haar haar haar ik wil het aanraken

Het meisje in de trein

Ze lachte nét iets te lang naar me toen ze op de stoel tegenover me neerplofte. Haar diepblauwe ogen sneden dwars door mijn zelfverzekerdheid heen en ik kreeg geen milliliter zuurstof meer door mijn keel. Ik wilde het litteken op haar pols graag aanraken en haar vertellen dat alles wel goed komt; dat ze het niet alleen hoeft te doen. Ik wilde haar zeggen dat ze ongelofelijk mooi is en dat ik haar wil laten zien wat de wereld te bieden heeft. Ik wilde haar vertellen dat er meer is dan die voorgekauwde waarheid die de maatschappij altijd predikt. Ineens drong de schelle stem van de machinist door mijn gedachtes heen. We naderde het centraal station en de trein remde af. Jij pakte haastig je tas en keek me nog heel even aarzelend aan. Ik vraag me soms nog steeds af waar je toen zo vlug heen moest.