hoogtevrees

youtube

Echt. Ik heb geen hoogtevrees maar hiervan schijt ik in mijn broek!

via @renierchr

Heeft een Opperdoezer Ronde last van hoogtevrees... ?

Heeft een Opperdoezer Ronde last van hoogtevrees… ?

Opperdoes – De Opperdoezer Ronde gaat de lucht in. Het beroemdste Westfriese piepertje is klaar om geoogst te worden. De KLM heeft vandaag het eerste kistje in ontvangst genomen. Topkok Jonnie Boer maakt er exclusieve gerechten van voor de VIP-gasten van de vliegmaatschappij. Dirk Zwaan van de Opperdoezer telersvereniging steekt wat aardappelen uit grond. Hij is ‘bar bloid’ met het contract. “Dit…

View On WordPress

Hoogtevrees bij de Noord/Zuidlijn roltrappen?

Hoogtevrees bij de Noord/Zuidlijn roltrappen?

In de rubriek ‘Vraag van de volger’ gaan we uitgebreid in op een prangende vraag van een volger. Deze keer geven we antwoord op de vraag ‘Schrikken de lange roltrappen bij de Noord/Zuidlijn de reizigers niet af?’, gesteld door Reinder Rustema. Hoofdarchitect Noord/Zuidlijn Jan Benthem en voorlichter Duco Vaillant geven antwoord.

Hoogtevrees
Hoeveel mensen hebben last van hoogtevrees? Duco:…

View On WordPress

Watch on blog.jeroenapers.nl

Peertje vervangen op een zendmast

Iets groters

Maarten en Richard zaten in de hoek van het café en lieten elkaar zien wat ze deze week hadden geschreven. Ze begonnen met het verhaal waar Maarten vier lange nachten aan gewerkt had. Richard liet zijn ogen over de uitgeprinte bladzijdes glijden en zei al snel dat een verhaal over een zeemeeuw met hoogtevrees veel te flauw was. De zinnen liepen niet en het taalgebruik was niet consequent genoeg. Bovendien sprak de verbeeldingswereld van een getroebleerde zeemeeuw niet of nauwelijks tot de verbeelding.
‘Wat heb je nog meer geschreven?’, vroeg Richard terwijl hij zijn biertje op een volgeschreven pagina legde.  
‘Alleen openingszinnen’, zei Maarten, ‘losse beginnetjes.’
‘Laat maar horen.’
‘Het is nog niks.’
‘Ik wil het horen.’
‘Goed dan. Ik ken er eentje uit mijn hoofd: ‘Op 15 januari 1957 brandde de sigarenzaak van de familie Koster af.’’
‘Dat was het?’
‘Ja.’
‘Klinkt als het begin van een historische roman.’
‘Ik heb er nog eentje.’
Maarten pakte zijn mobieltje uit zijn broekzak en las de zin die hij verleden week in zijn notities had gezet.
‘De sigarenzaak is nu een kledingwinkel.’
‘Te sentimenteel’, zei Richard, ‘je bent Wim Sonneveld niet.’
‘De laatste dan.’
‘Ik luister.’
‘Het meisje van de sigarenzaak droeg donkerbruine cowboylaarzen.’
Richard schudde zijn hoofd. ‘Nee. Dit is het ook niet. Wat heb jij trouwens met sigarenzaken?’
‘Geen idee. Ik moet toch ergens mee beginnen.’
‘Je hoeft helemaal niks. Schrijven is geen verplichting.’
‘Weet ik. Maar op een gegeven moment wil ik iets op papier zetten.’
‘Waarom?’
‘Nou, ik wil een verhaal schrijven.’
‘Waarom?’, vroeg Richard dwingend.  
‘Eh… nou… ik wil mensen graag… ik wil iets doorgeven…’
‘Een boodschap?’
‘Nee, geen boodschap. Absoluut geen boodschap. Eerder een gevoel. Het lijkt me fijn als mensen zich in mijn personages herkennen.’
‘En daarvoor heb je een sigarenzaak nodig?’
‘Het leek me een aardig uitgangspunt.’
‘Weet je wat’, zei Richard. ‘Je zou eens met je eigen leven moeten beginnen. Schrijf over dingen die je meemaakt. Liefdesverdriet. Feestjes met vrienden. Dat soort dingen. Een pathetisch jankstuk is altijd nog beter dan een zielloos kutverhaal over een sigarenzaak.’

