straat

flickr

Maastricht, Netherlands (by Jan Kranendonk)

Asking for / giving directions in Dutch🔍

Sentences

  • Excuse me - Excuseer, pardon
  • Can you help me, please? - Kan u me helpen, alstublieft?
  • I’m lost - Ik ben de weg kwijt*
  • Is there (a) … here? - Is er (een) … hier?
  • Can you tell me where (the) … is, please? - Kan u me vertellen waar (de/het) … is, alstublieft?
  • Where is (the) …? - Waar is (de/het) …?
  • Which bus / train / metro / … do I have to take to get to … ? - Welke bus / trein / metro / … moet ik nemen om bij … te geraken?

  • It’s there - Het is daar
  • Take the first street on the right - Neem de eerste straat rechts / Neem de eerste straat aan de rechterkant
  • Follow that street until the end - Volg die straat tot het einde
  • Turn left - Draai naar links
  • Continue until the traffic lights - Ga door tot aan de verkeerslichten
  • It’s on your right - Het is aan je rechterkant

Directions

  • Right - Rechts
  • Left - Links
  • Straight ahead - Rechtdoor
  • North - Noorden
  • East - Oosten
  • South - Zuiden
  • West - Westen

Nouns

  • The traffic lights - De verkeerslichten, stoplichten, rode lichten**
  • The highway - De (auto)snelweg
  • The street - De straat, weg
  • The avenue - De laan
  • The alley - De steeg
  • The exit - De afslag***
  • The corner - De hoek
  • The beginning (of the street) - Het begin (van de straat)
  • The middle        “    “       “      - Het midden “     “       “   )
  • The end             “    “       “      - Het einde    “     “       “   )

Adjectives

  • The first (exit) - De eerste (afslag)
  • The second - De tweede
  • The third - De derde
  • The fourth - De vierde
  • The fifth - De vijfde

Verbs

  • To ask - Vragen
  • To be lost - De weg kwijt zijn
  • To follow (a road) - (Een straat) volgen
  • To turn (around) - (Om)draaien
  • To cross - Oversteken
  • To take (the first street) - (De eerste straat) nemen
  • To drive - Rijden
  • To cycle - Fietsen
  • To walk - Wandelen

*: Literally: “I lost the way”
**
: “Stoplichten” literally means “stoplights”. “Rode” lichten are “red lights”.
***: “The exit” can also be translated as “de uitgang”, but that refers to a door where you exit through.
x
Tamara

Zou ge mij vragen hoe het met mij gaat? Ik zou u waarschijnlijk zomaar ‘goed’ zeggen, zoals het hoort. Ik zou u niet vertellen dat ik al nachten niet meer slaap, en ik mij niet kan herinneren wanneer ik voor het laatst een slappe lach gehad heb. Dat mijn twee boterhammen vanmorgen mij een ongelofelijk schuldgevoel gaven voor de rest van de dag. Dat ik midden op straat mijn tranen moest inhouden, gewoon zomaar. Hetgeen wat wij normaal het meeste gelukkig maakt had ik vandaag zelf gewoon genegeerd, ik wou het niet. Ik zou zeggen, het gaat goed, maar alles is al beter geweest.
Soms ben ik jaloers op mensen die niks hebben meegemaakt. Dan zie ik hen over straat lopen of in de aula lachen met elkaar. Waarom kan ik niet zo dom gelukkig zijn alsof er niks mis is met de wereld, alsof er niks mis is met mijn wereld?
—  Dingen waarover ik nadenk om 3 uur ’s nachts.
Dutch Cycling Vocabulary!

Nouns

  • The bicycle - De fiets
  • The handlebars - Het stuur
  • The handles - De handvaten
  • The brakes - De remmen
  • The bell - De bel
  • The gears - De versnellingen
  • The front light - Het voorlicht
  • The rear light - Het achterlicht
  • The front wheel - Het voorwiel
  • The rear wheel - Het achterlicht
  • The tires - De banden
  • The spokes - De spaken
  • The reflectors - De reflectoren
  • The saddle - Het zadel
  • The pedals - De pedalen
  • The chain - De ketting
  • The road - De weg, de straat
  • The bike path - Het fietspad
  • The crossing - Het zebrapad
  • The helmet - De helm
  • The fluorescent vest - Het fluoriserende vest(je)
  • The accident - Het ongeval, ongeluk (Dutch & Flemish), accident (Flemish)
  • The bicycle shop - De fietsenwinkel
  • The bicycle maker - De fietsenmaker

Verbs

  • To cycle - Fietsen
  • To ride - Rijden
  • To steer - Sturen
  • To pedal - Trappen
  • To switch (gears) - (van versnelling) wisselen
  • To turn - Draaien
  • To turn on (your lights) - (je lichten) aanzetten
  • To cross (the road) - (de weg) oversteken
  • To brake - Remmen
  • To reflect - Reflecteren
  • To learn (how to ride a bike) - Leren (fietsen)
  • To be alert - Alert zijn
  • To watch out - Uitkijken, oppassen
  • To look - Kijken
  • To repair (your bike) - (je fiets) repareren
  • To break - Breken, kapot maken

Adjectives

  • Healthy - Gezond
  • Environment friendly - Milieuvriendelijk
  • Safe - Veilig
  • Unsafe - Onveilig
  • Dangerous - Gevaarlijk
  • Broken - Kapot

Sentences

  • I cycle to school every day. - Ik fiets iedere dag naar school.
  • Cycling is healty! - Fietsen is gezond
  • She crossed the road. - Zij stak de straat over.
  • Turn to the right. - Draai naar rechts
  • He learned to cycle. - Hij leerde fietsen.
  • My front light is broken - Mijn voorlicht is kapot
  • Dutch people love cycling! - Nederlandse mensen houden van fietsen!

Hope you like it :)
x
Tamara

Gebroken harten zijn niet mooi. Het is geen poëzie, het is niet opblijven tot vier uur ’s nachts luisterend naar deprimerende muziek. Het is breken in het midden van een drukke straat. Het is het zien van hun gezicht in iedereen die je tegenkomt. Het is je goed voelen voor een aantal weken en dan uit het niets, voel je hun lippen in je nek en hun nagels over je rug, en plotseling stik je in de herinneringen van hun aanwezigheid. Het is het wakker worden van dromen waarin ze terugkomen en schreeuwen in het midden van de nacht, omdat je hart net zo veel pijn doet als een rottende tand.

We moeten stoppen met het romantiseren van pijn. We moeten stoppen met het gebruiken van mensen alsof ze voorwerpen zijn. Een hart is geen sigaret - je kunt het niet gewoon aansteken en uitdrukken als je er klaar mee bent. Doe niet alsof er ook maar iets mooi is aan gebroken harten, want ik zou het zelfs mijn grootste vijanden niet toewensen.