indo2013

Dag 17

Inmiddels zijn we alweer 3 dagen op Lombok. Om eerlijk te zijn vind ik dit eiland mooier dan Bali. Het is minder toeristisch en de ongerepte natuur doet me denken aan Junglebook. Gisteren was waarschijnlijk een van de (vele) hoogtepunten van de reis. Met de scooter zijn we naar het noorden van Lombok gereden, om daar de mooiste twee watervallen van het eiland te zien. De scooter is het ideale vervoermiddel om het eiland te verkennen. Het gaat veel sneller dan fietsen, en je zweet er ook niet van. Tijdens de rit kwamen we veel Indische kleine kindertjes tegen die met hun armpjes omhoog (bijna krankzinnig) blij Halloooo! naar ons roepen. Mijn theorie is dat ze maar weinig blanken zien in hun dorpjes. Dat bij hun het bijzonderheidsgehalte van een blanke ongeveer gelijk staat als een siamese tweeling bij ons. Dat ze dan ‘s avonds aan tafel kunnen vertellen: ik heb vandaag een blanke gezien. 

Op de kaart leek de trip wel aardig te doen, maar we hebben haast tweeënhalf uur gereden. Eenmaal aangekomen in het dorpje van bestemming (hoog in de bergen), werden we warm onthaald door een man die vroeg of we niet een gids wilden naar de watervallen. We vonden het een hoop geld en een beetje overbodig, dus betraden we het gebied met z’n tweeën. Achteraf gezien was het misschien niet zo gek geweest om te vragen waarom de man ons een gids aanraadde, maar het werd ons snel duidelijk. Om bij waterval 2 te komen moest je namelijk ravijnen oversteken via smalle bruggetjes, door rotsspleten en over cliffen, en toen als klap op de vuurpijl de rivier oversteken over rotsen en gladde keien. Op de blote voeten, want onze slippertjes waren hier niet zo heel handig. Ik vond het heel cool en avontuurlijk, tot ik me bedacht dat ik in mijn handtas mijn geliefde iPhone en camera had zitten. We hebben de oversteek uiteraard overleefd zonder kleerscheuren of natte elektronica. Alle tegenliggers die uiteraard wél een gids mee hadden, waren verbaasd ons alleen en op slippertjes tegen te komen. De waterval was prachtig en er was niemand te bekennen. Na zo’n tocht moest ik er natuurlijk zelf ook een plons nemen. 

Vandaag hadden we het plan om de palmsuikerproductie van Lombok te bekijken. Het was een kort ritje op de scooter, dus waarom niet. Het was wederom een stuk de bergen in. Halverwege begon het zachtjes te regenen, maar daar leek het bij te blijven. Die buitjes van hier stellen ook niks voor, dacht ik nog bij mezelf. Maar nog geen vijf minuten later begon het te gieten, nee, te hozen. We konden gelukkig schuilen langs de kant van de weg, waar een soort hutje was gebouwd van bamboe. Daar hebben we bijna twee uur gestaan, tussen de Indonesiërs die ook aan het schuilen waren. Achteraf bleek dat zonde van onze tijd, want veel droger werd het niet. Toen de laatste Indo’s de regen indoken, raapten wij onze moed ook maar bij elkaar en zijn we weer op de scooter gestapt, richting onze verblijfplaats. De palmsuikerfabriek hebben we nooit gehaald. Op de scooter waren we binnen enkele minuten doorweekt en begon het zelfs te hagelen. Maar ook hier stonden kindertjes wild naar ons te zwaaien en hallo te roepen, dat ik wel moest blijven lachen. Zo doorweekt in de regen waren we nog meer een bezienswaardigheid. Sommige straten stonden zo blank, dat ik zelfs achterop de scooter met mijn enkels door de plassen ging. Van de straat zelf was niets meer te zien, alleen nog maar water.

Het waren weer twee bijzondere dagen. Morgen gaan we een dagje naar de Gili eilanden, die bekend staan om de hagelwitte stranden en de azuurblauwe zee. De foto’s van vandaag en gisteren komen eraan!

