grijs

Who is Wodan?

He is the raging one
The battling one
The ruling one

Grey of hat
Grey of beard
Grey of face

One-eye
Knower of runes
Won by sacrifice

Riding his horse
Wolves at his side
Ravens above him

We met in a dream
And never said goodbye

Wie is Wodan?

Hij is de woedende
De strijdende
De heersende

Grijs van hoed
Grijs van baard
Grijs van gelaat

Eenoog
Kenner van runen
Gewonnen door offers

Rijdend op zijn paard
Wolven aan zijn zijde
Raven boven hem

We ontmoetten elkaar in een droom
En namen nooit afscheid

/

Ik zoek het grijs in alles
Want waar ik ook ben
Ik huil of lach
Zwart wit is alles wat ik ken

Ik probeer het midden te vinden
Me niet te binden
Aan wie ik wil dat ik ben

Maar elke keer als ik val
Val ik hard
Elke keer als ik denk dat het wit is
Blijkt het toch het donkerste zwart.

Wij zijn van die doorgewinterde mensen. We zien de kriebels van het leven, maar ook hoe zij eraan onderdoor gaan. Rond onze middel hebben wij een rode band voor de kunst van het overleven. De tactiek om onze tegenstander van ons af te werpen zit als een reflex in ons brein gegraveerd. Wij leren om door de bakstenen van anderen te breken, maar die van onszelf breken met blote handen blijft een oefening. Jij hebt al gedacht dat je Louis XIV was, en ik dacht ooit dat ik nog een slechter mens dan Hitler was. Wij zijn getraind in zwart-wit, maar ondertussen weten we ook dat er veel meer dan vijftig tinten grijs zijn. Wij zijn van die mensen die het leven stuk voor stuk proberen te begrijpen, maar die ondertussen beseffen dat onze kennis van het leven niet hoger dan graad nul kan gaan. Wij gaan en wij zien. Het is iets fragiel, het leven.

Wanneer ik wil zeggen dat ik haar mis, vraag ik me tegelijkertijd af waarom ik dat wil zeggen. “Normale” mensen zouden in mijn situatie allang al vergeten zijn welk parfum ze droeg. Ze zouden na een jaar niet meer willen zeggen hoe ondraaglijk een gemis kan zijn. Wat is er mis met mij? Waarom uit pijn zich in pijn? Waarom? “Waarom” is een heel moeilijk woord. Waarom is een grijs gebied waarin alles nog mogelijk is. En ookal houd ik niet van grijs, kan ik er eindeloos in verdwalen. Wist je dat diamanten hun schoonheid hebben te danken aan hun oneffenheden? Zij was dat soort meisje die je kon laten blozen door slechts naar je te kijken. Het soort meisje dat de lelijkste bekken kon trekken zonder een greintje schoonheid te verliezen.
Ik mis haar. Grijs. En ik, ik ben fucking moe.

“De zomer staat je goed.” Zei hij, terwijl hij mijn hoogblonde haar verwijderde uit mijn gezicht. Ik lachte hem toe, alsof ik zelf de zon was en kuste hem op de wang.

Een paar maanden later, begon de winter. Mijn gebruinde huid, begon weer melkig wit te worden. Mijn blonde haar, verloor zijn kleur en de geur van de zee zat er niet meer in.

De winter begon, mijn stad werd grijs en grauw. De regen kuste mijn huid en de kou drong door tot mijn botten.

Ik zag je lopen bij de Waal, diep weggedoken in je jas. Onze ogen vonden elkaar, na een lange tijd, weer voor het eerst. Ik glimlachte naar je, alleen de zon was verdwenen tussen mijn tanden.

Die dag liet ik je zien, dat de winter mij ook verdomd goed staat.

Lachen voelt leeg, maar toch doe ik het veel. Ik praat, ik lach, ik zing. Volgens mij denken ze dat ik gelukkig ben. Voor mij blijft alles grijs. Lege woorden, betekenisloze lachen en liedjes die eigenlijk niet vrolijk zijn. Ik huil niet meer en ik weet niet goed waar al de tranen naartoe zijn. De gedachten racen niet meer, maar er sluipen er nog steeds enkele rond. Ik ging van vol naar leeg en ik weet niet of dit nu beter is.

anonymous asked:

Ik ben bang. Bang dat ik nooit mijn zielsmaatje zal vinden of nooit oprecht gelukkig zal zijn. Wat als ik mijn hele leven moet hollen om even tijdelijk geluk te mogen proeven. Het is niet dat er nooit jongens interesse in me tonen. Maar ik weet gewoon niet of ik me wil settelen met de eerste die mijn hartje steelt. En zo ben ik opnieuw mijn eeuwige tegenstrijdige zelf: bij iemand willen zijn, maar iedereen die op je afstapt afwimpelen. Zwart en wit, maar nooit grijs.

