traags

Het verschil

Niemand gaat je zien
zoals ik je zojuist zag,
je lacht nooit meer precies
deze ene lach,
en je haren zullen anders
over beide schouders vallen,
geschater zal voor altijd
ook een beetje anders schallen,
en ik weet al exact
wat ik morgenochtend wil:
samen traag ontbijten
en op zoek naar het verschil.

Half vijf in de nacht,
of in de ochtend.
‘T is net hoe je het ziet.

De minuten tellen tergend traag
En het valt zwaar om te bestaan
Ademen is drukkend, laat gaan
Simpelweg op mijn benen staan

Half vijf in de tijd
En ik ben de weg
Wederom weer kwijt

De gedachte razen door me heen
En het valt me zwaar om te zijn
Het donker vergeet me even
Het maakt me wederom klein

Snakeland Journal #4: Travis Galloway (Siobhan, Traag, Awakenings)


The shadow ring- were complex piss.    Supreme dicks- in a sweet song.  The frogs - I’m sad my goat just died today.   The Victor dimisch band- native waiter.   Un- fast money blues.  The bowles- two serious men.   The bibs- Rudy’s.   Mad nanna- I wanna see you.   Colin Potter- another day.    The dead c - scarey nest.   The frogs- dead pussy in the road with mother’s name on top.   Wreck small speakers on expensive speakers- 3-shots.   Flaming tunes- a to b.  Tommy jay - I was there.    V-3 - son of Sam Donaldson.


Listen here

Stageverhalen
Dag 6

Het was vrijdag en ik was weer een vrij mens. Er waren minder mensen aanwezig in het gebouw vandaag dus dit keer had ik wel een eigen sleutel en kon ik weer vrolijk door het gebouw huppelen. Mocht ik dat willen.

Boven kwam ik in een leeg kantoor. Het enige teken van leven was de jas van mijn Vlaamse begeleider over zijn stoel en twee zingende en babbelende Vlaamse stagiaires in het naastgelegen kantoor. Ik begon aan mijn onderzoek naar literaire programma’s in Amsterdam en probeerde ondertussen het assortiment taarten van de Hema te bekijken en eventueel ook een taart te bestellen maar de laptop is daarvoor te traag, die weigerde taart te tonen.

De zingende stagiaires verlieten het kantoor en zo zat ik een hele vrijdagochtend alleen op kantoor. Toen mijn begeleiders er eindelijk waren - ze kwamen precies binnen toen ik in het keukentje stond thee te zetten - bestelde ik een medewerkerskaartje voor een voorstelling ‘s avonds, wat het laatste medewerkerskaartje bleek te zijn, wat een geluk, en daarna ging ik weer verder met het onderzoek.

Ik lunchte met drie sneetjes Nutella, heb dit keer eens naar de buitenaardse bakjes broodbeleg gekeken en één label gelezen: pompoenhumus. Nou, mij niet gezien dus. Nutella is my friend. (Valt het op dat ik van pindakaas naar Nutella geswitcht ben? Dat komt omdat ik ontdekte dat op de pindakaaspot een naam geschreven stond en die dus niet voor algemeen gebruik bedoeld was. Ahum.)
Ik at het brood, dronk appelsap en wilde iets doen, ik word onrustig van non-stop werken aan een onderzoek. Dus ik besloot de straat uit te lopen, het was mooi weer immers, en frisse lucht is goed, dus ik liep de straat uit en zag bij de boekwinkel op de hoek dat ze Moleskine-agenda’s verkochten en laat ik daar nou net een tof exemplaar van op internet gezien hebben ergens in de afgelopen weken, dus ik checkte of ze mijn versie hadden en verrek, die hadden ze. Een groot formaat met een week op één bladzijde en daarnaast een notitieblad, super handig leek me dat. Minder handig was dat ik geen geld had meegenomen, dus terug moest lopen, de straat door, door het café, het gebouw weer helemaal omhoog en toen weer naar beneden, door de straat, en ik kocht de agenda en liep weer terug: straat, café, omhoog. Toen had ik het in plaats van fris juist super warm want dat hele op en neer geren is nieuw voor mij.

