verstopt

Ik ben gefrustreerd omdat ik vast zit aan een gevoel dat ik niet kan omzetten in woorden. Het verstopt zich in het diepste van mijn ziel en niemand ziet het.

Als je opgroeit met de woorden: “het is beter om gezien te worden dan gehoord”, leer je om je stem op te geven.
Je keel wordt doorgesneden door
een geschiedenis van stilte, 
kind, weet je dan niet dat niemand iets geeft
om wat je te zeggen hebt?

Toen ik 7 jaar oud was, was het de eerste keer dat mijn vader me zei dat ik m'n mond moest houden, zijn gedonder was veel sterker dan mijn regendruppels dus ik deed wat hij me opdroeg.
Ik leerde hoe ik mijn mond moest houden, totdat bloed de binnenkant van mijn tanden bedekte.
Ik was een kind dat geen enkele traan liet, omdat geen enkel persoon wou weten hoeveel pijn het deed om niet gehoord te worden.


Ik was 10 jaar toen mijn beste vriendin, mijn ideeën voor de eerste keer “stom” noemde,
en dat deed mijn gedachten op zichzelf instorten.
Ik had niemand nodig om me te leren hoe ik moest zwijgen want mijn woorden waren al een straf op zich.
De enkele keren dat mensen reageerden op wat ik te zeggen had, was het om te lachen om wat ik zei.
Wisten ze maar dat hun gegiechel als messen in mijn huid sneden.


Ik was 13 toen mijn klasgenoten me voor de eerste keer “het meisje dat nooit spreekt” noemde, maar op dat punt in mijn leven was ik niet eens zeker of ik het wel kon, mijn stem was een vervaagde vreemdeling in mijn lichaam. In mijn gedachten, verloor ik de mogelijkheid om mensen te vertellen dat ik echt was, dat ik nog steeds bestond, dat ik iemand nodig had om naar me te luisteren.


Ik ben nu 16 en heb mijn weg naar woorden als stotterend en struikelend gemaakt, ik heb de angst en bezorgdheid die achter in mijn keel verstopt zat, vervangen door geluid en het voelt geweldig om eindelijk te kunnen spreken-
Maar nog steeds zijn er dagen dat mensen me aankijken alsof ik geen vrije meningsuiting verdien te hebben, er zijn nog dagen dat ze me neerschieten omdat ze geen nood hebben aan mijn onenigheid aan te horen en er zijn nog dagen dat ik bang ben om mijn woorden van overtuiging uit mijn mond te laten rollen, omdat ik zogezegd nog geen weet heb van wat er in de wereld omgaat.
Net dat zijn de dagen dat ik het liefst terug in de stilte zou willen vallen.

—  Dagen Van Stilte

Een kind komt altijd huilend op de wereld. Het leeft; het heeft begrepen dat het lijdt. Wat volgt is strijd, een te bezetten ruimte. Het gonzen van wat tuimelt door de tijd.
We komen nergens van, we gaan naar niets. We dragen claustrofobisch kleine lijven, die op een middelgrote bol door nachtlucht drijven. Dit houden wij zo'n tachtig jaren vol.
‘Hoe?’ vroeg ik aan een man met koude handen. 'We zijn catalogi in ons enorme magazijn. We tellen planten, geven sterren namen, en schreven dit op in de Van Dale: “leven is de toestand van een stof”. De ziekte zijn we en het medicijn.’
De man, hij lachte en hij zei: 'Ik was net acht, ik wilde leren schaatsen. Werd slechts omvat door liters ijzig water, zoals klei gevangen en gevormd wordt in zijn mal. Vier stropige tellen, dat was al, wikkelden als wolken om mijn hoofd, tot ik verdoofd verstild verstopt mijn hart kon horen. Een diepe zucht, een trage, zware klop. Ik zwom omhoog; ik zag het licht; ik werd geboren.’
Hij blies zijn handen warm voor hij vetrok.
Ik bleef achter met gedachten en begrip. We zijn van niemand en we zullen nooit iets leren. We maken kunst om niet te hoeven schreeuwen. We bidden, kerven inkt in onze huid.
En we reizen nergens heen, dus er is tijd. Houdt handen vast en buitel door het duister. Zonder doel is elke weg de juiste.
Op een ochtend barst je door het ijs.