“This is a brief life, but in its brevity it offers us some splendid moments, some meaningful adventures.”
-Rudyard Kipling, Kim

One of my favorite things to do on a Saturday arvo is teach English to a few kids in the Laciana community. In the photo above an old hand at the teaching game show’s how to engage the kids.

Dag 25

Hallo allemaal!
Het is inmiddels drie dagen geleden dat we het mooie Lombok achter ons hebben gelaten. Met een shuttlebus zijn we naar de veerboot gebracht in Lembar, die ons in vier uurtjes naar Bali bracht. Op de boot duurde het eerst nog ongeveer een uur voordat alle verkopers hun karrenvrachten bananen, kroepoek, noodles en rijst in puntzakken aan de man hadden gebracht en de boot eindelijk kon vertrekken.
We hebben besloten om de laatste dagen wederom in Ubud door te brengen, maar dit keer het meest luxueuze hotel te boeken dat we maar konden vinden. Na drieenhalve week afzien in kleine, uitgeleefde guesthouses waar de meest wonderlijke schepsels je om de oren vliegen (mijn laatste vondst was een 10cm grote mestkever) vonden we het tijd om de reis af te sluiten in stijl. Momenteel lig ik aan het zwembad waar we van plan zijn de hele middag te blijven liggen met een aantal inspirerende boeken die we hier hebben gekocht. We dineren in restaurants waar je bloemetjes in je haar krijgt voor je aan tafel gaat. Morgen vertrekken we naar Jimbaran, een vissersdorpje vlakbij het vliegveld op Bali. Geert gaat woensdag namelijk al naar Singapore, en ik vlieg een dag later naar Jakarta. Vanaf daar stap ik direct op het vliegtuig naar Amsterdam, met een tussenstop op Abu Dhabi.

8

Op de boot naar Gili-T, het eiland zelf, de schreeuwende leguaan, fluffige kapok aan de boom, 12 moslima’s in een busje en een panorama van Kuta beach, Lombok.

Dag 23

Wàt gaat de tijd hard, het is inmiddels de 23e dag van onze reis in Indonesie. We zijn nog steeds op Lombok en we zijn op de Gili eilanden geweest. We kozen de minst toeristisch en meest lowbudget manier om daar te komen; met de scooter naar de haven rijden en daar een public ferry gepakt. Of nouja, ferry, het was een minibootje waar eerst alle fruit, groenten en andere verkoopwaar werd ingeladen en waar vervolgens de passagiers een plekje tussen moesten zoeken. We zaten aardig volgepropt tussen zo’n 40 Indonesiers. Best knus.
Gili Trawangan (Gili-T, de grootste van de drie Gili eilanden) was precies hoe ik een bountyeiland altijd al had voorgesteld in mn droom: parelwitte stranden, azuurblauwe zee en overal strandtentjes met witte parasollen. Prachtig. Perfect voor een dagje snorkelen en smoothies drinken. Maar wel erg toeristisch, het krioelt er van de blanken. De enige donkere mensen hier staan achter de toonbank of hebben een bezem in hun hand.
Drie dagen terug zijn we naar het zuiden van het eiland gereisd. Dat bleek nog een hele klus. In de Lonely Planet stond dat je met de bus en bemo (een minibusje met twee banken in de laadruimte) heel goedkoop naar het zuiden kon. Van velen hadden we gehoord dat de stranden en omgeving hier nog mooier zijn, dus het leek ons wel een mooi avontuur. Wat we niet wisten is dat we vijf keer moesten overstappen. Van Sengiggi reisden we naar de hoofdstad Mataram, waar we tussen de gebitloze bejaarde locals in een busje werden gebracht naar Praya. Vanaf daar konden we overstappen op een bemo, samen met een man die met me wilde trouwen. Onderweg stapten er nog een stuk of 12 (niet overdreven) gesluierde schoolmeisjes in (de cabine is hooguit 1,5 bij 2 meter). Het eindpunt is Sengol, waar er geen vervoer bleek te gaan naar onze eindbestemming Kuta. Er werd ons aangeboden om achterop de scooter te stappen, maar dat leek ons niet heel praktisch met twee backpacks. Uiteindelijk wilde een tweelingbroer van Wibi Surjadi ons met zijn veel te grote SUV naar Kuta brengen voor 40.000.

