vliegende

Amazon ontwikkelt vliegende pakketjesrobot

Amazon ontwikkelt vliegende pakketjesrobot

Visionair.nl:

Vliegende robots, drones, rukken steeds meer op.
De vervolgstap kon niet uitblijven. Internetgigant Amazon.com liet deze drones ontwikkelen om het bezorgen van pakketjes drastisch te vereenvoudigen. in 2015 zullen de eerste bestellingen per…

View Post

10

We had a fun valentines day at Efteling. (not that we went cause it was valentines day) It was really nice. Lines were so short we did nearly everything at least twice (or more..)
And had a quick tour of the fairytale forest. (and Vargs incredibly cute picture omg)

Our most horrible onride photo XD and ofcourse Varg had to pose with the dragon we slayed twice that day.

We got ice cream at Polle’s, for free cause of valentines day.. :o That thing was massive!! Much cuddos to the staff @ The efteling for making that happen.

(And seeing the new rollercoaster being build was so impressive.. That thing is huuuge and hiiigh D: I cant waaaaiit)

FC Wacker Innsbruck voor meer foto’s zie Twitter @vliegendekeeper #groundhoppen #groundhopping #innsbruck #wackerinnsbruck #football #stadium #streetart #graffiti #groundspotting #bundesliga #austria #wacker photo by vliegende_keeper - Transforme seu Tumblr em uma loja online, saiba como em ShopMyTumblr

10

De negende etappe

De Koog - Ecomare - De Cocksdorp - Vuurtoren - De Koog

In de ochtend naar het strand bij De Koog alwaar de skumkoppe op de golven stonden.
Vervolgens naar Ecomare, waar ik Quinten van Katwijk, commissielid namens GroenLinks in de gemeenteraad van Texel, ontmoette. Wat is Ecomare toch een geweldig instituut! Het draagt op zoveel manieren bij aan bewustwording op natuur en milieugebied, Quinten levert daar als hoofd van de educatieve dienst een prachtige bijdrage aan. De nieuwe walvis tentoonstelling was erg mooi, met wat ik vliegende vinvissen noem. En verder natuurlijk…. Zeehonden!!!
Na de lunch stopte het gelukkig met regenen en kon toch nog de expeditie naar het Noordste van Noord-Holland doorgaan. De vuurtoren op het puntje van het eiland, qua lengtegraad het hoogtepunt van Noord-Holland. Na het beklimmen van de toren bleek zelfs dan de bakfiets nog te zien.
Op de weg terug naar De Koog gingen we via de duinroute en vingen zo een mooie blik op de Slufter. Als een tijdloos schilderij.

43 kilometer gefietst

Tussenstand 410/1000 kilometer

Valkenburg wordt geen testlab voor drones

Valkenburg wordt geen testlab voor drones

De kans lijkt niet groot dat Valkenburg (Zuid-Holland) een testomgeving wordt voor vliegende of rijdende drones, meldt minister Blok van Wonen en Rijksdienst, mede namens zijn collega’s van EZ en I&M…

Het Belmewel-Register, de tool waarmee de consument leveranciersrelaties kan beheren, geeft marktinformatie van andere newsfeeds door.

Voor het originele artikel Valkenburg wordt geen testlab…

View On WordPress

2

Hier zie je de klas met onze supervliegtuigen: een menselijke ufo, de gepimpte gocart met vleugels, de vliegende rugzak en een enorme zeppelin, gevuld met ballonnen. Je kan op de foto gelukkig nog dit laatste werk in zijn geheel zien, enkele seconden erna scheurde hij door een krachtige windstoot open… Maar wat een pracht van een zicht hadden we toen… :)


  •  De foto’s van de volledige carnavalstoet kan je hier vinden.
  • De link naar de blog van ons schoolproject ‘KunsTsnuk’. 
De Jan kwam vet naar huis

Op de dag dat Jan Vet in Peenemünde grote hoeveelheden kreeft, amandeltaart en wodka had aangesleept voor het verjaardagsfeest van Oberst Johannes Miese, waren in de Schilderstraat twee vliegende bommen in geslagen. Hij had er van gehoord. Suzy schreef dat er een hele hoek weg was, ze had drie armen, een been en een lijf zonder kop gezien. En ze zei dat ze aan hem had gedacht toen de politie hen naar de schone nieuwe turnzaal van Sint Lievens had gebracht. Daar werkte de spoelknop van de wc’s wel. Ze heeft daarna niets meer van zich laten horen. De eerste keer doet zoiets nog pijn, daarna is alles déja-vu.

