twintigste

Barbie-dag in museum van de twintigste eeuw Hoorn

Barbie-dag in museum van de twintigste eeuw Hoorn

External image
HOORN – Barbie is alweer 50 jaar in Nederland! Op 15 juni vieren we dat met iedereen die van Barbie houdt. Grote en kleine liefhebbers, verzamelaars en kenners. In het nostalgische Museum van de 20e Eeuw staat de grootste collectie Barbies die er in Nederlandse musea te zien is.

Kom kijken hoe Barbie in 50 jaar is veranderd van tuttig dametje tot onafhankelijke carrièrevrouw. Ze heeft al meer dan…

View On WordPress

Elvis Presley als behandelaar van een autistisch meisje ...

Elvis Presley als behandelaar van een autistisch meisje …

External image

  In 1969 speelde Elvis Presley, in zijn laatste film, genaamd ‘Change of Habit’ de rol van een arts die verliefd wordt op een non in een centrum voor kansarme kinderen.  Wanneer in het centrum een meisje met de naam Amanda aankomt, omdat ze verlaten is door haar moeder, vermoedt de non dat zij autistisch is. Meteen bevestigt Presley de diagnose en gaat over tot de behandeling. Die bestaat, legt…

View On WordPress

Als eerste compacte monovolume uit de Europese autogeschiedenis viert de Renault Scénic in 2016 zijn twintigste verjaardag. Generatie na generatie heeft deze uitvinding van Renault, waarvan bijna vijf miljoen exemplaren zijn verkocht, verscheidene evoluties doorgemaakt zonder dat daarbij zijn oorspronkelijke waarden werden aangetast: interieurcomfort, nuttige technologieën, veiligheid en verantwoordelijke prestaties staan nog steeds centraal.

1996-2003: ‘Uitnodiging tot reizen’
De eerste generatie van de Renault Mégane Scénic werd in 1991 op de IAA van Frankfurt onthuld in de vorm van een concept-car. Na de Renault Espace, de luxemonovolume die in 1984 op de markt kwam, en de Twingo, het stadswagentje met monovolumeprofiel uit 1993, bevestigde Renault zijn voorsprong met de Mégane Scénic. Het model werd officieel gelanceerd in 1996 en wordt nog steeds beschouwd als de pionier in het segment van de compacte monovolumes.

Al in 1988 had Patrick Le Quément, de toenmalige Directeur Design bij Renault, het idee opgevat om een kleine gezinsmonovolume te bouwen.

De naam van de concept-car Scénic is de afkorting van ‘Safety Concept Embodied in a New Innovative Car’, wat je zou kunnen vertalen als ‘Veiligheidsconcept in een Nieuwe, Innovatieve Auto’. Anderzijds roept de naam Scénic beelden op van bestuurders die de wereld verkennen.

De Renault Mégane Scénic was kleiner dan de Renault Espace, die aan de basis van het monovolumeconcept lag, en paste perfect in het tijdperk van de ‘auto’s om in te leven’. In het C-segment slaagde de Mégane Scénic er in om de gevoelswaarden van de kleine Twingo te verenigen met het hoogwaardige karakter van Espace.

Met zijn ronde en zachte vormen sloot de Mégane Scénic perfect aan bij de tijdsgeest. Het nieuwe segment van de compacte monovolumes werd al snel erg populair in Europa en lokte de belangstelling van zowat alle grote constructeurs.

De concept-car Scénic werd ontwikkeld voor gezinnen die droomden van een auto om te cocoonen en schoof ruimte, moduleerbaarheid en veiligheid naar voren als voornaamste waarden. Grote troef: de talloze ludieke functies voor alle inzittenden.

De Renault Mégane Scénic mocht dan al kleiner zijn dan Espace, hij was wel comfortabel, ruim en bevestigde daarmee zijn gezinsroeping. De twee wagens, de concept-car Scénic en Mégane Scénic, werden bestudeerd met de kinderen van de werknemers. Dat resulteerde in de talloze ludieke opbergvakjes.

De drie plaatsen waren volledig onafhankelijk en de inzittenden beschikten over klaptafeltjes op de rugleuning van de voorzetels en opbergvakken onder de vloer. Dankzij de volumineuze en kubusvormige koffer bood Mégane Scénic een aanzienlijke bagageruimte terwijl de in de hoogte verstelbare hoedenplank achteraan een optimale opbergruimte verzekerde.

Oorspronkelijk had elke stoel een andere kleur om de inzittenden een persoonlijke ruimte en een eigen universum te geven. Dat idee leidde tot de beperkte reeks Kaléido, waarbij de bekleding dezelfde kleur kreeg als het koetswerk.

De talloze innovaties van de concept-car lieten de inzittenden op een nieuwe manier genieten van reizen, vandaar de titel “een uitnodiging tot reizen”.

De Renault Mégane Scénic, die zich tussen een stationcar en de Espace in positioneerde, bood een interieurlay-out en uitrusting die reizen zowel voor ouders als voor kinderen tot een ontspannende ervaring maakten.

Het gevoel van vrijheid en ontdekking van de buitenwereld werd nog benadrukt door het dubbele, elektrisch bediende open dak, dat het interieur liet baden in het licht en tegelijk een venster op de wereld vormde.

