rokje

I.       De vrouwen met zachtrode lippen in bontkragen en panty’s die eindigen in          zwarte hoge hakken, proberen met de pijn van hun stiletto’s de pijn tegen          te gaan die het leven ze geeft.
II.      De schoudervulling van de zacht zwarte jasjes die bij de strakke rokjes                passen, neemt niets weg van het gewicht dat de wereld al maar op hun              schouders plaatst. De riem die hun heupen met de broeken van hun                  pakken bij elkaar houdt, houdt niet tegen dat hun breekbare wereld bij                elke rinkel van de wekker een beetje meer uit elkaar valt.
III.     Dezelfde vingers die in de middag glijden langs een geprojecteerde serie            cijfers, laat je ’s avonds varen door je natte haren die net als je hoofd al              een tijd in de war zitten.
IV.     Je begrijpt hoe één en één twee vormt, hoe vierhonderdzesentwintig en              driehonderdvier samen zevenhonderddertig maakt, en zelfs hoe                           drieduizendvijfentachtig en negenhonderdzevenentachtig optelt tot                     vierduizendtweeenzeventig, maar hoe hij en jij een ‘jullie’ zou moeten                   vormen ben je verleerd.
V.      Op de vraag hoe het met je gaat, antwoord je altijd ‘goed’, en op de vraag          of je nu gelukkig bent met je leven zeg je zonder nadenken ’natuurlijk’,             omdat dat de klanken zijn die je hebt leren nabootsen, maar wat het echt           betekent weet je niet.
VI.     Je bent gekwetst maar stuurt nog steeds kerstkaarten met lachende             ijsberen en pinguïns met vrolijke mutsjes. Van mensen zoals jij liegen zelfs          hun daden.

 VII.    Je sterft dinsdagnacht, onder het waze licht dat je wekker uitkraamt              samen met de boodschap dat het zeven over drie is. De volgende           ochtend word je weer wakker. Je dacht altijd dat nachtmerries je slechts           in het donker beslopen. Zo gaat het elke dag.

Alles is gewoon zo lastig. De prestatiedruk ligt gewoon ontzettend hoog. Er is zo veel keus, iedereen is zo toekomstgericht. Onze hele generatie raakt in soort depressieve wervelvind de wegkwijt, omdat iedereen zo veel bezig is met de nadruk op de toekomst, en niemand daar op deze manier ooit gaat komen.

We hebben zo ontzettend veel keuzes in alles. Als je het aanbod aan opleidingen gaat bekijken weet je van ellende niet waar je moet beginnen. En de supermarkt kom je tegenwoordig ook niet meer uit zonder dat je alle 24 soorten pindakaas vergeleken hebt. Vroeger had je maar één keus. Je ging hetzelfde beroep uitoefenen als je vader of je werd huisvrouw, je hoefde niet je hele toekomst uit te denken en zelfontwikkeling was allemaal niet zo van belang. We hebben gewoon zoveel keus, en we worden steeds veeleisender.

Goed is niet meer goed genoeg. We zoeken naar de perfecte outfit en de ideale opleiding, maar omdat we zoveel keus hebben zijn we bij voorbaat al lichtelijk gedoemd te mislukken. En alles moet maar doordacht zijn. Er wordt blijkbaar van je verwacht dat je op 17-jarige leeftijd je hele loopbaancarrière op papier hebt staan. En dat iedereen dan verbaasd is dat ‘de jeugd van tegenwoordig zo besluitloos en onverantwoordelijk is’. Iedereen verwacht kennelijk dat we ons hele leven al tig keer uitgestippeld hebben en dat succes het belangrijkste is. Maar laten we even niet vergeten dat deze druk misschien wel de hoofdreden is waarom mensen tegenwoordig steeds meer psychische problemen hebben. Waarom word er zoveel van ons verwacht? En waarom zouden we blijven ronddwalen op een denkbeeldig kruispunt terwijl we de onvolkomenheden in het asfalt inmiddels kunnen dromen? Er zijn zoveel verwachtingen en ik ben benieuwd waar dit eindigt. Op deze manier hebben we binnen de kortste keren een maatschappij waarin de hele jonge generatie in bed blijft liggen omdat we niet meer weten of we nu een spijkerbroek of een rokje aan moeten naar school. Is dit dan echt wat we willen creëeren?