kom in mijn armen

“Voel je je thuis?” Vroeg ik hem. Hij antwoordde niet dus vroeg ik het hem nog een keer. Uiteindelijk antwoordde hij met “Ik weet het niet, jij?” Ik wist het wel en zei “Nee.” Hij ging rechtop zitten en vroeg “Heb je je wel eens ergens thuis gevoeld dan?” Opnieuw zei ik: “Nee.” Hij begon intresse te tonen, wat toch knap was op een brakke zondag zoals die van vandaag. Hij vroeg: “Waar denk je je ooit thuis te gaan voelen?” Ik keek hem aan en zei na een tijdje nadenken: “Ik denk niet dat mijn thuis gemaakt is van bakstenen, ik denk dat mijn huis twee armen en een glimlach heeft.” Hij keek me aan en glimlachte, ik keek naar hem met een bedenkende blik. Ondertussen opende hij z'n armen en zei: “Kom eens hier!” Ik vroeg “waarom?” Ik wist namelijk niet zo goed wat ik ervan moest vinden, had hem gisteravond net ontmoet. Hij antwoordde nog steeds niet, dus ik zei maar: “Je weet al meer dingen van me dan dat de meeste mensen doen.” Hij ging er niet echt op in en zei alleen: “Kom nu maar gewoon in mijn armen en zeg hoe het voelt.” Ik deed het maar en zei:“Het is het dichtste gevoel bij thuis, denk ik. Wie had dat ooit gedacht?” Hij keek me aan en zei maar één woord: “Ik.” Hij klemde zijn armen nog steviger om mij heen terwijl ik aan hem vroeg: “Je bent niet echt een prater hé?” Hij glimlachte naar me en zei: “Nee, ik zeg genoeg met mijn twee armen en m'n glimlach.”