strooms

Een stem

Een stem vanuit een andere kamer zegt tegen een kind
in het lichaam van een man van veertig dat houden van
niet gratis is en helemaal bij jezelf begint.
Het klinkt alsof het de man niet kan bekoren.

Hij schreeuwt iets over stemmen die hij niet wil horen
en dat dokters buitenaardse wezens zijn. Ik lig stil
in de houding die ik me toesta te hebben aangenomen
in een bed dat ruikt naar ziekenhuis. Ik ben thuis.

In een zelfhulpboek stond dat wie tegen de stroom
in zwemt, vanzelf een zalm wordt die ten prooi zal vallen
aan een hongerige beer.
Ik vind van niet.

De verpleegster wijst me er nog één keer op:
dit is geen discussie. Het laatste woord nemende
zeg ik dat binnen mijn persoonlijke ruimte
een meisje mag schuilen, wonen, huilen en blijven.

Op aarde weet ik dat de plek die ik mijn lichaam noem
de juiste locatie is om onvervalst bescheiden te blijven
als ik zeg dat ik niet bestaan kan zonder haar ogen.
Alleen tegen haar zeg ik welkom. De deur staat altijd open.