the grond

Happy New Year!
  • Swiss German: Guets Neus!
  • French: Bonne année!
  • Italian: Felice anno nuovo!
  • Rumansh: Bun di, Bun onn!

Ge blijft het ontkennen, maar ‘s morgens staat ge op met een zwaar hart. Het maakt niet uit wat ge doet, lichter wordt het niet. Ge zou het bijna willen schreeuwen van de daken - praten, huilen, lachen en wanhopig roepen. Maar ge zegt niets, ge doet alsof alles nog steeds op z’n pootjes staat. Terwijl gij u afvraagt of ge ooit wel van de grond bent geraakt.

Veel geluk
Veel geluk

Beste jij,

Geen ‘lieve’ want dat zou alles heel genant maken.

Dus, dit was het dan. Jij praat niet meer, jij praat eigenlijk al heel lang niet meer. Ik dwing je om te praten en je vindt mij vervelend, misschien om die reden, misschien ook niet. Het is overduidelijk dat je mij vervelend vindt, in ieder geval.

Het spijt me dat ik ooit in je leven ben terechtgekomen. Het spijt me dat ik zoveel tegen je heb gepraat. Ik wil voor alles sorry zeggen maar ik ga geen sorry zeggen voor het feit dat ik iets voor je voel.

Het is vier minuten over tien in de avond en ik zit hier op de grond te vechten tegen mijn tranen met mijn laptop op schoot en een pak koekjes naast me (die er deze avond echt aan moet geloven).

Ik wil absoluut niet jaloers zijn maar ik ben het wel. Ik ben vreselijk jaloers. Ik gun het je zo erg, de liefde. Ik gun het je echt. Maar ik gun het je niet met haar. Dit gezegd te hebben, kan ik me er wel bij neerleggen maar het zal nooit meer hetzelfde worden.

Jij bent verder gegaan en ik denk dat je dat al gedaan hebt vanaf het moment dat we stopten met praten een x aantal maanden geleden. Ik kon nooit echt verder omdat jij continu in mijn hoofd zat. Continu bleef je rondjes lopen en mijn dagen verstoren. Ik heb het geprobeerd en ik moet het nu echt loslaten en verder gaan met mijn leven. Het is het allemaal niet waard.

Beste jij,
Was dit het dan? Ga je echt niet meer tegen mij praten? Ga je dan echt niks meer van je laten horen? Jij gaat verder en dat moet ik nu ook doen, vrees ik. Ik zal je missen als we elkaar niet meer spreken en je moet weten dat ik geen moeite meer voor jou ga doen als jij geen moeite meer voor mij wilt doen - tenminste, dat ga ik proberen.

Beste jij,
Ik gun je al het geluk van de wereld en als jij met haar gelukkig bent, ben ik dat ook. (Dit is een leugen maar dat hoeft niemand te weten).

Beste jij,
Ik hoop je nog eens te spreken als het uit is met je vriendin (Maar het liefst hoor ik nu iets van je. Of morgen. Misschien overmorgen. Gewoon om te laten weten dat je nog aan me denkt, dat ik een bijzonder plekje heb in jouw hart - precies zoals je destijds tegen me zei)

Beste jij,
Dag! Veel geluk.

Ik wil

Ik wil zien, denk ik, omdat ik dat kan, en leven, voluit en gulzig, omdat het toch moet, en ik het maar beter goed kan doen. Ik wil voelen, wind langs mijn oren, zand onder mijn voeten, water, omdat dat fijn is, denk ik. Ik wil horen, vogels die fluiten, zeewater wat stroomt, regendruppels op de grond, omdat ik dan geniet, geloof ik. Ik wil ruiken, mensen naast mij, koffiegeur, omdat dat hoort, vind ik. Ik wil stappen, vooruit, zoeken naar het begin, beginnen, en volhouden. Ik wil durven, leven.

Okay, so I nerdgasmed so hard at this part. Not only does it make the assault on Minas Tirith that much more terrifying that MELKOR’s war hammer is being used as a ram, but it is also almost… touching? Lemme clarify that.

Despite Sauron having grown to such power and infamy, and despite him acting independent of Melkor for thousands of years, and despite him being so tainted and evil, it seems as if he still honors his old master. Well, second master, the first having been Aulë.

One has to wonder how high he really holds Morgoth in esteem when he is essentially on the precipice of subjugating the last real stronghold of resistance in Middle Earth, yet does so in a manner clearly honoring one besides himself. Being so near to conquering the “free people” was something Melkor himself never managed to do (although he did have the Valar actively acting against him, something Sauron does not have to contend with) - so it could be argued that Sauron has surpassed his mentor.

I dunno, I just found this really interesting - specifically that LOTRO made a point of mentioning it so clearly. I think this is one of the first times, if the only time, Morgoth is mentioned in game?

