verdediging

Zondeval


KENNISMAKING


Toen ik nog een tiener was stal ik een stropdas van mijn vader. Hij was ruw van stof en vuurrood, zo rood dat je er geen druppel bloed op kon zien. Ik gebruikte die das voor alles, ik kan mij nog herinneren dat ik als een miserabele puber mijzelf er mee probeerde te verhangen. De ruwe stof voelde als schuurpapier rond mijn keel en met iedere centimeter die ik aantrok nam schrok ik van de druk. Dat was mijn eerste ervaring met het ontnemen van iemands adem, het schrikte mij af, ik werd bang van de druk rond mijn keel, ik heb het daarna nooit meer geprobeerd, bij mij zelf dan. In de jaren die volgde werd ik depressiever. Ik loog over wat ik voelde, over wat ik uitspookte en ik had niks of niemand om mij heen lief. Dood gaan was niet langer iets waar ik tegenop keek.


VERDEDIGING


Toen ik voor het eerste die rode das rond de keel van een meisje knoopte en haar naakt op bed zag liggen ging er een wereld voor mij open. Ik wist hoe ik een strop moest strikken. Het genot dat ik voelde toen ik zag hoe die strop om haar nek uitvloeide in het uiteinde van een das die ik in mijn handen hield was onbeschrijfelijk. Haar huid was lijkwit, haar vuurrode lippen sierde haar, haar gekreun was als een symfonie. Een symfonie die ik dirigeerde, met iedere beweging van mijn hand stopte de symfonie, niet genoeg lucht, geen adem meer om te gebruiken, haar wangen verkleurde en ik keek toe. Zij was naakt, ik had slechts mijn sokken uitgedaan, voor de rest was ik volledig gekleed. Het winde mij eerst niet eens op om een prachtige jonge vrouw haar keel langzaam fijn te knijpen. Maar het was alsof ik in een spiegel keek. Dat zielige suïcidale puberale ventje dat ik was wou niks liever dan dichter bij de dood komen, geen adem meer hebben, in paniek gorgelen, snakkend naar verlossing van alles wat pijn deed. Ik ben zo boos op dat kanker jong, hij had zichzelf moeten afmaken, zielige zak stront dat het is. Wie zo graag dood wil moet het gewoon doen en als je dan faalt of het niet durft dan ben je nog minder waard dan het lijk dat je zou zijn als je wel een vent was. Ik keek in een spiegel als ik haar zag, want zij kreeg waar ze naar snakte, ze ervoer de pijn die ik mijzelf nooit aan durfde te doen. Toekijken naar hoe een persoon in een soort dubio leeft van angst en bevrediging werkt verslavend. Je kunt het niemand verwijten vind ik, iedereen houd van spanning in films of series op tv. Iedereen is benieuwd of een of andere teef het hele tafereel overleefd, iedereen is gefascineerd door de psychopaat, dus verwijt het jezelf niet als je er van geniet als je partner je met een doodsbange blik aan kijkt terwijl jij masturbeert. Ik schrijf dit niet om mijzelf te verdedigen, slechts om te bewijzen dat je een hypocriete teringlijder bent als je ontkent dat je geen erectie krijgt bij het idee van een machtspositie. Zo begon het dus allemaal, ik was jong en wou van alles uitproberen, drugs, drank en alles wat maar lichtelijk te maken had met seks. Ik merkte dat ik het niet fijn vond als iemand anders de leiding nam, ik weet niet precies waarom maar ik denk omdat ik er niet van hou als andere mensen iets over mij te zeggen hadden.


RITUEEL


Ik werd een machine na een paar jaar, ik wist hoe ik alles moest aanpakken, hoe ik haar naakt kon krijgen, hoe ze zich vol vertrouwen aan mij zou overgeven. Als we bij de slaapkamer aankwamen dan hield ik de deur voor haar open, ze lachte naar me, ik knipoogde als antwoord op haar lach. Zodra haar rug naar mij was gekeerd sloot ik de deur en doofde ik de lichten in de kamer. Soms schrokken ze hier van, als een dier dat zich niet had voorbereid voor de nacht, prachtig om te zien. Vaak kuste ik ze niet eens, ik zou recht voor ze staan met mijn lippen centimeters van die van haar verwijderd. Als ik achter ze stond liet ik mijn borst hun rug raken, zachtjes. Mijn lippen zouden bijna haar lip raken en ik zou fluisteren. Ik had een paar standaard zinnen in mijn hoofd, soms bedacht ik ze ook ter plekke. Je bent nu van mij, ga zitten, kleed je uit en sluit je ogen werkte altijd goed. Soms hoefde ik alleen maar zachtjes in hun oor te ademen, dan voelde ik ze soms al trillen, ze wisten wat hun te doen stond. Als ze naakt was begon het allemaal pas echt. In het begin vond ik het lastig als ze me aankeek, alsof ik een acteur op het theater was, ik heb altijd al moeite gehad met oogcontact. Dus blinddoekte ik ze soms. Later ben ik van de blikken gaan houden, ik creëerde mijn eigen specifieke voorkeur en kink en ik eiste dat alles ook ging zoals ik dat wou, ik wou immers mijn plezier uit dit alles halen. Haar plezier was iets wat een toevallige bijkomstigheid zou zijn. Wat ik doe zie ik bijna als kunst, ik doe tenminste wel mijn best. Vaak kleed ik mij compleet in het zwart, een shirt en broek, niet omdat ik van verkleden hou, maar omdat ze dan slechts mijn gezichtsuitdrukking heeft om te zoeken in het duister. Alleen maar mijn ogen die haar aanstaren, mijn lippen die naar haar fluisteren. Soms was de sfeer niet compleet en zette ik wat zachte muziek op of stak ik wat kleine kaarsjes aan. Vaak was dit ook uit praktische overweging, de muziek onderdrukte het gekreun als de toonhoogte mij niet lag en het kaarslicht bood mij de mogelijkheid om sneller knopen te leggen of kleding uit te doen. Als een dirigent zou ik haar gekreun begeleiden, als een soldaat zou ik haar commanderen, als een slavendrijver zou ik haar slaan en als een schilder zou ik mijn zaad over haar gezicht vegen.