perenboom

Geen titel

Een kaartenhuis die jij met je naar alcohol meurende adem kapot hebt geblazen. Als een ongekookte sliert spaghetti ben jij. Je knakt het zo door midden, zoals jij je beloftes hebt geknakt. Rechtopstaand wanneer je ze maakt. Maar zonder ruggengraat wanneer je het in het water gooit. Volgezogen  en moeilijk te pakken. Het heldere water vertroebeld. Als een vieze regenworm kronkelend in de modder van je eigen leugens. Je bent een rotte appel. Mijn ervaringen zwermen als irritante fruitvliegjes om je heen.  Zo makkelijk te pletten, als je ze  te pakken krijgt. Maar dat lukt je nooit, rotte appels hebben geen handen. Ik gooi je op een composthoop, zodat je weer vruchtbaar kunt zijn. Dan groeit er een perenboom. Appels lust ik niet meer.