Tussen de kraters stonden drie huizen, waarvan alleen het middelste nog bewoonbaar was. Aan de overkant op de dorpel van zijn schrijnwerkerij zat Georges Lathouwer met de handen op zijn knieën. Toen Vet de sleutel in het slot stak, riep hij: ‘hé Jeanke, ge zijt nogal verdikt.’ Bij de Van Schoonbekes waren alle pannen van het dak geblazen en een gapende barst had de gevel in diepe overpeinzingen doen verzinken. ‘Ze zitten in Frankrijk’, riep Lathouwer. ‘Alleen hun jongste hebben ze hier gelaten. Op het kerkhof.’

Vet wilde de deur openduwen, maar ze zat muurvast in de hengsels. De zon prikte in zijn ogen en het stof in zijn keel. Zijn oren begonnen te suizen, alles verdween in een hoge fluittoon, tot ook die stopte en hij niets meer hoorde. Of was dat een knal? Hij had zich van het station naar hier gehaast, maar vroeg zich nu af waarom. Er stak een pak post uit de brievenbus, een paar brieven lagen, vergeeld en gebekt van de regen die weer was opgedroogd, voor de deur. Met zijn schouder stond hij tegen de deurstijl, keek naar de overkant en liet zich dan zakken.

Hij had misschien iets gehoord van Jean Emmekens, zei Lathouwer. Naar ’t schijnt hadden ze in een Duits kamp zijn pietje afgezaagd en gevoeierd aan de varkens. En hij klopte zijn pijp uit tegen de muur. De as en het bruine gruis wreef hij met zijn voeten open tot ze vermengd waren met het stof op het trottoir. Vet raapte de brieven op en begon ze een voor een open te scheuren. Een stapeltje gas en elektriciteit, een wenskaart van de Federatie van Architectenverenigingen. Gelukkig 1945. Administratieve hardnekkigheid en onverbeterlijk optimisme, begin met die twee maar te bouwen.

Jean zat bij hem in de trein naar Keulen. Ze sliepen op stro en aten een hele dag niets. De hitte was ondraaglijk. Een man met een grijze stofjas gaf hen af en toe te drinken uit een veldfles. Wanneer hij de fles aanreikte, mompelde hij luid en onverstaanbaar een zin die voor een waarschuwing moest doorgaan. Door een kier in de deur zag hij het licht langzaam wegkwijnen. Jean was ingedommeld. De trein had vreselijk geschokt en hij wist zich geen houding te geven in het stro. Ze hadden er zeker acht uur over gedaan tot de grens. Bij het Akense gehucht Bildchen waren ze blijven stilstaan. Jean z’n neus, waarvan de punt tot aan zijn bovenlip reikte, trok zich in dikke rimpels bij elke ademteug.

Toen hij wakker was, probeerde hij een brief te schrijven aan zijn vrouw, maar de punt van zijn pen brak af bij Liefste Susanne. Ze waren niet weg geraakt, omdat hun oudste een toeval van vallende ziekte had gekregen. Jean vertelde het opnieuw, met zoveel vuur, alsof hij er nog iets aan kon veranderen. Toen het verhaal uit was, sprong hij overeind. Hij moest vreselijk dringend naar’t huiske. Wanhopig begon hij aan de deur te snokken tot hij een opening van twee handen breed had.

Hoewel hij geen gerucht had gemaakt bij zijn landing op de scherpe stenen had een groepje soldaten dat de trein bewaakte hem opgemerkt. Vet, verstijfd van angst, kon door de deuropening alleen maar toekijken hoe een Duitser Jean achternazat in de berm. Hij kreeg een bajonet in zijn kuit en toen hij luid kermend in zijn broek deed, pakte de verhitte Fritz zijn Lüger, riep ‘Du Schwein’ en maakte hem af met een nekschot.

‘Dat van zijn pietje hebben ze er dus bij gefantaseerd,’ antwoordde Lathouwer, terwijl hij zijn pijp stopte. Vet scheurde nog een brief open. Hij was geconvoceerd op het stadhuis. Aan alle architecten op het grondgebied wordt gevraagd dat zij zich zouden vrijmaken voor een bijeenkomst ten behoeve van het overleg over de grote wederopbouw van de wijken. Ondertekend, de burgemeester. Wat zou het? Krabbelen op een tabula rasa. Schone leien verdragen geen kladversies. Hij wist hoe het zou uitdraaien. We zullen de waanvoorstelling van onszelf in het verleden weer helemaal uitwonen. Trapgevels zonder hoogste schavot. Boerenromantiek vereeuwigd in taaie wetten. De glorie van de goedkope eengezinswoning die de ruimte in dit land voorgoed zal opeten. Tot er alleen nog losse, met linten van baksteendroefenis aaneengeplakte, morzels gronds overblijven. Hij keek naar de verwoesting in zijn straat en veegde het zweet van zijn voorhoofd.