Met die woorden in zijn achterhoofd, verliet Maarten het café en liep hij richting zijn kamer om wat over zijn eigen leven te schrijven. Hij woonde op de bovenste verdieping van een grachtenpand en had uitzicht op de boulevard, de woonboten en de rivier die net voor de stad een grote bocht maakte. Soms, als hij naar de meeuwen en de passerende containerschepen keek, vroeg hij zich af of de vlakke straten en velden wel aan hem besteed waren. Misschien moest hij er nog achter komen dat hij eigenlijk een schipper was. Dat zou in ieder geval zijn blijvende honger verklaren. De honger die hij voelde als hij opstond en naar buiten keek. De honger die met geen feestje, vrijpartij of afgerond verhaal te verzadigen was.

Hij ging aan zijn bureau zitten en pakte een schrift waarop hij een paar eenvoudige poppetjes droedelde. In de loop van de jaren was hij tot de conclusie gekomen dat er geen enkele manier was om de nodige inspiratie op te wekken. Door het bos wandelen hielp niet en van musea werd hij alleen maar ongelukkig. Hij dacht aan het advies dat zijn beste vriend hem vanmiddag had gegeven: de focaliserende zeemeeuw laten varen en gewoon over je eigen leven schrijven. Nu hij naar de misvormde figuren op het schrift staarde, leek het de moeilijkste opdracht die hij ooit gekregen had. Over liefdesverdriet kon hij weinig kwijt: de laatste vrouw die zijn hart had gebroken was destijds nog een meisje. Naar feestjes ging hij niet omdat de harde muziek en de felle lichten hem onrustig maakte. Wat overbleef was de rivier waarop hij uitzicht had. De rivier die hem naar iets groters liet verlangen.

Na twee uur lachende zonnetjes te hebben getekend, besefte hij dat het verhaal dat hij wilde schrijven niet zomaar uit zijn pen zou rollen. Maar de mouwen opstropen was ook geen optie. Hij was te moe om als een noeste arbeider aan de slag te gaan. Het begon te schemeren en Maarten kreeg ontzettend zin in een sigaret. Met een peuk tussen zijn lippen daalde hij het trappenhuis af. Toen hij de voordeur opende en de frisse avondlucht naar binnen woei, stopte hij zijn sigaret weer in het pakje en liep hij rechtstreeks naar de rivier.

Hoewel de ijzige wind zijn ogen waterig maakte, had hij eindelijk het gevoel dat hij alles helder zag. Hij schopte zijn schoenen uit, knoopte zijn overhemd los, trok zijn broek omlaag en liep in zijn grijze onderbroek het water in. De haartjes op armen stonden strak omhoog. De kou leek alle onstuimige gedachtes weg te jagen. Wat hij met zijn leven wilde lag niet langer voor hem, maar omvatte nu zijn hele lichaam. Een paar stappen verder bleef hij stilstaan. Hij stond inmiddels tot zijn navel in het donkere water.

In de verte vaarde een containerschip. Aan de flanken van het gevaarte ontstonden kleine golfjes die zijn kant opkwamen. Het water kletste tegen zijn buik. Maarten hief zijn hoofd omhoog en zag een vlucht zeemeeuwen steeds dezelfde rondjes vliegen. Hij probeerde een naderende golf te vangen en wist het zeker: hier wil ik zijn. Hier hoor ik bij iets groters.