regendruppel

Halverwege de tuin met mijn rug naar het huis, hoor ik de voordeur dichtslaan en daar staat hij. Verscholen onder de afkapping. Zijn gezichtsuitdrukkingen zegt iets wat ik niet kan begrijpen, niet kan lezen.

“Sorry dat ik je pijn heb gedaan.” Zijn stem hoor ik nauwelijks over de afstand, en langzaam voel ik de ene regendruppel na de andere vallen.

“Dat heb je niet gedaan. Je hebt me niet pijn gedaan.” Ik weiger het toe te geven, dat zal wel het laatste zijn wat ik zal doen.

“Doe dat niet…” Mompelt hij. “Lieg niet tegen me. Ik heb je pijn gedaan, en dat ontkennen helpt je niet. Het helpt je niet met het verdwijnen van de pijn.”

Met zijn handen in zijn zakken kijkt hij door de regen naar me. Langzaam komt het besef binnen, het besef hoe we zo ver zijn gekomen. Hoe we hier nu staan, in zijn voortuin, en hij loopt niet eens door de regen voor me. En ik kan alleen nog maar lachen, want wat anders moet ik doen?

12 mei 2015

Ik stamp hard met mijn blote voeten op de harde tegels buiten. Mijn hoofd opgeheven naar de lucht. Schreeuwend. In de hoop dat er dikke regendruppels naar beneden kwamen zetten met harde onweer. De enige druppels die er kwamen waren die uit mijn ogen.
De zon bleef vrolijk schijnen.

Boos op de wereld. Boos op mezelf. Boos op de mensen om me heen. Boos op de mensen die alles hebben verpest. Voor zichzelf. Voor mij. Gewoon even boos op alles.

Ik stamp nogmaals hard met mijn blote voeten op de harde tegels buiten. Mijn hoofd heb ik laten zakken en ik huil zoals een kleine baby dat doet. Niemand die het merkt. Niemand die het ziet. Niemand die het hoort.