nationality:dutch

Vocabulary list Dutch - English: time

De maanden van het jaar - the months of the year

Note: unlike in English, months aren’t written with a capital letter in Dutch.

  • Januari - January
  • Februari - February 
  • Maart - March
  • April - April
  • Mei - May
  • Juni - June
  • Juli - July
  • Augustus - August
  • September - September
  • Oktober - October
  • November - November
  • December - December
De dagen van de week - the days of the week

Note: unlike in English, days aren’t written with a capital letter in Dutch.

  • Maandag - Monday
  • Dinsdag - Tuesday
  • Woensdag - Wednesday
  • Donderdag - Thursday
  • Vrijdag - Friday
  • Zaterdag - Saturday
  • Zondag - Sunday

Tellen tot 20 - counting to 20

  1. één - one
  2. twee - two
  3. drie - three
  4. vier - four
  5. vijf - five
  6. zes - six
  7. zeven - seven
  8. acht - eight
  9. negen - nine
  10. tien - ten
  11. elf - eleven
  12. twaalf - twelve
  13. dertien - thirteen
  14. veertien - fourteen
  15. vijftien - fifteen
  16. zestien - sixteen
  17. zeventien - seventeen
  18. achttien - eighteen
  19. negentien - nineteen
  20. twintig - twenty

Verder tellen - counting further

0 - nul - zero
30 - dertig - thirty
40 - veertig - fourty
50 - vijftig - fifty
60 - zestig - sixty
70 - zeventig - seventy
80 - tachtig - eighty
90 - negentig - ninety
100 - honderd - one hundred
200 - tweehonderd - two hundred
1000 - duizend - one thousand
2000 - tweeduizend - two thousand
1 000 000 - één miljoen - one million
1 000 000 000 - één miljard - one billion

(to say 21, you say eenentwintig (one-and-twenty), each number follows this pattern)

De seizoenen - the seasons

Lente - spring
Zomer - summer
Herfst - autumn/fall
Winter - winter

Algemeen - general

  • De datum - the date
  • De kalender - the calendar
  • De leeftijd - the age
  • De eeuw - the century
  • Het decennium - the decade
  • Het jaar - the year
  • De maand - the month
  • De week - the week
  • De dag - the day
  • Het uur - the hour
  • Het kwartier - the quarter of an hour
  • De minuut - the minute
  • De seconde - the second
  • De ochtend; de morgen - the morning
  • Vanochtend; vanmorgen - this morning
  • De voormiddag - before noon
  • De middag - noon (and often also used referring to the afternoon)
  • Vanmiddag - this (after)noon
  • De namiddag - the afternoon
  • De vooravond - the early evening
  • De avond - the evening
  • Vanavond - this evening
  • De nacht - the night
  • Vannacht - this night
  • Middernacht - midnight

  • Eergisteren - the day before yesterday
  • Gisteren - yesterday
  • Vandaag - today
  • Morgen - tomorrow
  • Overmorgen - the day after tomorrow

Bijvoeglijke naamwoorden - adjectives

  • Laat - late
  • Vroeg - early
  • Vorig - last; previous
  • Volgend - next
  • Lang - long
  • Kort - short
  • Snel - quick; fast
  • Traag - slow
  • Antiek - antique
  • Futuristisch - futuristic
  • Toekomstig - future
  • Vroeger - in former times; earlier
  • Later - later
  • Constant - continuous
  • Dagelijks - daily
  • Wekelijks - weekly
  • Maandelijks - monthly
  • Jaarlijks - yearly

I maybe want to make a post explaining how to say the date and time in Dutch but I’m not gonna put effort in it if no one is going to use it, so please let me know if you’d like a post like that and I’ll make one!