At the end of Valaquenta in The Silmarillion, Tolkien writes:

“In the beginning he was of the Maiar of Aulë, and he remained mighty in the lore of that people. In all the deeds of Melkor the Morgoth upon Arda, in his vast works and in the deceits of his cunning, Sauron had a part, and was only less evil than his master in that for long he served another and not himself. But in after years he rose like a shadow of Morgoth and a ghost of his malice, and walked behind him on the same ruinous path down into the Void.”

Using Melkor’s hammer… is he honoring Melkor, or just using a strong and fearful relic to futher his own ends?

TOLKIEN NERDING. One of the many times LOTRO made me think about this stuff.

Maar je mag best gebroken zijn, dat is helemaal niet verkeerd. Als je goed kijkt zie je bij iedereen wel barstjes, scheurtjes en deukjes. Iedereen is een vaasje, en sommige zijn keihard op de grond gevallen en in duizenden kleine stukjes gebroken. Sommige zijn net op tijd gevangen en hebben geen enkel barstje en sommigen zijn net zo gevallen dat er maar een of twee barstjes in zijn. En het is helemaal niet erg, om gebroken te zijn. Als je maar weer gelijmd wordt door de juiste persoon.
—  (Zinnenverzinzin/Verdorie)
9

Yet with his last and desperate stroke Fingolfin hewed the foot with Ringil, and the blood gashed forth black and smoking and filled the pits of Grond. Thus died Fingolfin, High King of the Noldor, most proud and valiant of the Elven-kings of old.

  • Melkor: Mairon?
  • Mairon: What?
  • Melkor: Where's my armor?
  • Mairon: What?
  • Melkor: Where - is - my - battle - armor?
  • Mairon: I, uh, put it away.
  • [several orcs explode outside]
  • Melkor: Where???
  • Mairon: Why do you NEED to know?
  • Melkor: I need it!
  • [Melkor throws several chests around, finding his armor]
  • Mairon: Uh-uh! Don't you think about running off doing no daring-do. We've been planning this dinner for two months!
  • Melkor: The fortress is in danger!
  • Mairon: My evening's in danger!
  • Melkor: You tell me where grond is, Mairon! We are talking about the greater good!
  • Mairon: 'Greater good?' I am your lieutenant! I'm the greatest GOOD you are ever gonna get!
Ze sloeg, zo hard, tegen haar muur. Haar hand bloedde, zo erg, zo erg bloedde het. Ze keek me aan. Zwarte ogen, huilende ogen, pijnlijke ogen. Ze was bang, denk ik. Was ze bang? Bang en verdrietig. Kapot, op, uitgeput.
Leeg was ze. Het bloed druppelde op de grond, ik keek er naar. Ik keek naar haar. Het bloed, de grond, haar ogen. De grond, haar ogen, het bloed. Adem even. Het is voorbij. Is het voorbij? Adem even.

De liefde is verstikkend en onverdraagzaam. Ze eist alles op.
Ze wil gevoeld worden als geen ander en als ze niet krijgt wat ze wil, dan breekt ze de ramen van je ogen en overstroomt de kelder van je hart. Dan slaat ze het verdriet in je lichaam en nagelt ze de mondhoeken van jouw lach de grond in. Ze is hard voor je hart. En toch is ze alles voor iedereen.

het is weer zo'n zondagavond waar niets mee zit.
alles wankelt onder de bevende grond van stress en verwachting.
zo moe, maar geen zin om te slapen.
Als ik straks wakker word is er weer die maandagochtend, waar alles valt op de bevende grond van stress en verwachting, van school en teleurstelling.
dan is het weer zo'n maandagochtend waar niets mee zit en alles gewoon niet gaat.
—  ik heb hier geen zin meer in
Dag Maan, Van Ster.

Lieve Luna,

Ik noem jou nu maan maar dat klopt eigenlijk niet. Je bent veel verder weg en je komt niet elke avond bij me kijken. Jij bent niet in de lucht maar in de grond, dat heb je zelf zo gewild. Pillen, alcohol en dag: daar ging je dan, de dood in. 2 jaar geleden alweer dat jij dit deed, terwijl ik je smeekte het niet te doen. Terwijl ik tranen liet stromen en angst voelde komen. Het maakte jou niet eens meer uit dat je mij pijn deed.

Toch wil ik graag doen alsof jij de maan bent. Alsof jij op mij schijnt als ik ’s nachts om jou huil en mij aait met jouw manestralen, om me te vertellen dat je nooit weg bent gegaan en ik niet verdrietig hoef te zijn. Misschien, heel misschien, als dat echt zo zou zijn, dat ik geen brok meer in mijn keel zou krijgen bij zelfs al het kleins, zoals dat broodje dat ik ’s ochtends eet en dat jij nooit meer kunt proeven. De stappen die ik zet die jij nooit meer kunt zetten. De dingen die ik zie die jij nooit meer kunt zien.

