spoetnikliefde

Op dat moment begreep ik het. We waren prachtige reisgenoten, maar uiteindelijk waren we niet meer dan eenzame hompjes metaal, die elk hun eigen baan beschreven.
Van veraf ziet het er prachtig uit, als een vallende ster. Maar eigenlijk zijn we niet meer dan een soort gevangenen die stuk voor stuk zijn opgesloten en nergens heen kunnen. Wanneer de baan van de satellieten een tijdje overlapt kunnen we elkaar aankijken. Misschien kunnen zelf onze harten elkaar raken. Maar dat duurt maar een fractie.
Het volgende moment bevinden we ons weer in volslagen eenzaamheid.
Tot we ooit ergens tot nul uitdoven.
—   Haruki Murakami - Spoetnikliefde