. Ik zou zeggen: niet zitten schreeuwen en de geslachtsdelen netjes opgeborgen houden, maar dat is voor iedereen weer anders natuurlijk. We zijn ‘allemaal individuen’ hebben allemaal ons ‘eigen referentiekader’ en daardoor onze ‘eigen normen en waarden’ zo horen wij geregeld van de heren en dames trainers/coaches/nlp-specialisten/mindfulness-begeleiders.

En zo is het ook! Ik ging eens nadenken over mijn referentiekader en ik kwam erachter dat, indien ik het voor het zeggen kreeg in de omgeving van dit bankje, bijna niemand het nog leuk zou hebben. Ik zou bellende hyper-meisjes op de no go-lijst plaatsen, vrouwen met een parfumbehoefte in een hoeveelheid die niets meer met ‘een hint’ te maken heeft, levensvermoeide, onderuitgezakte types die iedereen overal de schuld van geven en opvoeders die denken dat het gehoor van hun kind opeens is uitgevallen wanneer ze hun pedagogische instructies schreeuwen. Kortom: ik zou het voor heel veel mensen verpesten rondom dit bankje als de voor mij geldende fatsoensnormen van kracht waren. Ouwe baasjes die beginnen over ‘Vlak na de oorlog zat hier een sigarenfabriek’ zijn meer dan welkom overigens.

Dus het gaat een beetje op gevoel. ‘Samen lossen we het op’ zouden de marketingmensen ervan maken. Ikzelf werk ook mee aan de instandhouding van deze betamelijkheid. Zo probeer ik tijdens het eten van mijn bammetje niet al te veel geluid te maken en ben terughoudend in mijn gangbare aanraakbehoefte. Ik ben zo iemand die dwangmatig vaak schouderklopjes uitdeelt. Het gaat automatisch. Ik heb losse handjes van het goede soort. Wanneer je mensen hoort over ‘Man, ze is wel aanrakerig hè’ gaat het over mij. Ik ben al aan het minderen.

Dus geef ik de mevrouw die naast mij plaatsneemt geen schouderklopje. Dat hoort niet rondom dit bankje heb ik bedacht. Geen onbekende zomaar aanraken; check. En op het moment dat ik haar sigarettenrook langs de binnenzijde van mijn neusvleugels voel stromen en deze een wedstrijdje ‘wie het eerst het genotscentrum van Ieke’s hersenen bereikt’ aanvangt met mijn boterham, voel ik helemaal geen behoefte meer om deze mevrouw te omarmen.

Ik kijk om - de bankjes staan opgesteld in een creatieve loveseat-achtige setting – en zij perst net een wolk vervuilde luchtdeeltjes tussen haar lippen door de atmosfeer in. Er komt nog een mevrouw bij. ‘Oh je zit te eten, dan ga ik wel even daar verderop zitten.’ kraakt ze. Had ze het tegen mij of was het een verkapte boodschap aan de rookster aan mijn andere zijde? Hoe dan ook; volgens de fatsoensnormen van deze vrouw is het zo dat, wanneer ik de hele dag met een boterham in mijn mond rondliep, zij er hoogstpersoonlijk voor zou zorgen dat ik niet in haar rook zat. Aardig, ik moet nu alle zeilen bijzetten om mijn schouderklopjesdrang in te tomen. Dat ik, ook al is zij twee meter verderop gaan zitten, evengoed in nevelen gehuld ben, want ja, rook is dan toch een verbluffend flexibel goedje in ons winderige landje, laat ik maar zo.

Wanneer ik een paar weken later weer op de loveseat plaats wil nemen, zie ik dat er door het bedrijf een bordje naast is geplaatst: ‘Voor rokers’. Zo, mijn fatsoensnormvaagheidsvraagstuk is ook weer opgelost. Het is bepaald. Het kan maar beter duidelijk zijn.