traags

Love being a Turtle with the newest update!
- FINDING ROMANCE: Team up in pairs to battle 2V2 in a Limited-Time Event. Battle against epic duos and earn their DNA!
- FIGHTING BROMANCE: Take on the biggest and baddest bromance! Battle Traag and Granitor in a Limited-Time Event and earn the exclusive Valentine’s Card Pack.


https://itunes.apple.com/us/app/teenage-mutant-ninja-turtles/id1033282601?mt=8

https://play.google.com/store/apps/details?id=com.ludia.tmnt&hl=es_419

Mama,

Je hebt natuurlijk al gemerkt dat mijn punten er op achteruit gaan op school. Ik weet het, dat is iets wat je niet van mij verwacht, en ik weet dat school belangrijk is. Maar mama, ik kan het niet meer. De stress die ik heb door school, en het werk dat we na school moeten doen, maakt mij traag maar heel pijnlijk kapot. De leerkrachten begrijpen het maar niet. Maar mama, ze zouden eens moeten weten hoe slecht het met me gaat, jij zou eens moeten weten hoe slecht het met mij gaat. Mijn hoofd doet zoveel pijn, mijn lichaam is op, ik kan het gewoon niet meer, uit bed komen is al zoveel moeite voor me. Mama, ik kan het niet meer, en ik weet dat je denkt dat ik sterk ben, maar je bent fout.

Je zou eens moeten weten wat ik doe als ik thuiskom, ik slenter naar boven, weeral die trappen op, na zestien trappen ben ik boven, of misschien zijn het er zesentwintig? Ik weet het niet meer, maar ik weet wel dat ik weer kapot en energieloos ben. Drie stappen verder en ik ben in mijn kamer, vijf stappen later en ik sta aan mijn bed, één tel later barst de hel los, en ik ook, ik barst ook.

 

Mama, het spijt me, maar ik weet niet of ik het nog lang kan volhouden, maar ik hou wel van je, en dat zal ik altijd doen.  

Helemaal alleen, vervreemd van iedereen, ontspoorde ik bijna, herhaal alles super traag. Iets dat aan me vreet, op mij getatoeëerd. Het antwoord op mijn vraag, blijft in alle talen vaag.
—  Bazart / Tunnels
Weerhaakjes

We drinken, omdat jij het gewend bent te drinken bij je eten en omdat ik niet wil dat je in je eentje drinkt, want je wordt somber als je de enige bent die drinkt en gisteravond huilde je ook al. Ik slik de wijn door, je wangen zijn alweer wat roder geworden, je koude voeten bewegen sluipend onder tafel in de richting van de mijne. Morgenochtend heb ik een hoofd vol spinrag en ledematen die twee keer zo traag lijken te bewegen, dit is waarom ik liever niet drink. Ik heb het je uitgelegd maar je begreep het niet, het is mijn eigen schuld dat ik het niet nog een keer heb geprobeerd.

Ik sta op, mijn hoofd is draaierig van de wijn. De borden zet ik in de gootsteen, ik hoor hoe je door je kamer loopt, spullen opruimt, de muziek zachter zet, de kaarsen uitblaast. Ik blijf iets langer in de keuken staan zodat we ons niet tegelijkertijd uitkleden, ik wacht tot ik het bed hoor kraken. Je vraagt waar ik bleef, ik geef antwoord maar niet op je vraag. Ik kleed me uit, ga naast je liggen. Je bent te warm, je klemt je te stevig tegen me aan, ik voel wat je zegt zonder dat je de woorden uitspreekt en ik ben dankbaar dat het stil blijft, ik wil geen gesprekken voeren over wat we precies zijn of wat het betekent, ik wil het niet hebben over liefde, ik ben te vaak te gretig geweest om het te vinden waar het niet was en het blijft in mensen steken met weerhaken, je kunt het niet terugnemen zonder dat er iets sterft. Je zucht en ik hoop dat je snel slaapt zodat ik weg kan rollen en mijn rug naar je toe kan draaien maar ik voel dat je wakker blijft, naar het plafond ligt te kijken of misschien probeer je wel in het donker mijn gezicht te zien, ik zie het niet, ik heb mijn ogen gesloten en wil gewoon dat het stil wordt.