Kuta leek op het eerste gezicht een grap: een zanderige weg met geiten , zwerfhonden, stinkend afval overal en met hier en daar een klein winkeltje. Is dit de mooiste badplaats van Lombok? 
De volgende dag zijn we met een scooter de kust afgereden en inderdaad. Prachtige stranden en niemand te bekennen. We hebben een hele middag aan onze “eigen” baai gezeten. Hier in het zuiden schijnt men veel armer te zijn en de natuur is hier gortdroog.
Toen we terugkwamen in de bungalow lag er iets bruins en glibberigs op mijn kleding op mijn backpack. Ik flipte al een beetje, tot ik met de zaklamp op het plafond scheen. Er zat daar een levensgrote tokeh me aan te staren. (Voor de leken: een leguaan die snachts op onverwachte momenten zijn eigen naam schreeuwt). Hij hing daar boven mijn bed en het leukst van alles; hij had op mijn broek gescheten. Gelukkig doet deze homestay aan laundryservice en was de tokeh zelf ook snel verdwenen.
Gisteren dook er een immens grote spin op en laatst hoorde ik muizen rennen. Niet heel comfortabel, maar leuke dingen van deze plek zijn het eten. Voor 63.000 rupiah (4,20) hebben we met zn tweeën als een koning gegeten.
Morgen gaan we weer terug naar Bali, om daar nog een paar mooie dagen te hebben voor ik weer naar Nederland vlieg. We houden contact!

Dag 14

Wat we nou toch weer hebben meegemaakt. Op dag 12 huurden we een scooter om een tripje door de bergen te maken, naar een meer (de Danau Batur om precies te zijn) en de actieve vulkaan Gunung Batur. Halverwege werden we aangehouden: politiecontrole. Niks aan de hand zou je denken, maar Geert zou Geert niet zijn als hij zijn rijbewijs niet vergeten was. We probeerden er nog onderuit te komen door een paspoort te laten zien, maar de tweede oom agent had dat natuurlijk weer door. Tijd voor een boete. Oom agent 1 zei dat men normaliter één miljoen rupiah moest betalen, maar voor ons was het maar 250.000 (ja, ja). Maar toen we het niet gepast hadden was 200.000 ook wel goed. Het geld verdween direct in de zak van oom agent 1 en we mochten doorrijden. Dure grap, maar voor Nederlandse begrippen is een bekeuring van 12 euro een schijntje. De trip naar de berg en het meer waren verder goed geslaagd. Op de terugweg keerden we aan bij een groot terrasvormig rijstveld, die je van alle kanten mocht beklimmen. Toen we eenmaal middenin stonden begon het te regenen, zodanig dat de ingegraven trappetjes veranderden in enorme (gladde) modderheuvels. Het voelde als expeditie Robinson en de modder zat van top tot teen. 

De volgende dag (gisteren) hebben we Ubud verlaten en zijn we verder naar het oosten doorgereisd, naar Padangbai. Het is een klein havenstadje dat leuker lijkt dan het is. Voornamelijk voor duikers schijnt het hier een paradijs te zijn. Verder is het niet meer dan een tussenstop voor reizigers die hier de oversteek naar Lombok willen maken.
Maar, wel dus de perfecte plek om verse vis te bestellen. Dit deed ik gisteravond dan ook, en ik kreeg een bord met rolletjes bananenblad. Daar binnenin zaten stukken vis, en hééét. Maar wel lekker. Geert en ik gaan steeds Indischer eten. Laatst bestelde hij ergens een bepaald soort bubur (indisch papje) en de mensen stonden versteld van zijn goede uitspraak. Ha. Dingen die we naast bubur kacang ijo ook bestellen, zijn rudjak manis, sajoer lodeh, rendang en es teller. Dat klinkt wel he?