Het verhaal van haar

Zij schreef verhalen in haar bed.Elke nacht pakte ze haar geheime boekje. De kaft was van kurk en de bladzijdes waren met honderden. Ze streelt het boekje met haar dunne vingers. Ze voelde de kurken kaft lichtjes mee buigen onder de streling van haar vingers. De pen licht verstopt onder een licht bruine teddy beer op haar nachtkastje. Als ze hem pakt ziet ze dat ze nog lang kan schrijven. Want de inkt in de vulling van de pen is nog lang niet leeg. Ze ontspant zich en zakt verder in haar kussen. ze hoort haar vader op de bovenste verdieping van hun stapelbed snurken. Hij ademt diep door zijn neus in en laat de lucht ontsnappen door zijn mond. Nu opent ze met haar dunne vingers het boekje en begint te schrijven; er was overal oorlog. -Ze denkt even terug , hoe was het ook al weer? Ze schrijft verder; Iedereen rende alle kanten op. er was overal puin. Een moeder schreeuwde om haar zoontje en een vader om zijn dochter. Ik rende weg. daar was nog een redelijk overeind staand huis. ik verschuilde en huilde er in. Mijn vader kwam een na mijn gevoel een half uur later naast mij schuilen. Hij zei wat maar ik kon het niet verstaan door het geluid van schreeuwende mensen. Ik weet dat ik op een of andere manier op mijn vaders schoot in slaap ben gevallen want toen ik wakker werd zat  ik samen met mijn vader in een propvolle rode boot midden op zee. Ik vroeg aan mijn vader waar mamma en Anwer ( mijn broertje) waren. Maar zijn stem werd overstemd door het gehuil en geschreeuw van andere vluchtelingen. Ik vroeg het nog een keer maar nu met meer paniek en meer geluid in mijn stem. Hij hoorde mij maar opende zijn mond niet, het enige wat hij deed was dat hij zijn hand omhoog stak en met zijn vinger naar de hemel wees. Ik huilde de hele bootreis en de treinreis tot aan de grens van Duitsland.Mijn vader keek niet toen ik stopte maar ik zag zijn gespannen gezicht en wist dat er iets was. We sliepen op de grond en keken naar de hemel. ik zei: “sorry”. Mijn vader zei :”geeft niet “’  ik kroop tegen hem aan en hij legde zijn arm over mij heen. De volgende dag reisden we verder en kwamen uiteindelijk in een opvang centrum terecht. dat is de plek waar ik mij nu ook bevindt. Ik wordt later een grote Nederlandse schrijver en dan zijn al mijn problemen voorbij en maak ik pappa blij.- Ze klapte haar boekje dicht en verstopte haar pen. “slaap lekker mamma en Anwer” fluisterde ze voor dat ze haar ogen dicht deed.

Ik wil zijn wat jij niet in woorden kan uitdrukken. Voor wie je gebergtes zal verzetten zonder precies te weten waarom. Ik vraag me af of je me hoort zuchten om de woorden van anderen, die me wel raken maar nooit genoeg. Veel te weinig, iets te veel, onverstandig en ongewild. Liefde is verstopt tot je je er bij neerlegt, denk ik. Verder blijf ik liever stil.
Het schoolbal