Ergens die middag verdween mijn Vlaamse begeleider, gaf als enige taak mee een envelop bij de balie af te leveren, dus dat deed ik even later, maar de baliedame was aan het bellen dus ik wachtte, en in de hal voor balie zag ik het hoofd Pers en Communicatie recensies van het festival ophangen en tijdens ons praatje wees ze op een pallet volgebouwd met Brakke Grondkrantjes, en vroeg of ik als productiestagiaire misschien wist waar een kar stond om die berg mee te vervoeren. Ik gokte: ‘achter dit gordijntje’ en verrek, dat klopte. Bingo.
Er was een ‘gewone’ kar en een kar om pallets mee te verplaatsen, maar die stond wel helemaal achteraan. We schoven de gewone kar weg, ik bracht nog gauw de envelop naar de balie, en we manoeuvreerden dat ding voor de pallets onder de pallet, maar het werkte niet, de jongen van het gebouwbeheer van wie ik de hele tijd pindakaas heb gegeten de eerste dagen hielp, maar wist het ook niet goed, we draaiden de pallet een kwartslag en dat was de oplossing, de pallet ging erop en ik reed weet ik veel hoeveel krantjes door het gebouw, in levels: eerst makkelijk door een brede hal en rechtdoor, toen met bochten en kleine obstakels, vervolgens steeds smaller wordende gangen - de laatste gang een met slaloms en open deuren die eerst dicht moesten en tot slot de kamer waar de krantjes moesten komen waar de kar niet in paste. Ik loste de pallet in de gang, parkeerde de wagen in een gek naastgelegen halletje, en met z’n vieren - u mist hier even dat de twee zingende stagiaires van vanochtend waren gekomen om te helpen, een beetje laat - duwden we de pallet de ruimte in. Voilà.

Toen moest die gekke palletkar nog terug en dat ging moeilijker dan met pallet erop, ik knalde overal tegenaan, kon geen fatsoenlijke bochten maken, maar het kwam goed, het vergt een beetje geduld, maar er was ook geen race uitgeschreven of zo, dus dat scheelde.

Er was een maakster van een voorstelling die een kapster nodig had voor een van haar dansers, en mijn Vlaamse begeleider had het giga druk dus ik probeerde wat te regelen, dat lukte, ik overlegde met de maakster van de voorstelling waarvoor precies een kapper nodig was, vroeg wat ze nodig hadden en wanneer, en ze hadden zelf een kapper in de stad gevonden, het was nog afwachten of de danser in kwestie daar tevreden genoeg mee was, mijn Vlaamse begeleider was nog altijd weg, ik was vergeten dat hij naar ‘een trouw’ moest, dus ik probeerde het in goede banen te leiden, overlegde met de kapster die ik gevonden had en met de maakster, hield het in de gaten, kreeg te horen dat de kapper in de stad goed genoeg was ook al kwam die niet op locatie, dus ik belde de nieuw gevonden kapster af en bracht de groep nog een stapel extra flesjes water.

Mijn Vlaamse begeleider gaat na vandaag op vakantie, naar Zuid-Afrika, hoppatee, twee en een halve week, dus ik moest nog overleggen over het hoe en wat van die periode, want wat doe ik als hij niet steeds kan zeggen wat ik kan doen, en dat bespraken we en de komende tijd ben ik in charge van de kleedkamers en de artiestenenveloppen en dat vind ik super tof.

Toen was ik vrij, maar ik bleef nog, om een voorstelling te bekijken, Don’t recognize me van Hanna Hegenscheidt: de voorstelling waarvoor de kapster nodig was, de voorstelling waarbij ik tijdens de repetitie in trance raakte, live op de Amsterdamse televisie. Ik was benieuwd naar de hele voorstelling, had er zin in, maar zodra de voorstelling begonnen was had ik door dat ik weer eens gigantisch op de verkeerde plek zat. Er hing zo ongeveer, of misschien ook wel precies, een smakkend kind in m’n nek. (Wie neemt z’n kleuter of hoe oud dat kind ook mocht zijn nou mee naar een voorstelling die experimenteel is, en bovendien in het Engels gesproken, en ook nog vijftig minuten duurt, dat kind kon zich nog geen vijftig seconden stilhouden, oh man). Het kind bleef ook niet op haar stoel zitten, maar hing dus soms opeens met haar hoofd naast me en ergens aan het eind van de voorstelling zat ze achter me, dichtbij, ik voelde het, dus ik sloeg m’n hoofd even achterover, als een milde achterwaartse kopstoot, in haar buik, en toen was het klaar, voor heel even. Ik voelde me een beetje evil maar ik vond dat kind ook een behoorlijk beetje evil, dus we stonden wel quitte.