Geert gaat ook steeds meer los met afdingen. Zo is het appartement waar we nu verbleven 150.000 per nacht, maar na wat onderhandelen is het uiteindelijk 130.000 geworden met ontbijt (zo’n 4 euro pp). Vandaag, dag 14, hebben we bij het strand gezeten. Morgen vertrekken we met Pastboat (Indonesiers kunnen de F niet uitspreken) naar Lombok. We zijn benieuwd.

Dag 11 - nooit meer naar huis

Daar ben ik weer. Inmiddels is dag 11 alweer bijna afgelopen, en ik wil nooit meer naar huis. Op Sanur zijn we op de laatste dag met de scooter naar het zuiden van Bali gereden. We kwamen uit op Padang Padang Beach, een van de (naar het schijnt) mooiste surfstranden van Bali. Daar is geen woord over gelogen, maar de golven zijn te sterk om te kunnen zwemmen. Wel veel Australische surfdudes gezien.
De volgende dag (gisteren) hebben we Sanur achter ons gelaten en zijn we doorgereisd naar Ubud. Ubud ligt in het binnenland van Bali en dus geen strand te bekennen, maar och jongens wat is het mooi. Het is er erg artistiek en cultureel; kunstenaars maken en vertonen hier hun schilderijen, batik, houtsnijwerken en nog veel meer moois. Ook is hier de film Eat, Pray & Love opgenomen. Ubud is een plaatje maar heeft ook iets jungle-achtigs en je zit midden tussen de rijstvelden. We verblijven in een soort bungalow, een beetje afgelegen van de drukke straatweg. Vanmorgen zijn we naar het Monkey Forrest Sanctuary geweest, aan het einde van de straat. Het is een bos met ontelbaar veel aapjes die gewoon loslopen. Ik was letterlijk nog geen twee minuten binnen of er zat al een aap op mijn hoofd. Best bijzonder bleek later, want eigenlijk komen de apen alleen op je zitten als je bananen bij je hebt. 

In de middag hebben we een wandeling gemaakt naar de rijstvelden. We hebben ons laten vertellen dat we een rondje konden lopen van anderhalf uur. Blijkbaar hebben we ergens een afslag gemist, want we hebben er minstens drie uur over gedaan. Halverwege hielden de zandpaadjes op en liepen we door het bos over een drukke geasfalteerde weg met enorme bergen. Er leek geen eind aan te komen; het laatste stuk ging ik bijna kruipend de berg op. Maar het was het zeker waard, de foto’s volgen nog. 

Dag 8

Selamat malam! Ik ben inmiddels al een week in Indonesië en het gaat super. Nog geen enkele keer ziek of aan de rees geweest. Ik drink dan ook cola bijna medicinaal, maar dan heb je wel wat. Volgens mij ben ik gemaakt voor dit land.
Nadat we woensdag met de boot aankwamen op Bali hebben we nog ruim 4 uur in de bus gezeten naar de hoofdstad Denpasar. Rond middernacht kwamen we daar aan in het busstation en hebben toen een taxi gedeeld met drie Duitse jongens die we tijdens de reis hebben ontmoet. Lekker krap met z’n vieren achterin en vijf enorme backpacks reden we zo’n twee minuten maar de eindbestemming, maar de taxichauffeur heeft ons mooi het dubbele van de gebruikelijke prijs laten betalen. Weer wat geleerd: volgende keer eerst uitzoeken hoe ver je eindbestemming is en wat daarvoor de normale prijs is..
Inmiddels was het half 2 toen we de stad indoken voor een (ietwat laat) avondmaal met onze Duitse vrienden. We kwamen uit bij een 24uurs markt voor locals, waar veel bijzonder voedsel werd verkocht. Weer eens wat anders dan de standaard toeristische nasi goreng.
De volgende dag zijn we doorgereisd naar Sanur, per bemo (een soort gammel busje met bankjes in de laadruimte). Sanur is een levendig stadje en een goed alternatief voor de partystad Kuta. Als echte Hollanders hebben we eerst een aantal guesthouses bekeken en kwamen we uit bij eentje van 130.000 met ontbijt (omgerekend zo’n 4 euro pp per nacht). Prima deal, dus hier blijven we nog een paar nachten.
Je kunt hier heel luxueus op de boulevard latte’s drinken, maar ook met de plaatselijke bevolking authentieke hapjes uitproberen. Superleuk. Over een aantal dagen gaan we naar Ubud. Sampai bertemu lagi!

