racefietsen

Rotte

door Hans // Soigneur



Het was begin november van vorig jaar. Ik begon aan een rondje Rotte. Bij de Prinses Irenebrug zet ik altijd mijn teller op nul. Vanaf daar zijn er geen stoplichten en kan ik meestal ongehinderd een tijdritje tegen mezelf doen. Na een paar kilometer had ik ‘m in mijn vizier. Een wielrenner die ongeveer vijfhonderd meter voor me fietste. Zeker als je je goed voelt werkt dat als een soort gezonde doping. Langzaam kwam ik dichterbij. Eenmaal achter hem kon ik mijn prooi nader analyseren. Ik schatte hem achter in de veertig. Zijn fiets was vies. Dat kan doorgaans twee dingen betekenen. Dat de persoon in kwestie veel fietst of dat hij niet van schoonmaken houdt. Of allebei natuurlijk. De bouw van zijn benen duidden in ieder geval op het eerste. Ik was gewaarschuwd.

Keep reading

youtube

“132 wielrenners, met o.a. Luis Ocana (Spanje) en Joop Zoetemelk in de gele trui, starten o.l.v. de Franse politie in Scheveningen voor de eerste etappe van de Ronde van Frankrijk. De etappe is opgedeeld in twee delen: van Zandvoort naar Rotterdam en van Rotterdam naar St. Niklaas in België. De renners passeren o.a. Delft en de Heinenoordtunnel.”

PRINSEN
door Femke // Soigneur


Ik vind wielrennen dus echt mooi, maar wat dan precies, dat weet ik niet zo goed. De wedstrijduitslagen boeien me niet. De pakken met al die logo’s vind ik simpelweg lelijk. De renners zijn te dun en ik kan nog geen tien Tourwinnaars opsommen. Maar wat is het dan? Is het het fietsen zelf? Hm. Ja, ik vind het wel leuk… als ik het doe dan. Want dat is zelden tot nooit. Maar ik ben trots als een pauw op mijn Fausto Coppi. Het is een schoonheid. Ik schep er graag over op. En als ik dan ga, dan brengt hij me met verbazend zachte slagen naar waar ik heen wil. En terug.. ik kom altijd weer gelukkig thuis. Maar dat is het niet. Daarvoor fiets ik echt te weinig. Het is abstracter dan dat.

Ik denk dat ik in de categorie ‘liefhebber’ val. Wat ik namelijk prachtig vind aan wielrennen zijn de verhalen. Het is pure heroïek. De sport is eigenlijk niet gemaakt voor gewone mensen, tenminste, zo zie ik het graag. Wielrennen is voor vedettes die pijn kunnen lijden. Afzien. Kapotgaan tot ze bijna sterven en dan op die (voor mij) mysterieuze tweede, derde, vierde adem alsnog hun queeste afmaken. En ik geloof ze ook zo graag, de verhalen, ik vreet het met huid en haar.

Nu moet ik toegeven, ik heb een lichte neiging naar adoratie. Ik doe het graag. Het behaagt mij om iemand op een voetstuk te zetten. Geen idee waarom, het is nou eenmaal zo. Misschien is het een soort vertaling van het verlangen naar de prins op het witte paard die natuurlijk geheel weggeëmancipeerd is (en terecht). Hoe dan ook. Ik heb helden nodig. En ziedaar de link met wielrennen. Hier heb je ze hoor, rijen dik. Pelotons vol. Allemaal overlevenden van hun eigen oorlogen. Overwinnaars van onmetelijke pijnen. Gretige strevers naar dat onbereikbare ‘altijd maar doorgaan’. Goed. Ik draaf door (weer zo’n eigenschap). Maar ik geloof dat ik ‘m zo wel heb kunnen omschrijven. Mijn liefde voor het wielrennen.

Je moet me niet om uitslagen vragen. Aan de praktische details ben ik nog niet toegekomen, ik bleef hangen bij de romantiek. Maar hee, ooit weet ik vast wel wie er gewonnen heeft, of verloren.



Uw Soigneuroise,
Femke

Benarde positie

door Hans // Soigneur



Een blessure. Nooit leuk en zeker niet op die plek. Na enkele weken van ongedefinieerde, zeurende pijn ging ik vanochtend uiteindelijk maar naar de dokter. Er sluipen na verloop van tijd toch nare gedachten je hoofd in. Zekerheid is dan wel fijn. En het moet gezegd: een dergelijke inspectie is een interessante ervaring. Het was de eerste keer en ik hoop het niet heel vaak meer mee te hoeven maken. Bovendien had ik onderweg naar de huisartsenpost de snijdende oostenwind – veroorzaker van een gevoelstemperatuur van minus 15 graden – fors tegen. Met het bekende resultaat. Of zoals de dokter, voordat ik mijn broek liet zakken, droogjes zei: “Dat wordt dan even zoeken.”

Keep reading