Zij was helaas niet het enige vervelende publiek, de rest was ook vervelend, vond ik dan, iedereen lachte namelijk om een heleboel en ik had geen idee waarom, er was helemaal niet zoveel grappig, of ik miste misschien alle clous of zo, kan ook, maar vooral het een-na-mooiste moment werd verstoord, het moment dat de spelers acteerden zonder geluid, hun lippen bewogen wel en hun lichamen ook, maar je hoorde niets. Maar je hoorde dus wél dingen want het publiek voelde zich opeens genoodzaakt te kuchen. Maar echt, veelvuldig kuchen. Ik vond het een typisch voorbeeld van hoe slecht men tegen stilte kan, behalve ik, ik kijk ook vaak televisie met het geluid uit, dus ik voelde me op de een of andere manier super begrepen in dat moment, ware het niet dat iedereen er doorheen zat te rochelen. Het einde van het stuk is mijn lievelings, ik raakte weer in trance, vergat heel even dat smakkende kind in mijn nek, glimlachte gigantisch, klapte hard toen het licht doofde, kreeg een traan in een oog die er naar mijn idee niets te zoeken had, had willen gaan staan bij het klappen, maar was nog zo in trance dat ik het vergat.

Ik zou willen dat ik de voorstelling nog een keer kon zien, zonder publiek, exclusief, in totale stilte. Want die voorstelling is pure magie, afgezien van het publiek.


#

Vlaams woord van de dag: saluutjes + haartooi
Vlaamse artiest van de dag: rumplestitchkin
Vervelendste moment van de dag: dat smakkende kutkind in mijn nek

Deze scheidsrechterlijke dwalingen nekten paars-wit in Moskou

Einde verhaal voor Anderlecht in de Europa League. Paars-wit verloor met 3-1 bij Dinamo Moskou nadat de heenmatch vorige week op 0-0 was geëindigd. Scheidsrechter Svein Oddvar Moen was de gebeten hond. In de 62e minuut wees de Noor op aangeven van de vijfde ref naar de stip na een fout van Fabrice N’Sakala op Aleksandr Kokorin. Fout? Mogelijk, maar duidelijk buiten de zestienmeter. Onwaarschijnlijk dat de ref achter de lijn dat als een elfmeter beoordeelde. Proto pakte, waarna Anderlecht veel te traag reageerde in de herneming. Yusopov profiteerde voor de 2-1.

En nog was het niet gedaan want in de 73e minuut werd Aleksandr Mitrovic foutief gehaakt in de Russische zestienmeter. Christopher Samba maaide de Serviër daar duidelijk van de sokken. De bal kon hier zeker op de stip. Moen verwees het paars-witte protest naar de vuilnisbak. Wat denkt u van deze fases? Werd Anderlecht een pad in de korf gezet?

BRON: hln.be

ik hoor je

tergend traag

op de muren teren
en aan mensen vragen
of de muren de verf nog verdragen

de lucht was grijs, en ik
miste
de wolken

Week 1

Was ik blij dat ik eindelijk vertrekken kon!  Na maanden van voorbereidingen, administratie en dus vooral theorie, was het nu tijd voor de praktijk.  De vliegreis was al een avontuur op zich: echt een ervaring om eens in zo’n gigant mee te vliegen, maar na een hele dag en nacht vliegen en kamperen op luchthavens was ik toch blij toen we eindelijk aankwamen in Cape Town.  De ontvangst was heel hartelijk.  We kregen meteen een dikke knuffel van Felicity die oprecht blij was dat we er veilig en wel geraakt waren.  Ook op de campus werden we vriendelijk ontvangen door onze ‘hostmom’, dewelke ik nog het best kan vergelijken met een soort kotmadam.  