Vanaf de allereerste middelbare schooldag kijkt elke leerling uit naar zijn/haar prom (oftewel in ZA hun matric dance). Jarenlang kijken ze toe hoe de meisjes in hun fancy auto’s in de mooiste jurken met hun date aan hun arm arriveren. Verwachtingen worden geschept en dromen ontstaan.
Voor de klas van 2017 was het dan eindelijk zo ver. Op 30 juni was hún (en mijn) matric farewell. In het begin van het jaar werden de nodige voorbereidingen voor het belangrijkste onderdeel al getroffen: de jurk. Kleermakers werden gecontacteerd en de grote steden werden afgezocht naar de mooiste en meest unieke jurk. Zodra dat achter de rug was werd het tijd om op zoek te gaan naar alle bijpassende accesoires: de schoenen, sieraden, handtasjes, de auto voor de grote aankomst en natuurlijk de date.
Mijn eigen zoektocht was snel achter de rug. De schoenen vond ik eerst (ik weet dat het niet zo hoort maar ze waren te mooi om te laten liggen), de jurk volgde daarna. Ik vond hem verstopt in de rekken van een indisch winkeltje in Durban. Er was een klein beetje werk aan, maar desondanks wist ik dat de perfecte jurk gevonden had.
Mijn gastzus had wat minder succes. De eerste jurk die ze gekocht had werd verpest door de kleermaakster. Voor de tweede besloot ze er een uit Durban te huren, maar haar moeder had er ook al een voor haar gekocht. Die laatste is het uiteindelijk geworden.
De week van het bal ging geen enkele laatstejaars nog naar school. De nagels werden gedaan, nepwimpers werden aangeplakt en de laatste details aan de jurk werden gedaan. Op vrijdagmorgen was het vroeg opstaan want het haar en make up moest gedaan worden. Ook besloten mijn nepwimpers uit te vallen dus daar kon ik ook voor terug. Zodra alles op zijn plaats zat en onze dates gearriveerd waren vertrokken we naar een prachtig gasthuis om foto’s te nemen. Sinds ik mijn date amper ken was dat een klein beetje awkward, maar we hebben er ook plezier aan gehad. Hij was in ieder geval een echte gentleman. Dat had ik wel nodig want anders was ik waarschijnlijk op mijn gezicht gegaan op mijn hoge hakken.
Onze grote aankomst was wel het meest origineel al zeg ik het zelf. Waar iedereen een fancy auto had om uit te stappen hadden wij een geheel zelfgebouwde koets (mijn gastvader en zijn vrienden deden het bouwwerk, Tif, Mecayla en ik hebben geverfd). Zodra we door onze dates de koets uitgeholpen waren werden onze namen aangekondigd en konden we over het rode tapijt het hotel binnen lopen. Daar werden we verwelkomd met een drankje en was het tijd om ons onder de anderen te mengen. Iedereen zag er absoluut prachtig uit! Het duurde nog een hele tijd (in totaal 3 uur) voordat iedereen gearriveerd was. Om 7 uur gingen de deuren naar de zaal open en werden we naar onze tafels gewezen. Deze deelde ik met mijn vrienden uit mijn klas.
Het thema was Las Vegas en zo was de zaal dan ook ingekleed. Er was natuurlijk een muur voor foto’s met het las vegas bord en gouden versieringen, mega dobbelstenen en veren en kaarten voor op de tafels. De avond werd geopend met een speech van de directeur en de “headboy and girl”. Daarna waren er wat dansoptredens, allemaal in het thema van de avond. Dit was allemaal heel leuk en mooi maar aangezien we nog altijd niet gegeten hadden (op een kleine eetbare lepel met kippaté na) ging het ons niet snel genoeg. Eindelijk konden we dan om kwart voor 8 ons eten op gaan scheppen bij het buffet en daarna kon het dansen beginnen. Natuurlijk werden de liedjes van onze sêr gespeeld waar iedereen natuurlijk op mee kon dansen.
Helaas vertrokken velen al vroeg naar hun respectievelijke afterparty’s. Er waren huisfeesten, feesten in clubs OF als je bent zoals ik en mijn vrienden: een mcflurry en de baywatch film in de bios.
Het was een mooi einde aan mijn middelbare schoolcarriére die nu officieel echt gedaan is. Het was moeilijk om afscheid van mijn klasgenoten te nemen, maar ik had me geen betere laatste dag met hen voor kunnen stellen.

Oog in oog met de leegte!

Daar sta je dan, oog in oog met iemand waarvan de ogen blauw horen te zijn. De ogen zijn helaas niet meer blauw, de ogen zijn wit en je kan er door heen kijken alsof deze persoon geen persoon meer is. Je vraagt je af, hoe kan dit gebeurd zijn? Hoe kan het gebeuren dat een paar ogen er zo verslagen, hulpeloos en hopeloos uit zien. Je kijkt verder, het blijkt een jongen te zijn, je schat hem een jaar of 14, het had je zoon kunnen zijn. Voor de rest ziet de jongen er relatief normaal uit, goede kleren aan (wel vies), een telefoon op zak en een pet op. De ogen intrigeren je nog steeds, de vragen stapelen zich op in je hoofd. Dit gebeurd allemaal in een fractie van een seconde. Na het denken maak je een stap naar voren en je vraagt de jongen of je hem ergens mee kan helpen. De reactie van de jongen zorgt ervoor dat jij tranen in je ogen krijgt. Hij schrikt, verstopt zich achter een lantarenpaal en zegt: ‘Don’t shoot me’ in heel gebrekkig Engels. Jouw eigen reactie heb je niet eens meer in de hand, er beginnen dingen op zijn plek te vallen en jouw lichaam beweegt vanzelf. Je maant de jongen te kalmte en hij komt langzamerhand achter de lantarenpaal vandaan. Met handen en voeten maakt de jongen duidelijk dat hij uit Syrië komt, dat zijn 3 broers (17, 21, 23) vermoord zijn en dat hij zijn ouders is verloren tijdens het vluchten.

