kommetjes

1 [… vind je hier …] 21

22. Stel vragen
22.1 in eerste instantie aan jezelf
22.2 dan pas aan de ander
22.3 aan de ander en dan weer aan jezelf, dan weer aan de ander etc.
22.4 aan de ander als je het antwoord niet in zijn of haar ogen ziet
22.5 aan wat achter je ligt: sommige dingen moet je mee nemen en sommige dingen achter laten
22.6 als je bang bent voor het antwoord
22.7 als je de bekende weg denkt te weten 
22.8 wanneer niemand anders de vraag stelt
22.9 aan ouders, broers, zussen, geliefden, onbekenden en aan vrienden, aan al je vrienden, altijd aan je vrienden, vraag vooral aan je vrienden hoe je naar elkaar kijkt en hoe je elkaar ziet en waarom dat zo is en ook hoe het anders kan en of ze met je mee kunnen vragen
22.10 doe het niet alleen
22.11 over wat de ander anders ziet, tot die geen ander meer is

23. Kus
23.1 je vrienden op hun kruinen, hun schouders, wangen
23.2 een onbekende op een feestje niet op de mond maar op de wang voordat je weggaat, opdat je elkaar nooit meer ziet, maar een kus laat dingen achter
23.3 handen - kushanden, de lucht in, blaas het de lucht in - kussen om te vangen of te laten glippen
23.4 een rug - in een meer, zwembad, slaapkamer, open veld, keuken, bed, douch, op een feestje, bank
23.5 met tong, heel lang met tong, doe het rustig, kalm en bezeten en geil en hard en lief en opgewonden en ongeduldig
23.6 kijk de ander aan
23.7 je geliefde altijd als je weg gaat. Doe dat niet vluchtig, neem de tijd, het is een kus die aanhoudt
23.8 alleen op de lippen, lang en rustig, waardoor alles verstilt
23.9 op het voorhoofd, als je het meent

24. Slaap
24.1 soms genoeg
24.2 voldoende
24.3 niet door de dagen heen
24.4 lang wanneer je lichaam op is, slaap heelt verdriet en heelt het boksen van de dagen
24.5 soms met iemand maar dan vooral soms ook alleen
24.6 samen - dat is heel iets anders dan ‘met iemand’
24.7 in treinen, bussen, bedden van vrienden, ouders, hotelbedden, airbnb-bedden, hostelbedden, bedden die geen bed zijn maar een matje, op veldbedden, opblaasbedden, logeerbedden, in tenten, dekenforten, smalle en brede bedden
24.8 met je geliefde alsof het de laatste nacht is dat je samen slaapt: houd vast, kus, kleed uit, raak aan, bekijk, druk huid op huid en probeer wakker te blijven tot het eerste licht of de vogels of het geluid van verkeersdrukte

25. Drink
25.1 in goed gezelschap
25.2 niet te vaak alleen
25.3 of nee, eigenlijk niet alleen, drink maar niet alleen
25.4 behalve als je een hele goede fles whiskey in je bezit hebt
25.5 het betere bier - lees erover
25.6 wijn uit flessen met rare labels

26. Stel meer vragen
26.1 als je ergens mee rondloopt
26.2 omdat je zeker weet dat er nog één vinger extra achter het gordijn kan
26.3 als je daarmee kunt behouden wat je dreigt te verliezen
26.4 aan jezelf

27. Sla je ogen niet naar de grond

28. Pak handen vast

29. Wees niet bang omhelst te worden

30. Wees eerlijk
30.1 en geef meteen toe dat dat best wel moeilijk is
30.2 sterker nog: het is soms verschrikkelijk
30.3 versterk daarmee de ruit in plaats van er een baksteen doorheen te gooien
30.4 besef dat eerlijk iets anders dan oprecht is
30.5 ik bedoel: er bestaan oprechte mensen, maar eerlijke mensen zijn andere mensen
30.6 oprecht is een doel, een staat van zijn, verkeren, iemand kan het belichamen, eerlijk is het middel. Eerlijk kan je dag in dag uit proberen te zijn, oprecht kan je worden
30.7 tegen wie je niet wilt verliezen, niet onnodig wilt kwetsen
30.8 en vergeet niet jezelf soms één op de twintig fouten te vergeven
30.9 maar weet dat voor iedereen eerlijk een andere invulling kent en andersom: jouw eerlijk is anders dan eerlijk voor wie naast of tegenover je staat

31. Lees
31.1 om te leren
31.2 om te zien
31.3 om te begrijpen
31.4 om te voelen
31.5 om ergens anders te zijn, te reizen, deuren open te trappen
31.6 en vraag aan anderen wat zij lezen
31.7 poëzie
31.8 essays
31.9 voor aan vrienden, ouders, geliefden

32. Wacht niet te lang

33. Wees ongeduldig

34. Wees geduldig

35. Duw niet weg en laat je ook niet te snel vallen

36. Ga in de zomer naar buiten als het regent en houd je handen als een kommetje in de lucht, vang het water op

37. Kijk mensen aan
37.1 op straat
37.2 in de bus, de trein, de tram, op de boot, in het vliegtuig
37.3 en vraag de ander jou aan te kijken
37.4 en wees niet bang voor wie er terug kijkt
37.5 als je met iemand slaapt die je liefhebt
37.6 als je vrienden verdriet hebben
37.7 als je vrienden euforisch zijn
37.8 als iets bijna breekt
37.9 zonder met elkaar te spreken

38. Praat minder over jezelf