samenstelling

10

De Blauwbloezen. Een hommage door…

Aimée de Jongh / Blutch / Eric Maltaite / Munuera / Olivier Schwartz / e.v.a.

Met 60 albums op de teller en 44 jaar achter de kiezen, werd het blijkbaar tijd voor een ode aan De Blauwbloezen. De heren Raoul Cauvin en Willy Lambil schijnen immers al te broeden op een laatste album, dus de samenstellers moesten zich nog haasten. De Blauwbloezen is de eerste en laatste strip waarin ik het woord onderrug ben tegengekomen als eufemisme voor kont. Zelfs bips was blijkbaar te risqué. Dat tekent de oubolligheid, of laten we zeggen: het familievriendelijke karakter (7 tot 77) van de serie. De humor van Raoul Cauvin is bovendien nooit erg verrassend, eerder vertrouwd, maar dankzij de goede chemie van dit eeuwig kiftende tweetal, blijft het leuk om te lezen. Voeg daar de soepel lopende, op historische feiten gebaseerde verhalen aan toe en je snapt waarom De Blauwbloezen al 44 jaar lang goed verkopen.

De makers die hebben meegewerkt aan dit album hebben allemaal in een min of meer herkenbare Blauwbloezen-stijl gewerkt. Zelfs al zijn sommige bijdragen erg karikaturaal en anderen realistisch. Blutch en Chesterfield zijn in alle incarnaties herkenbaar en Blutch heeft vrijwel altijd dezelfde potsierlijke kinnebak. De verhalen lopen zeer uiteen. Over het algemeen ligt de nadruk, zoals verwacht, op de humor, maar enkele auteurs durven het aan om de nadruk op de duistere kant van een (burger)oorlog te leggen. Eén daarvan is Aimée de Jongh en ze doet dat uitstekend.

De kwaliteit van de verhalen is hoog. Zoals gebruikelijk bij dit soort albums zijn er uitschieters naar beide kanten, maar ik moet zeggen dat ik me bij de meeste verhalen prima vermaakt heb. Het enige waar ik op een gegeven moment wel de buik van vol had, waren de eindeloos terugkerende grappen over Chesterfields zwak voor Mathilde Appletown, maar dat is een minor gripe.