In een tijdsbestek van een paar minuten verandert je hele wereld. Nog geen dag geleden had je een bericht gedeeld op Facebook dat dit ‘soort’ mensen zogenoemde ‘gelukszoekers’ zijn. Die avond had je op een verjaardag alle vluchtelingen over 1 kam geschoren. Het waren stuk voor stuk terroristen, criminelen, mensen die uit waren op ons geld. Het geld waar wij jaren lang hard voor gewerkt hebben. Nee, we moeten deze mensen niet helpen zei je die avond nog.

Een dag later sta je oog in oog met de leegte. De leegte van een 14-jarige jongen. Een 14-jarige jongen die geen jongen meer is maar een zielig hoopje mens. Een jongen die meer verloren is dan dat wij ooit zullen begrijpen. Deze jongen, deze jongen heb jij gisteren nog verdoemd. Deze jongen wilde jij terugsturen omdat zij achter ‘ons’ geld aan zouden zitten. In 24-uur verander je van mening en doe je iets wat niemand verwacht had en waar mensen kippenvel van krijgen. Je tilt het jongentje op, legt hem over je schouder en rent heel hard in de richting van je huis.

Een paar uur later is het jongentje schoon na een warm bad, heeft schone kleren aan en zit heel bescheiden en schuw een soepje te eten die jij voor hem hebt warm gemaakt. Je ziet langzaam dat zijn ogen weer een beetje kleur beginnen te krijgen, het is niet veel maar het is iets. De kleur, het staat voor het sprankje hoop dat deze jongen weer heeft naar jouw heldendaad. Je schaamt je kapot, een dag geleden heb je deze mensen allemaal aan hun lot over willen laten terwijl je het verhaal niet eens kende. Deze mensen zijn niet arm als je het uitdrukt in geld, deze mensen hebben kleren en een telefoon. Maar is dat je leven? Nee, deze mensen zijn enorm arm, het belangrijkste wat een mens doet overleven, hoop, is hun zelfs afgenomen. Laten wij met zijn allen dat kleine sprankje hoop aan deze mensen teruggeven. Bovenstaand verhaal is geen waargebeurd verhaal maar wel een verhaal wat had kunnen gebeuren.

Boer Zoekt Vrouw 2015, aflevering 10: De Boekenweek, Carry Tefsen, een geheime aanwijzing voor Wie is De Mol en meerdere mensen die mij mogen bellen voor advies.

Het was een goede dag voor de liefde. Het was een slechte dag voor Internationale Vrouwendag. En een goede avond voor de Boekenweek. Verder zitten er in dit verhaal een aantal gedichten verstopt. Tel ze op en die uitkomst is een geheime aanwijzing voor Wie is de Mol 2016. Spoileralert van deze recap: omdat er zoveel emoties in deze aflevering zaten, is dit een verhaal geworden dat zó lang is dat ze het volgend jaar integraal als Boekenweekgeschenk kunnen afdrukken. Het Boekenweekgeschenk is al belachelijk lang niet meer door een vrouw geschreven, dus dan hebben we dat probleem ook meteen opgelost. Het CPNB mag bellen. 

Keep reading

Ik viel als een blok voor je, eerst toen ik je zag zitten in de collegebanken bij Human rights en later al dansend in de Tivoli. Ontwapenend mooi en daarom bijna onmogelijk om op af te stappen. Na paar gênante en halfslachtige benaderingen van mijn zijde zijn we wonderlijk genoeg toch na een nacht drinken samen met kriebels in de buik in De Zaak beland. En ruim drie onvergetelijke jaren volgden, tot in begin 2011.

Mijn vrienden zeggen dat ik erg ben veranderd sinds wij elkaar hebben leren kennen en dat klopt. Je hebt mijn leven gekleurd. Onbewust heb je me altijd op de borst gedrukt om positief te denken en te genieten van de kleine dingen. Maar dat was ook wel erg gemakkelijk met jou. Iemand die in de vakantie vluchtelingenkampen bezoekt, giechelt in haar slaap, groot verdriet heeft over de overleden poes van de buurman, stiekem een knuffel in mijn reistas verstopt, tijdens de studie platzak is maar in plaats van betaald werk toch een dag per week vrijwilligerswerk doet bij Vluchtelingenwerk en als twintiger nog de grote droom heeft om te zwemmen met dolfijnen. En zo zijn er nog talloze andere gedachten over jou die me zo veel redenen geven om het leven te omarmen.

Sinds ik je leerde kende, maar ook al lang daarvoor, had je de ambitie om de wereld beter te maken. Een baan met veel geld kon je niks schelen, lachende gezichten en je zelf in de spiegel kunnen aankijken des te meer. Of dat laatste samenhangt met het feit dat je graag in de spiegel keek als je je garderobe weer eens had uitgebreid, laat ik maar even in het midden.