Linking Words (Dutch-English)

     Enumeration

  • en - and
  • ook - also, too
  • verder - furthermore
  • bovendien - furthermore, in addition, besides, moreover, what’s more
  • daarnaast - besides, moreover
  • voorts - furthermore, moreover, and also
  • niet alleen…..maar ook - not only…..but also
  • zowel…..als - both…..and
  • noch….noch - neither….nor
  • daar komt nog bij dat - on top of that
  • ten eerste, op de eerste plaats - firstly, first of all
  • ten tweede, ten derde, etc. - secondly, thirdly, etc.
  • ten slotte - finally
  • vervolgens - then, subsequently

     Opposition

  • maar - but
  • echter - however
  • doch - but
  • natuurlijk - of course
  • toch - still, yet, even so
  • daarentegen - conversely
  • integendeel - on the contrary
  • evenwel - as well as
  • enerzijds….anderzijds - on the one hand….on the other hand
  • aan de ene kant….aan de andere kant - on the one hand….on the other hand
  • in tegenstelling tot - unlike, as opposed to
  • desondanks - even so, despite
  • daar staat tegenover - on the other hand
  • niettemin, desalniettemin - nevertheless
  • of(wel)….of - either….or
  • behalve - besides
  • eigenlijk - in fact
  • terwijl - whereas
  • dan - than

     Reason/argument

  • want - because, for
  • omdat - because, as
  • aangezien - since
  • immers - after all
  • namelijk - namely
  • derhalve - therefore, thus, consequently 
  • daarom - as a result, therefore, hence
  • vanwege - due to, because of
  • op grond van - based on, on account of

    Cause- effect

  • doordat - because (of)
  • daardoor - therefore, because of that
  • waardoor - whereby
  • hierdoor - because of this
  • met als gevolg - with the result
  • ten gevolge van - as a result
  • dit is te danken/wijten aan - this is due to
  • de oorzaak hiervan is - the cause of this is
  • zodat - so that, in order to
  • bijgevolg - consequently, subsequently
  • dan ook - therefore
  • dientengevolge - consequently
  • want - because
  • zodoende - hence

    Objective - means

  • opdat - so that
  • om - in order to
  • daartoe - for that purpose, to that end
  • met de bedoeling (om) - through, with a view to
  • waarmee - whereby
  • door middel van - by means of, through
  • met behulp van - by means of, with help from
  • is erop gericht - is aimed to 
  • om te - in order to
  • daarmee - with that

    Explanation/clarification

  • dat houdt in - that means
  • dat wil zeggen - that is, that means, in other words
  • met andere woorden - in other words
  • bijvoorbeeld - for example
  • ter illustratie - to illustrate
  • zoals - like, such as
  • onder andere - among other things

    Example

  • bijvoorbeeld - for example, for instance
  • ter illustratie - to illustrate
  • zo - like, such as
  • zoals - such as, like
  • stel – for example

    Condition

  • als - if
  • indien - if, provided that
  • wanneer - when 
  • mits - provided that
  • op voorwaarde dat – provided that, on condition that
  • tenzij - unless
  • aangenomen dat – supposing that
  • gesteld dat – supposing that

    Relativization

  • hoewel - although, though
  • ofschoon - although, though
  • ondanks dat - in spite of
  • weliswaar - admittedly, certainly
  • tenzij - unless

    Comparison

  • alsof - like, as though, as if
  • evenals - as well as
  • eveneens - also, too, as well
  • evenzeer - equally
  • in vergelijking met – in comparison to
  • net als - just like
  • overeenkomstig – consistent with, in accordance with 

    Summary

  • samenvattend - thus
  • kortom - in short
  • al met al - all in all
  • terugblikkend - in retrospect
  • oftewel – in other words
  • samengevat – in summary

    Conclusion

  • dus - so
  • concluderend – in conclusion
  • dat betekent – that means
  • hieruit volgt dat – it follows that

    Period in time

  • eerst - at first
  • dan - then  
  • daarna - after that, afterwards, next
  • toen - once, back then, when
  • zodra - once
  • vroeger - earlier, in the past
  • voordat - before 
  • tot nu toe - up till now, so far
  • plots, plotseling - suddenly
  • reeds - already
  • al - already
  • wanneer - when
  • terwijl - while, whilst 
  • nadat - after
  • aanvankelijk - initially
  • intussen/ondertussen - meanwhile
Charlie and Lola in many languages

Charlie and Lola is an actually very nice British kids program, with a unique art style and use of language. It has also been dubbed into several languages, some of which are available on YouTube, and it’s around A2 - B1 level.
Note: in some languages there are very few episodes available, unfortunately

Other shows

EDIT: All the links are fixed