ophangen

Mannenzaken 4. Zo hang je een schilderij op

Zo hang je een schilderij op

Een schilderij ophangen moet met evenveel zorg gebeuren als het schilderen van de afbeelding zelf.

External image

  1. Kies een geschikte plek. Hang een klein schilderij niet aan een grote, kale muur. Probeer de lijst zo op te hangen dat hij aansluit op de lijnen van het meubilair of de ramen (een langgerekte lijst past bijvoorbeeld goed boven een driezitsbank). Geef een schilderij de ruimte.
  2. Houd een lijst tegen de muur op de plek waar hij komt te hangen en geef op de muur met een potlood de bovenkant aan. Zorg daarbij dat het midden van het schilderij zich op ooghoogte bevindt.
  3. Kies een geschikte spijker of haak. Bij een kleine lijst kun je deze gewoon in de muur slaan, maar bij het ophangen van een grotere, zwaardere lijst moet je zeker weten dat de muur op deze plek stevig genoeg is. Houten balken kun je lokaliseren met behulp van een hout/metaaldetector. Gebruik, vooral bij stenen muren, pluggen voor meer grip en een betere verdeling van het gewicht.
  4. Meet de afstand van de bovenkant van de lijst tot het ophangpunt aan de achterkant. Als het een draadsysteem is, moet je de draad eerst goed strak omhoogtrekken.
  5.  Meet vanaf de markering op de muur dezelfde afstand naar beneden en geef ook deze plek met een potlood aan.
  6. Hamer de spijker op de laatst aangegeven plek in de muur of boor hier een gat.
  7. Hang de lijst op en kijk of hij recht hangt.
Intimiteit

Het was even stil geweest, een soort stilte dat alleen kon vallen in een telefoongesprek. Ik bedacht me hoe vreselijk ik bellen eigenlijk vond. “Ik vind bellen echt afschuwelijk,” zei ze, en ze lachte kort. “Ik ook,” zei ik, en ik lachte met haar mee. “Zullen we ophangen?” vroeg ze. Ik knikte, maar dat kon ze niet zien. “Is goed, ja. Tot snel, dan. Doei!” zei ik, en toen was ze weg. Met mijn telefoon in mijn hand dacht ik na over intimiteit, en hoe het zich soms kon verstoppen in met iemand bellen terwijl je daar normaal gesproken een hekel aan had. Vroeger had ik intimiteit opgevat als iets fysieks, iets wat toenam naarmate je verder ging met elkaars lichaam. Mensen die elkaar in hun kwetsbare naaktheid hadden gezien, wisten wat intimiteit was.

Gaandeweg was ik erachter gekomen dat een naakt lichaam zien en aanraken geen garantie hoefde te vormen voor verdere gedeelde ervaringen, en dat alle lichamen min of meer onderworpen waren aan dezelfde strenge kaders. Binnen de kaders was er genoeg variatie, maar een lichaam bleef een lichaam. Heel anders was het om iemand zo hard te zien lachen ze zich verslikte in haar koffie, om te kijken hoe iemand struikelde over haar eigen voeten. Intimiteit zat in de stiltes die iemand liet vallen in een gesprek, in het praten met volle mond, het verliezen van het zorgvuldig opgebouwde laagje lak over het blote karakter. Intimiteit was voor mij veranderd in het mee mogen maken van kleine, typische kenmerken. De dingen die anderen niet te zien kregen, of waar anderen nooit goed op hadden gelet.