Dag 6

Daar ben ik weer. Zoals ik in de vorige update schreef hebben we een lange reis gemaakt naar Bromo in een minibusje. Geert en ik mochten voorin naast de bestuurder zitten. Ik heb mn ogen uitgekeken. Waar we in Nederland alleen toeteren om ons ongenoegen te uiten naar andere automobilisten, kan hier een toeter werkelijk van alles betekenen. Er wordt hier getoeterd bij het wisselen van rijbaan, bij het inhalen, naar iedere willekeurige brommer, en gewoon als de chauffeur er zin in had. Het laatste gedeelte van de reis moesten we in een monstertruck achtige vuilniswagen, stijl omhoog de bergen in. Wat een avontuur!
Vanmorgen zijn we om 5 uur opgestaan om een wandeling naar de top van de Bromo vulkaan te maken. De omgeving was prachtig, we liepen over een uitgestrekt kraterlandschap met een sprookjesachtige mist. Uiteindelijk begon de stijle tocht naar boven, die me toch wel zwaar viel op mn nuchtere maag. ‘Gelukkig’ was daar weer zo’n verkoper en mocht ik het laatste gedeelte te paard naar boven. Vanmiddag zijn we met de bus weer opgehaald om onze reis te vervolgen naar Ketapang, waar we oversteken met de boot naar Bali! Wordt vervolgd!

Na een busrit van 11 uur zijn we dan eindelijk aangekomen in Bromo! Het is al donker, en zo hoog in de bergen heel koud. Morgenochtend gaan we hoger de bergen inwandelen naar de Bromovulkaan. Maar nu eerst: eten en indische bieries klappen.

Dag 5

Wat is Indonesië een onwijs mooi land. Vandaag is onze laatste dag in Yogya, morgen vertrekken we richting Oost-Java naar de Bromo vulkaan en omgeving. Vanochtend zijn we om 4.00 (!) uur naar de Borobodur geweest om de zonsopgang daar te bewonderen. Op zich is vroeg opstaan best een goed idee, omdat om klokslag 4.00 uur het ochtendgebed begint. De eigenaar van dit guesthouse vond het kennelijk een geinig idee om een luidspreker bij ons op de gang te plaatsen, waardoor je om 4 uur rechtop in bed zit met het idee dat er een man voor de deur staat te zingen. Voor zover je deze uitingen van klanken onder zingen mag verstaan. Toen we aankwamen bij de Borobodur was het al licht, dus ik ben in noodsnelheid naar de top geklommen. Het uitzicht was letterlijk en figuurlijk adembenemend. Het was iets bewolkt, maar met mist is het uitzicht heel sprookjesachtig. Foto’s volgen.

De Lonely Planet is hét handboek voor backpackers. Dat is duidelijk te merken aan de guesthouses die volgeboekt zijn en restaurants die krioelen van de toeristen, omdat de Lonely Planet die heeft aangegeven als ‘aanrader’. Gisteravond zijn we wezen eten bij zo’n aanrader, maar ik vond het niet zo Indisch als de LP ze er credits voor geeft. De rijst serveren ze met blaadjes sla en mes en vork. Het was ook een kleine portie, dus toen we klaar waren zijn we gewoon naar het volgende restaurant gegaan. Uiteten gaan kost hier een paar euro’s. Live as a king is het motto van Geert, dus daar leven we naar.