Ook droeg de verhoogde zitting voor bestuurder en passagiers bij tot een beter uitzicht en een hoger niveau van actieve en passieve veiligheid.

De Mégane Scénic pakte uit met verscheidene technologische innovaties die later werden overgenomen door de seriemodellen van Renault: een geoptimaliseerd gebruik van herbruikbare materialen, ABS in combinatie met een automaat, enz.

De Renault Mégane Scénic I werd uitgeroepen tot Europese Auto van het Jaar 1997 en kreeg een facelift in 1999.

Renault Mégane Scénic: Uitnodiging tot reizen (deel 1) Als eerste compacte monovolume uit de Europese autogeschiedenis viert de Renault Scénic in 2016 zijn twintigste verjaardag.
Cote Azur nieuws: romantiek, sterren en thermische camera’s

Cote Azur nieuws: romantiek, sterren en thermische camera’s

Dat de Côte d’Azur een perfecte plek is voor een romantisch samenzijn, is geen schokkend nieuws. Maar dat Monaco op de twintigste plek staat van meest romantische steden ter wereld volgens de Amerikaanse US ‘Travel and Leisure’ website is toch best bijzonder. Natuurlijk ziet de wereld er een stuk rooskleuriger uit als je uit een glimmende Ferrari stapt om vervolgens plaats te nemen aan je vaste…

View On WordPress

Pastoor Van Meel kon dus zijn Sacramentskerk gaan bouwen. Daarvoor deed hij een beroep op de architect Jan van Dongen uit Apeldoorn. Deze jonge architect gebruikte geen traditionele bouwmaterialen als baksteen en hout, maar gaf de voorkeur aan glas en beton. Hij behoorde destijds tot de jonge katholieke kunstenaars die vonden dat de kerkelijke kunst moest aansluiten bij de ontwikkelingen in de moderne kunst in het algemeen. Voor architecten waren glas en beton de toekomst.

Van Meel vond het prachtig. De kerken die tot dan toe waren gebouwd, zoals de Laurentiuskerk en de H. Hartkerk vond hij achterhaald. Ze waren gebouwd naar middeleeuwse voorbeelden: door de vele pilaren was het hoofdaltaar niet vanuit de hele kerk te zien. En omdat de kerken in de tijd nog vol zaten, kon een groot deel van de gelovigen de mis feitelijk niet goed volgen.

Vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw werden er daarom andere kerken gebouwd. De Mariakerk in Overakker is er een voorbeeld van, maar de Sacramentskerk zou nog een stap verder moeten gaan.

Een grote glazen toren zou de altijddurende gebeden verbeelden die naar de hemel opstegen en de genade die op haar beurt uit de hemel op de gelovigen zou neerdalen. Het altaar zou onder die glazen koepel staan. “Alles in het gehele gebouw zonder uitzondering richt zich naar dit middelpunt en dwingt de gelovige zijn aandacht aldaar te concentreren”, zei Van Meel in een toelichting tegen de plaatselijke krant. Achter dit priesterkoor zouden zeven kapellen komen die elk aan een van de zeven sacramenten waren gewijd.

Verder voorzag Van Dongen de kerk niet van zijaltaren of heiligenbeelden: dat leidde de aandacht maar af. Wel moest er achter in de kerk plaats komen voor het koor: “trapsgewijs en vooral niet te klein”. Maar het viel niet mee om zo’n project in de praktijk te brengen.

Hommage à Picasso

Dit werk laat 9720 orginele bladzijden in de typische stijl van Hanne Darboven zien. Op de papieren staan numerieke reeksen, die het laatste decennium van de twintigste eeuw weergeven. Ze combineerde deze cijfers met Pablo Picasso’s schilderij uit 1955, waarop een turks figuur in een zittende houding zit. Daarnaast werden er ook nog beeldhouwwerken aangeschaft variërend van een brons, in romeinse stijl, buste tot een uit Polen, uit berken takjes, ezel. Natuurlijk vond Darboven het ook nodig om haar net nieuwe uitgevonden muziek een plaats te geven in haar installatie. Dit stuk was er één die bedoeld was voor 120 stemmen genaamd Opus 60.

 Ze begon dit werk in het midden van de jaren 90, toen de Fin de siècle veel werd besproken in de wereld van de kunst. Omdat Darboven zo gefocussed was op het begrip tijd maar ook op het thema van die tijd namelijk Fin de siècle, zetten ze het werk om in wat het voor haar betekende maar ook wat het zou kunnen betekenen voor de toekomstige generaties als ze naar dit werk uit het verleden kijken en wat het dan vertelt over de kunst van 20ste eeuw.

De verschillende delen van dit werk zorgen ervoor dat er een soort portret wordt gemaakt van Picasso en Darboven. Het werk is bedoelt als een soort beklag op het herhalen en citeren in de kunst waardoor kunst niet meer vernieuwend en orgineel wordt. Want ook al was Picasso volgens Darboven de laatste grote kunstenaar van de 20ste eeuw, zijn werk viel op het einde ook in herhaling doordat zijn medium volgens Darboven ook zijn beperkingen had.