“Het werkt niet he?” Ik schud mijn hoofd en ik vloek vanbinnen zachtjes en het spijt me maar je hebt gelijk en ik haat dat het met jou ook niet werkt, dat het nu weer te kalm en te rustig is en dat bij een ander weer te onstuimig en onzeker is geweest en dat er nauwelijks mensen lijken te bestaan waar ik bij kan zijn en blijven en niet het gevoel krijg dat ik te veel verwachtingen schep of te weinig kan bieden. Je zit op de bedrand, je handen trillen. “Even wat water drinken,” zeg je en ik weet dat je net zo lang buiten de deur blijft staan tot je kunt horen dat ik slaap.

Als 'moeheid' je leven overneemt

Er bestaat een niet uit te slapen vermoeidheid. Wat je ook doet, je blijft moe zijn. Je slaapt liefst de hele dag maar na een tijdje ben je zelf moe van al dat moe zijn, van al dat slapen. Je bent moe van het niets doen, van het nutteloos zijn. Moe van met je zelf opscheept te zitten. Je word lastig, je verveelt je, de seconden op de klok tikken traag weg, naar waar weet je niet. Op wat je wacht eindelijk ook niet.

Terug naar het wereldse leven

Ik heb al een tijdje niet geschreven. Dat komt waarschijnlijk door twee redenen: de jongen waar ik nu mee samen ben is een Nederlander dus ik kan niet stiekem over hem schrijven wanneer hij erbij is én de tijd die ik in mijn eentje doorbreng, wordt gevuld met meditatie.

Nu is hij zijn busticket voor India aan het ophalen en heb ik mijn dagelijkse ochtendmeditatie er al op zitten, dus ik heb even tijd voor een update.

De dag dat ik terugkwam in Kathmandu na Vipassana was heel moeilijk. Door alle prikkels voelde ik me onwijs verstrooid en in de war en ik wilde eigenlijk niets liever dan teruggaan naar het meditatiecentrum. Toen ik Facebook opende kreeg ik zelfs een heel paniekerig gevoel.

De jongen die ook op het dakterras zat, had een kater dus was ook nogal traag van geest. Dat kwam dus perfect uit. Hij met zijn alcohol kater, ik met een Vipassana kater.

Marc bleek een Nederlandse jongen te zijn, maar het lukte me even niet om Nederlands te praten, dus spraken we die dag Engels met elkaar.

Die avond haalde Damien me op om uit eten te gaan met 15 van onze Vipassana genootjes. Dat was gezellig, maar ik kon niet iedereen even goed handelen (als in; to handle) en alle kleuren en geluiden van het restaurant waren me ook een beetje veel.

De dagen die volgden heb ik allemaal met Marc doorgebracht. Hij is echt een topgozer.

Hij motiveert me om naar de dagelijkse avondmeditatie in het Vipassana kantoor te gaan als ik geen zin heb of bijv. buikpijn heb, terwijl hij zelf niet met meditatie bezig is.

Toen we samen een nacht in een privékamer in Bhaktapur sliepen, bood hij zelfs aan om een uur beneden te gaan zitten, opdat ik rustig kon mediteren.

Ik vind het super veelzeggend dat hij me steunt in iets, enkel omdat het belangrijk is voor mij, en zijn eigen mening erover niet laat baten.

De meeste dagen hebben we een beetje rond het hostel gehangen en zijn we lekker uit eten geweest, maar we hebben ook een dagtrip naar Bodhnat gemaakt en zijn we met een motor (!!!) naar Bhaktapur gereden. Dat was echt heel eng en heel gaaf.

Ik zou Marc omschrijven als een gast met de leuke eigenschappen van de stereotype man, maar zonder de vervelende.