Want doodgaan, dat is alles verliezen tegelijk. En voor zover ik weet, merk jij het niet eens. In de magisch mooie woorden van Nick Cave: “Your passing is not what we mourn, but the world you left behind”.

Veel brieven heb ik al aan jou gewijd en er stond al duizend keer in hoeveel het mij spijt, maar nog niet één keer heb jij het teruggezegd.

Het leven en de dood, en vooral de combinatie, zijn niet eerlijk. Maar zolang jij zogenaamd mijn maan bent, zal ik zogenaamd jouw sterren zijn.

Dag maan, van ster.

Een brief geschreven door @gevleugelde-woorden. Voorgelezen door mij omdat deze brief nooit uit mijn gedachten is verdwenen. 

J'admire le ciel, lorsque qu'il gronde, qu'il hurle sa douleur, qu'il explose sa peine, qu'il jette la totalité de ses maux sur la terre.
Je l'adore, quand il explose sa colère, parce que moi je ne sais pas faire j'en suis incapable, et je l'envie inlassablement de cette capacité foudroyante.
Moi aussi je voudrais crier, pleurer, pendant des heures, et avoir enfin cette possibilité de dominer ma douleur, de la cracher, de la brisée, de la tordre jusqu'à la casser. J'aimerais vomir ma haine avec des phrases sans fin avec un taux de décibel si élevé que mes lèvres se fissurent, que mes oreilles pleurent. Je souhaiterais hurler au monde que moi non plus je ne me comprends pas, que je ne sais pas moi même pourquoi je suis comme ça, puis leur dire qu'il faut tous qu'on arrête d'être triste aussi.
Je veux balancer mon grand raz le bol de cette vague de dépression, de ces envies de suicide à foison, de ces pleures entre quartes murs, des entailles dans la peau et du sang sur les phalanges! Je veux dire qu'on est pleins, et qu'ensemble on est encore plus.
Je vais gueuler à la routine de foutre le camp, à la tristesse de partir loin, à la haine de pourrir, de crever, de dépérir, aux regrets de s'effacer, de disparaître, aux voix dans les crânes de mourir, brûler, se taire à jamais.
Parce qu'on passe notre temps a attendre un moment pour se rendre compte au final qu'il n'est pas mieux que les autres, on passe notre vie à se dire ça ira mieux demain et à se répéter ça allait mieux hier. Et on appelle ça une vie? Non ça c'est un mensonge, une perte de temps, une grosse blague, une façon de survivre, juste une façon de ne pas mourir!
On fait de nos corps des armes de guerre, robustes, droits et forts, mais les esprits ne sont plus là, ils ne suivent pas, on ne peut pas façonner et muscler ce qu'on ressent, on ne peut pas construire ni même se fixer ou atteindre un objectif, et ça vous démuni de toutes armes, de toute dominance, de toute puissance et de tout pouvoir possible.
Les vraies armes, les vraies forces de la nature, ce sont les malades sur leur lit d'hôpitaux, les enfants atteints de leucémies, les populations qui subissent la famine, les bébés dans les bidonvilles, les orphelins, parce qu'eux, ils n'ont pas de corps, ils n'ont pas de physiques, ils ne sont pas musclés, certains ne peuvent même pas marcher, mais leur moral, leur conscience, leur âme sont remplies d'espoirs et d'envie, de cette force naturelle qui leur permet de rester en vie et de vivre et de sourire, d'accepter, de profiter et d'être heureux.
Elle est là votre arme de guerre, c'est les gens heureux, remplis de joie de vivre et éternels profiteur de ce que cette terre peut offrir, de ce que les moments peuvent apporter.
Et cela parce qu'un jour, ils ont su exploser, comme le ciel le fait. Ils ont mît leurs malheurs en face de leur pauvre gueule et se sont battus, et on crier, hurler, pleurer, frapper dans ce vide immense, et ils y sont arriver, ils ont tout dégager, ils ont viré les impuretés, ont enlevé la crasse de leur corps.
Ils sont repartis, plus forts que jamais, ils ont pris le temps d'accepter ce qui ne pouvait être retirer, et ont compris que la vie n'était pas Forcement question d'avancer, qu'elle est juste question de la vivre, et de faire qu'elle soit fantastique, qu'elle soit inoubliable et qu'elle laisse de traces, des rires, oui, des rires.
Ces personnes là sont remarquables.
On est de ceux qui ne savent pas crier, on est de ceux qui ne savent pas pleurer, et on se pense condamné.
Les orages sont nos espoirs, qu'un jour, nous aussi.
—  ©letempsnaimerajamais