Op een gegeven moment had Miese hem bij zich geroepen. ‘Wir bombardieren heute Antwerpen’, had hij Vet veel te luid en triomfantelijk toegefluisterd. Hij veegde de cocktail van speeksel en wodkaspetters uit zijn oorschelp, liep naar de bar en ging gewoon door met glazen spoelen. Voorzichtig zette hij ze omgekeerd op een handdoek die hij op de toog had gelegd. Hij nam nog een reep chocola en schrokte die in die drie happen naar binnen. Het gebral verplaatste zich naar de deuropening, waar het uiteenviel in verre donderslagen, stemmen die zich over het plein verspreidden, elk onderweg naar zijn barak. Alle glazen waren afgedroogd. Het licht ging uit. Hij trok de deur toe en liep onder de ijzige sterrenhemel naar zijn strozak.

‘Ge moet u dat allemaal niet te veel aantrekken.’ Lathouwer stak zijn pijp aan en hij walmde een rookwolk uit die zijn van onverschilligheid opgetrokken wenkbrauwen even aan het gezicht onttrok. ‘Ge gaat er nog ne schone cent aan verdienen aan diene oorlog.’ Vet was overeind gekomen en schudde het stof van zijn ellebogen. Het stapeltje brieven klemde hij krampachtig in zijn rechterhand. ‘Salut’, riep hij tegen Lathouwer. Hij keek naar een tram die voorbij knarste en stak de straat over. Aan de kaaien begroette hem iemand door zijn hoed op te lichten. Hij stapte snel voort, tot aan de rand van de rivier. Meeuwen hingen roerloos boven het zilver kabbelende water, zijn elleboog stak puntig voor hem uit, het pakje tegen de borst gedrukt, de worp als koele matrijs van de omarming. Vet kreeg het koud als de brieven wit weg dwarrelden in de windstille namiddag, hij draaide zich om en besloot dat het tijd was om iets te gaan eten.

Air Force Un

Lang niet alle staatshoofden en regeringsleiders beschikken over een eigen vliegtuig. Maar als je een beetje wilt meetellen, als koning, president, premier, emir of opperste leider behoor je te komen aanvliegen in je eigen toestel. En, eerlijk is eerlijk, soms is dat best te begrijpen. Het beroemdste regeringsvliegtuig, de Amerikaanse Air Force One (er zijn twee identieke toestellen van het type Boeing 747 die zo heten), is een zwaar bewapend en beveiligd vliegend fort, annex hotel, waar de president met zijn staf doorgaans hard aan het werk is.

Vaak zijn regeringstoestellen niet meer dan peperdure dikdoenerij. De emir van Koeweit, bijvoorbeeld, heeft twee toestellen van het type Airbus 340, en bij Boeing wordt een 747-8 gebouwd, de nieuwste uitvoering van de jumbo. In de standaarduitvoering kost zo’n ding 300 miljoen euro, maar deze is ongetwijfeld aanmerkelijk duurder. De sultan van Oman heeft twee Boeing 747’s. Dat is natuurlijk nergens voor nodig, maar wie breed heeft, laat breed hangen.

Verdachter wordt het als je naar landen kijkt die het economisch minder voor de wind gaat. De president van Sri Lanka heeft een Airbus 330 en een Airbus 340. Tunesië heeft voor de president een Boeing 737, en er staan sinds de revolutie van 2011 een Airbus 340 in een hangar, die de regering probeert te verkopen. Turkmenistan heeft een Boeing 777 en een Boeing 767. Niger heeft een Boeing 737, Mongolië een Boeing 737 en een Boeing 767, Jordanië een Airbus 340-600 (type ‘prestige’) , en Bangladesh een Boeing 777 en een Airbus 310.

Daar zijn veel landen bij die vaak klagen over hun slechte economieën en grote armoede. De staatshoofden van die landen kunnen natuurlijk ook gewoon per lijntoestel vliegen, zoals Noorwegen, of er een charteren van een nationale luchtvaartmaatschappij, zoals het Vaticaan of Israël.