Het duurde echter niet lang vooraleer we kennis maakten met het eerste en meteen ook grootste culturele verschil tussen ons gastland en het nu verre Belgenland: alles gaat hier heel erg traag.  We hebben nog geen internet, telefoon of auto en het is erg onduidelijk hoe lang het zal duren voor bijvoorbeeld het internet in orde gebracht zal worden.  Normaal gezien zouden we vandaag (zondag 8 februari) met onze ‘hostmom’ een auto gaan zoeken.  Ze zei gisteren ook dat er een Hollandse jongen zou arriveren die in mijn kot zou verblijven.  Niks van dat alles is uitgekomen, een voorproefje van de Afrikaanse ‘we-zullen-wel-zien-mentaliteit’.

Het zou nog tot zaterdag duren vooraleer we een auto gevonden hadden. De eerste week zaten we dus eigenlijk zo goed als vast op de campus.  Die hebben we dus grondig kunnen verkennen.  Ik ontmoette twee Zuid-Afrikanen in de refter, eigenlijk een soort cafeetje waar onder andere een kicker staat en waar je eten en drinken kan kopen.  We hebben toch zeker een half uur gebabbeld, vooral over onderwijs en ‘ontwikkelingshulp’. Zelf waren ze afkomstig uit het meer rurale deel van Zuid-Afrika, en het is dus eerder uitzonderlijk dat mensen van die streken les volgen op een universiteit.  Het was niet altijd even makkelijk om hun Engels te begrijpen, maar ik veronderstel dat we dat snel gewoon zullen worden.  Ook ontmoetten we een heleboel andere internationale studenten, twee Finnen, twee Duitsers en nog twee Belgische meisjes.  Stuk voor stuk erg fijne mensen!

Dinsdag woonden we een course bij over internationalisering.  Het ging vooral over hoe er het best kon samengewerkt worden en op welke manier beide partijen daarvan de vruchten kunnen plukken op lange termijn.  Ik vond het erg interessant om te zien hoe wijzelf eigenlijk de kleinste pionnen zijn binnen een erg groot en georganiseerd samenwerkingsverband tussen België en Zuid-Afrika.  Het plaatste ons hele project in een ruimere context.

Vrijdag bezochten we voor het eerst ons schooltje.  Ik was in zekere zin positief verrast over de infrastructuur. De meesten van de klassen waren al erg kleurrijk en voorzien van posters, tekeningen en dergelijke.  Ook in de gangen waren er op de muren bijvoorbeeld de maaltafels van één tot en met tien geschilderd.  Wel zagen we dat de sportlijnen op de speelplaats (die er dus wel ooit geweest waren) eens een nieuw laagje verf konden gebruiken.  Wat me wel opviel was dat de directeur niet erg een duidelijk beeld leek te hebben van wat we nu exact kwamen doen.  Zo wist hij niets af van de projecten, maar ik moet zeggen dat hij erg open stond tegenover al onze voorstellen.

Tenslotte hebben we in het weekend een miniroadtripje gemaakt langs de kust.  We deden dit samen met de andere internationale studenten, met wie het dus erg goed klikt.  Het landschap was echt adembenemend: helderblauwe hemel, de tafelberg omringd door zijn trouwe, witte wolkjes en kilometerslange baaien waar het water tegen de rotsen slaat.  

����

HERINNERING aan HOLLAND

Denkend aan Holland
zie ik ontelbare vierwielers
traag door oneindig
laagland gaan.

rijen ondenkbaar
vol asielzoekers
als bonte slierten
voor den grenzen staan:

en in de geweldige
ruimte verzonken
de moskeeën
verspreid door het land.

vinex-wijken, azc’s
minaretten, lege
kerken en Mc Donald’s
in een groots verband

het journaille beneden alle peil
nieuws wordt er langzaam
tot ranzige, eenzijdige
meningen gesmoord

en in alle gewesten
bepaalt de stem van de rechter
met zijn eeuwige gelijk
wie of wat er wordt vermoord.

Denkend aan Holland
hoor ik in de verte
de achttien doden
van Campert schreeuwen.

rijen ondenkbaar
bekrompen geesten
volgen de leider
ware het bloeddorstige leeuwen

Denkend aan Holland
hoor ik Hanlo’s
wijze woorden
Oote Oote Boe

eeuwig ondenkbaar
altijd onbezorgd
glijdt dierbaar Holland
langzaam naar de afgrond toe.