Je las en dacht veel na over de wereld. Vaak zaten we op één lijn, maar als dat niet zo was daagde je me uit. Je nam stelling en keek me nieuwsgierig aan met die grote bruine ogen, afwachtend of ik je van repliek kon dienen. Meestal had je gelijk. Toen ik weer eens het onderspit aan het delven was zei ik als ultimum remedium dat ik 100% zeker wist dat ik gelijk had. Achteraf bleek uiteraard dat dat niet het geval was, wat je fantastisch vond. Dat vond ik ook – echt – misschien nu meer dan toen.

Het wapen dat je koos om de wereld beter te maken was onder meer een cum laude afgeronde studie Oorlogsrecht. Je vindt dat oorlog niet gevoerd mag worden, maar als het dan toch moet, dan wel volgens de regels. Zo blijven onschuldigen buiten schot. De ironie wil dat je in een vliegtuig zat dat boven oorlogsgebied wederrechtelijk uit het luchtruim is gehaald. Liefste Tes, zelfs nu heb je gelijk.

—  De vriend van Tessa.
Gevoel.

Zo onbereikbaar soms,

Ver weg en toch dichtbij.

Zo onvoorspelbaar soms,

Vanbuiten en toch vanbinnen.

 

Verborgen binnen de gebreken,

Sluimerend door de stilte.

Onzichtbaar door perfectie,

Verstopt onder zoveel stof.

 

Een hartklopping en een zucht,

Een knippering en een traan.

Een gevecht diep vanbinnen,

Gevoel dat stroomt naar buiten.

 

Verstopt in een te grote trui,
onder een deken van verdriet.
Hou me vast, nee, laat me maar,
ik ben er even niet.

Verstopt in een te grote trui,
op de bank met te hete thee.
Hou me vast, nee, laat me maar,
vandaag doe ik niet mee.

Geluk verstopt zich in de kleinste hoeken en zal alleen tevoorschijn komen wanneer zij dat wil. Ga dus niet op zoek, maar leef je leven en het geluk zal vanzelf komen vanaf het moment dat je stopt met zoeken.

De schilder

“Mensen willen altijd dat je iets bent,” zei hij. “Althans, ze maken altijd iets van je. Ze proppen je altijd in een rol.” Hij liep vlak langs me, spoot wat verf uit tubes op een bordje triplex en liep naar de kamer. Op de tafel stond een vaas met zonnebloemen. “Cliché toch? Zometeen, als je weg bent, ga ik naar de badkamer en snij ik mijn oor eraf. Lachen.” Hij grinnikte even in zichzelf. Ik zweeg en vroeg me af waarom ik hier was. “Goed, wat ik zei,” bromde hij, en hij krabbelde aan zijn peper-en-zout-kleurige baard met een bevlekte hand. “Mensen willen altijd dat je iets bent. En als je in een rol zit, kom je er niet meer uit.” Hij keek even naar de vaas en drukte de kwast op het doek. “Verdomme,” bromde hij.

“Op school was ik het nieuwe joch, toen was ik het jongetje dat ze naar huis konden achtervolgen. Op de school daarna was ik de pestkop, de vechtersbaas. Op de middelbare school was ik de vrouwenjager op de brommer, totdat ik de geschorste werd. Daarna was ik de dromer, de nietsnut, de kunstenaar met een grote muil. Wat een gelul. Mensen zien wat ze willen zien.” Hij wees naar een schilderij aan de muur. Een blonde vrouw keek verdrietig in de verte. Het was niet een heel erg goed schilderij, haar gezicht leek hoekig, vervormd. “Mijn vrouw,” bromde hij. “Vertel eens wat je ziet.”

Ik dacht na, ging wat dichterbij staan. De trek rond haar mond was wazig, alsof hij alleen de ogen duidelijk van emotie had willen voorzien. Ik kon niet zien of ze lachte of somber keek. Ik wees naar de mond. “Je kon niet beslissen,” zei ik. Hij schudde zijn hoofd. “Nee. Ze poseerde met een brede glimlach. Kan je het geloven? Tumoren door haar hele lijf, morfine die maar half werkte en zij zat daar met een brede glimlach voor me te poseren. Mijn eigen vrouw, bang om aan me te laten zien hoe ze zich echt voelde. Bang, boos, verdrietig. Dat verstopte ze allemaal.” Hij snoof en veegde weer met een hand door zijn baard. “Ik schilderde wat ik wilde zien. Ik ben niet de uitzondering op mijn eigen regel, helaas. Wil je thee? Volgens mij heb ik in de keuken nog een paar zakjes liggen.”