Het gekste verhaal is – hoe kon het ook anders – Noord-Korea. De opperste leider, Kim Jung Un, heeft ook een eigen vliegtuig, een Iljoesjin IL-62, gebouwd in de voormalige Sovjet-Unie. Het is een brandstof slurpend monster, en als je goed zoekt, kun je er een voor onder de 100.000 euro op de kop tikken. De Noord-Koreanen verspreiden regelmatig foto’s van Kim, in zijn ‘Air Force Un’, al kun je je afvragen waar hij het toestel voor nodig heeft. Want hij is vrijwel nergens welkom. En toch zien de Noord-Koreanen het als een wonder, want de vader van de opperste leider had vliegangst en reisde uitsluitend in een presidentiële trein.

En dan, natuurlijk, Nederland. Wij hebben onze roemruchte PH-KBX, een speciaal gebouwde Fokker 70. Het toestel is twintig jaar oud en kan zonder tussenstop hooguit 4.000 kilometer vliegen. Er is vaak gedoe over geweest – de koning gebruikte het toestel te vaak – maar het wordt best efficiënt gebruikt, door reizende ministers en hun adviseurs, en, als er plaatsen over zijn, ook dikwijls journalisten die de ministers vergezellen. Voor lange vluchten vliegen de koning en het kabinet gewoon met de KLM. We zijn, goedbeschouwd, best een beschaafd landje.

5

Tijdens onze projectweek ‘KunsTsnuk’ hebben we heel wat geleerd over Panamarenko: zijn leven, zijn kunstwerken en zijn inspiratie. De Kunstacademie van Zwevegem was bereid om ons een hele dag te begeleiden in het ontwerpen van een vliegend kunstwerk op basis van een (stuk) elektronisch toestel. Onze mixers, krultangen, tandenborstels,… werden prachtige vliegmachines. Dankzij de superuitleg, de mogelijkheden om als een echte ontwerper een schets te maken, die aan te passen, onderdelen aan toe te voegen,… kwamen er schitterende en creatieve resultaten. Dank je wel, team van de Kunstacademie, om ons zoveel tijd, ruimte en inspiratie te geven!


DEEL 1/6

Steven Defour over de tifo: 'Eerst moest ik eens lachen'

'Ik was wat nerveuzer dan anders, maar het ging wel', vertelt Defour over die tumultueuze Standard-Anderlecht van 25 januari, waarin hij met rood naar de kleedkamers verdween. ‘Alleen voelde de arbiter de match niet aan. Hij was onvoldoende psycholoog. Ik heb gewelddadiger clásicos gespeeld, Benfica-Porto bijvoorbeeld, met vliegende tackles en rode kaarten, maar de scheids voelde die aan. Had meneer Boucaut zo’n Benfica-Porto gefloten, dan had hij vijf of zes rode kaarten getrokken. Frank De Bleeckere bijvoorbeeld, die praatte op het veld. Na drie, vier overtredingen, zei hij: de volgende is een kaart. Deze zei niks. Dat is geen verwijt, dat is een vaststelling.’

'Ik heb me voor die twee gele kaarten verontschuldigd bij mijn medespelers, de coach, de voorzitter. Ze zeiden dat ik mezelf niks hoefde te verwijten, maar dat deed ik toch', gaat Defour verder. 'Ik vind het vooral klote omdat Standard met elf tegen elf die match nooit gewonnen had. Misschien zouden we niet gescoord hebben, maar we waren zeker met een punt vertrokken.'

Tifo

Niet enkel was er discussie over de uitsluiting van Defour bij zijn terugkeer naar Sclessin, de headlines waren voorbehouden voor de wansmakelijk tifo voor de aftrap. Aan wat dacht de Rode Duivel toen hij het spandoek met zijn afgehakte hoofd zag?

'Aan niet veel… ik herinner me dat ik er eens mee moest lachen. Pas na de wedstrijd realiseerde ik me de draagwijdte ervan. Ik wist voor de match al wel dat ze een spandoek over mij zouden gemaakt hebben. En voor de rest is het aan de bevoegde instanties en aan de arbiter om een beslissing te nemen.'

Ergens toont de ex-aanvoerder van Standard begrip voor de reactie van de supporters die hem ooit bezongen, maar tegelijkertijd waarschuwt hij. ‘Als ik supporter was van Standard en een van mijn idolen tekende bij Anderlecht, dan zou ik ook kwaad zijn. Maar ik merk een escalatie van geweld in de maatschappij - niet alleen in het voetbal op zich. Men overschrijdt grenzen tegenwoordig, men gaat alsmaar verder. Vroeger werden spelers uitgefloten, nadien uitgescholden, vervolgens kregen ze voorwerpen naar hun hoofd gegooid… Tegenwoordig gooien ze met bommetjes.’

BRON: sportmagazine.knack.be