Synesthesie gedicht grijs.

Maandagochtend:

Het is maandagochtend en ik zit op de fiets.
Het is koud en het heeft vannacht geregend, alles is nat.
Het is mistig op de weg en zie niet meer dan alleen mijn voorwiel.
Niemand anders is op straat, ik ben helemaal alleen.
Met veel tegenzin rij ik verder, ik rij door een grote plas.
Nu ben ik ook helemaal nat.
Ik rij maar verder en kom bij een brug, ik kom er moeilijk op.
Ik doe mijn best maar de wind houdt mij tegen.
Ik stap van mijn fiets en ga lopen.
Ik denk bij mezelf dat het ergste van de dag nog moet komen, school.
De plek waar ik echt helemaal alleen ben.
Het lijkt of alles wat ik doe me vandaag wil tegenhouden.
Ook al doe ik zo hard mijn best het goed te doen.

Wat ik wou zeggen toen hij me vroeg hoe ik me voelde

Moe. Futloos en zonder energie. Verdrietig ook, maar niet het soort verdrietig dat ge voelt als uw hond sterft. Het soort verdrietig dat ervoor zorgt dat uw hart steekt en uw maag samentrekt. Ik heb het gevoel dat ik niet kan zien, niet kan nadenken. En tegelijk heb ik het gevoel dat ik niets kán voelen. Alles klinkt dof en alles is grijs. Het is een gevoel dat mij bekruipt op avonden zoals deze, totaal onnodig en onverwacht, maar het is er. Het kruipt in mijn maag, in mijn keel en in mijn hoofd. Het beheerst mij, voor een tijdje, en dan verlaat het mij weer. Wat overblijft is mogelijk nog erger. Leegte. En daar moet ik dan maar gewoon mee omgaan. Ik ben gelukkig, zeker weten, maar een deel van mij zal altijd door die leegte gevuld zijn. Wachtend op het moment dat dat gevoel mij weer bekruipt. En zo gaat het steeds opnieuw.

Maar ik zei niets

Op een dag kom je erachter dat mensen allemaal even klein zijn. Dat ze soms moeten huilen, maar het niet willen toelaten. En op die momenten zijn ze het mooist: wanneer hun hele lichaam schreeuwt dat het moet huilen, maar hun ogen hun uiterste best doen om geen traan vrij te laten.

Op een dag zul je zien dat de middelmaat soms echt genoeg is. De lucht is die dag grijs, je hebt donkerblauwe wallen onder je ogen, en toch zegt je moeder die dag dat ze je liever ziet dan zichzelf.  

Ooit kom je erachter dat iedereen even bang is. De kleinsten zijn nog bang voor de monsters onder hun bed, de twintigers en dertigers zijn bang voor andere mensen, maar nog het meeste van zichzelf en de ouderen hebben schrik voor de eenzaamheid die achter de hoek schuilt. Op een dag deel je die angsten met elkaar en lijken ze haast even klein als je zelf bent.

Op een dag zul je zien dat er nog zekerheden zijn. Dat er dingen zijn die onveranderd blijven. Ik tel elke dag mijn tenen. Na al die jaren zijn het er nog steeds tien.

zwarte inkt in mijn maag
toen ik vanochtend wakker werd,
en toen ik opstond
uit mijn ogen
over mijn wangen,
alsof zwaartekracht niets
met ze doet
ik miste je vandaag
nog steeds toen ik thuiskwam
en ging slapen
in een huis dat zachtjes,
zachtjes ademde,
ik dacht even
dat ik nooit meer wilde
ik weet nog steeds niet
of jij wel eens wolken ziet
als je aan me denkt,
of dat je
aan aan me denkt
als je wolken ziet,
en of ze dan grijs of zwart
zijn, of wit