regendruppel

Twee jongens en een meisje bekleden het groen van de tweezitsbankjes in de tweede klas coupé van de stoptrein. Het op en neer bewegen van hun kaken neemt naast veroordelingen over een meisje uit hun klas, ook iets mee wat een boterham met kaas geweest zou moeten zijn. ‘Multitasken’ zouden mensen dat noemen die de ergerlijke gewoonte hebben om Engelse woorden vrij te laten indringen in de Nederlandse taal, zoals deskundigen over de Trojaanse oorlog die gewillig het paard van Troje binnenhalen. Hoewel het drietal niet jonger dan ik ingeschat zouden worden, liet ik mijn ergerlijke karaktereigenschap om te zeggen dat ze nog niets van het leven weten op hen los. Mijn ogen worden bij elke harde stemklank uit zelfbescherming en reflex lichtjes dichtgeknepen, zoals bij regendruppels die je op je neus raken; je weet dat ze komen, en toch. Ik vraag me af hoe veel uren je in je leven zou missen door te knipperen, en besluit mijn ogen nooit meer te sluiten maar mijn missie sterft al na vijftien seconden. De gedachte om niet te willen knipperen heeft de tegenovergestelde werking van midden op de trap stil staan omdat je bent gaan nadenken over hoe je nou eigenlijk de trap op loopt. 
Terwijl ik op sta val ik in duizend stukjes.