Hij is super praktisch, recht door zee, leidingnemend en avontuurlijk, hij heeft het nooit koud en kan altijd wel eten. Maar hij kan ook heel goed luisteren, is niet bot, communiceert goed, is niet irritant dominant en is niet snel aangevallen.

Bovendien vindt hij het ‘schattig’ als ik eten van zijn bord af steel?! Droomvent! Haha

Eergisteren kwamen we terug uit Bhaktapur en zouden we weer in onze eigen dorms in het hostel slapen. We zaten in mijn lievelingsrestaurant in Kathmandu te eten (hun chocolate lava cake omgg), toen hij zei: 'Ik vind het wel erg vervelend dat ik morgen niet naast jou wakker ga worden.’

Dus gisteravond heeft hij een privékamer voor ons geboekt in het hostel, ook al val ik sinds Vipassana elke avond tussen 9 en 10 in slaap en sta ik tussen 6 en 7 op om te gaan mediteren.

Dus nu lig ik lekker in een groot bed in een privékamer. Er was gisteren een enorme storm, dus het hele dakterras is nat, dus ik wil niet buiten zitten. Bovendien is het nog steeds niet bepaald zonnig.

Vandaag ga ik lekker een beetje rond m'n bedje blijven tot ik vanavond weer naar de groepsmeditatie ga. Het is best lastig, twee uur per dag mediteren. Maar tot nu toe is het op 1 dag na elke dag gelukt :) In Amsterdam zal het wel een stuk moeilijker worden, dus daar ben ik me alvast mentaal op voor aan het bereiden..

Morgen is Holi, je weet wel, dat hindoe festival waarbij iedereen elkaar met kleurenpoeder onder smijt. Hopelijk is het weer dan beter.

Jeetje, m'n laatste dagen in Nepal. Voelt zo onwerkelijk!

School

Mama,

je hebt natuurlijk al gemerkt dat mijn punten er op achteruit gaan op school, mijn taken worden te laat afgegeven en ik kom wel vaker naar huis met nota’s in mijn agenda die zeggen dat ik niet in orde ben. Ik weet het, dat is iets wat je niet van mij verwacht, en ik weet dat school belangrijk is. Maar mama, ik kan het niet meer. De stress die ik heb door school, en het werk dat we na school moeten doen, maakt mij traag maar heel pijnlijk kapot. De leerkrachten begrijpen het maar niet, “Jullie zijn nog jong, jullie kunnen helemaal geen stress, problemen, of ernstige mentale ziektes hebben.” Maar mama, ze zouden eens moeten weten hoe slecht het met me gaat, jij zou eens moeten weten hoe slecht het met mij gaat. Mijn hoofd doet zoveel pijn, mijn lichaam is op, ik kan het gewoon niet meer, de trappen opstappen is al zoveel moeite voor me. Mama, ik kan het niet meer, en ik weet dat je denkt dat ik sterk ben, maar je bent fout. Je zou eens moeten weten wat ik doe als ik thuiskom, ik slenter naar boven, weeral die trappen op, na zestien trappen ben ik boven, of misschien zijn het er zesentwintig? Ik weet het niet meer, maar ik weet wel dat ik weer kapot en energieloos ben. Zeven stappen verder en ik ben in mijn kamer, twee stappen later en ik sta aan mijn bed, één tel later barst de hel los, en ik ook, ik barst ook.

Mama, het spijt me, maar ik weet niet of ik het nog lang kan volhouden, maar ik hou wel van je, en dat zal ik altijd doen.  

Mag ik even kort
jouw lippen op de mijne voelen.
Het einde van een kus.
Jouw lippen
die de mijne verlaten.

Jouw handen
die de mijne zachtjes verlaten.
Niet kort en abrupt,
maar traag en liefdevol.

Jouw neus die tegen
me aan blijft zweven
nadat jouw lippen
de mijne al hebben
gelaten voor wat ze zijn.

De elektriciteit die nog
tussen ons in zweeft
maar geen verbinding
meer maakt tussen de polen.

Woorden
nog niet uitgesproken.
Een verlangen
naar meer.
Zachter. Warmer.
Doen we het
nog één keer?