viez

Mag ik weg van hier?
Nu een tas en een koffer pakken, in de auto naar het vliegveld en een ticket kopen. In het vliegtuig stappen en gaan. Gewoon gaan.
Ik wil de wereld zien. Ik wil overnachten in slechte en vieze ho(s)tels, lachen om de kleinste dingen en nieuwe mensen ontmoeten. Ik wil in de trein in slaap vallen, en als ik wakker word, tot de conclusie komen dat ik al veel te ver ben. Ik wil geheime plekjes ontdekken, in mijn eentje.
Misschien na een maand, misschien na een half jaar, thuis komen met verhalen over plekken waar mijn familie en vrienden nooit zullen komen. Mijn belevenissen, mijn verhaal en mijn ervaringen. Niemand die weet hoe goed het gevoeld heeft voor mij. 

Een man in mijn bed

Hij heeft graag mijn nagels in zijn vel. Wil dat ik kerf. Wil dat ik kerm. Het gaat hard en snel. Ik kan hem niet volgen. Hij ziet graag plekken van blauw en vlekken van paars als een spoor van mijn hals naar mijn borsten. Druppeltjes zweet blijven liggen op zijn wenkbrauwen. Zijn ogen gesloten. Voor hem besta ik alleen uit een lichaam waar hij gebruik van kan maken. Ik denk niet dat hij dat zo ziet.

Wat wij hier doen? Neuken. Vieze dingen verdienen vieze woorden. Dit heeft niets met seks te maken. Vrijen al helemaal niet.
Ik wil hem een knietje geven en van het bed af duwen. Ik wil hem in een schoolbank plaatsen. Kijk, dit is het lichaam van een vrouw en dit is hoe het werkt. Het irriteert me. De kramp die in zijn lichaam getrokken is. Dat hij niet snapt wat ik mis. Als je tijdens de seks tijd hebt om hele dialogen met jezelf te voeren, dan klopt er helemaal niets van. ‘Trut, waarom doe je het dan?’

Tegenwoordig knip ik mijn nagels kort, en heb ik besloten dat er enkel nog een man in mijn bed komt onder mijn voorwaarden.

No entry

het pessimistische vocht perst
zich een baan uit mijn lijf als
je eigenlijk weg wilt gaan
en ik al kniezend blijf

aan mijn zij wat gelig bier
hier groeit het licht paarsblauw
mijn kruk een troosteloos eiland
en ik wou dat ik wist wat ik wou

een man kijkt me zomaar aan
het is niet jij- maar ik staar
zijn vieze blik knipoogt me bang
ik inhaleer een slok, en nog een paar

ik sla een gat in mijn kaliber,
pak een boei en grijp mijn hoofd
denk wel duizend maal je naam
tot de kuisheid in mij dooft

Hij was zo'n jongen die ik dacht weer gelukkig te kunnen maken. Dus ik vroeg hem beleefd om zijn gedachten en begon te graven. Maar geel zand wordt na een aantal meter zwart. Hij waarschuwde mij, maar ik zei dat vieze nagels mij niets uitmaakte.

Wat was uw grootste jeugdzonde? ‘Dat was in Blijdorp, ik zag daar in het winkeltje het allermooiste ding dat er bestond: een sleutelhanger met daaraan een bal met vloeistof waar de aarde in dreef. Hij kostte wel vijf gulden en mijn moeder kocht hem voor me. Daarna liepen we over een brug en ik dacht: wat zou nu het ergste zijn dat er kon gebeuren? Dat was natuurlijk dat dat prachtige ding in het diepe, groene, vieze water onder de brug zou vallen. Waarop ik de sleutelhanger erin gooide en vreselijk begon te huilen. Tja, maf hè, waarom doet een mens zoiets? Ik weet het nog steeds niet.’
—  Erik de Jong (Spinvis)
Perfecte imperfectie

Maar ik hou zoveel van imperfectie. Onopgemaakte bedden, een keuken met vieze kopjes en koud theewater, dronken mensen, gebarsten vazen, de lachrimpels bij je ogen en je twee verschillende sokken.