grijs

Eendagsvliegvriend

Het is gek hoe mensen je leven in- en uitlopen, hoe ze rondkijken in je ziel en vervolgens besluiten om te vertrekken. Hoe ze je bestaan even kleuren en vervolgens slechts schrale herinneringen in grijs-wit achterlaten.
Het is gek hoe je je in een korte tijd zo heftig kan hechten aan iemand die al snel een schim zal worden. Je hechten aan een eendagsvlieg, want dat zijn ze, Eendagsvliegvrienden.

Een zondag in oktober

Ja, het is er weer zo eentje. De eerste van het seizoen. Het is grijs, dan weer blauw en zonnig. Maar toch voornamelijk grijs. En zo nu en dan komt het met bakken uit de lucht. Het is een weekend in oktober. En hoewel het lang heeft geduurd is, is de herfst deze week daadwerkelijk begonnen.

Het is ook zo'n weekend, zo'n zondag waarop ik even niets wil, kan en moet. Vermoeidheid heeft de overhand en hoewel ik hier en daar wat dingen lees, schrijf en mijn mail beantwoord, is de batterij toch echt even leeg. Gaf ik nou ook maar een melding dat je me moet opladen. Nog 15%, nog 10%, nog 5%!!!, en op zwart.

Het is het echter allemaal waard. Deze week was het hartstikke druk op m'n werk, omdat de catalogus voor de nieuwe tentoonstelling deze week naar de drukker, ja echt, moet. Veel werk, maar zo leuk om te doen. Leuk om dat te doen met mijn andere collega’s, leuk omdat je daadwerkelijk iets maakt, iets tastbaars. Iets waar we straks trots op kunnen zijn.

Mooi ook was de canvasactie van gistermiddag. Hoewel er aardig wat regen was beloofd stond er toch maar mooi een groepje canvassers op straat in Pijlsweerd. Gewapend tegen de regen met regenjassen en plu’s. Ook met rozen, maar dat zal niet veel hebben geholpen. Hoe moe je op dat moment ook bent, het maakt even niet uit. Het is toch prachtig dat ze er toch weer zijn, dat ze voor hetzelfde doel door de regen gaan. Toegeven aan de vermoeidheid en hoofdpijn is er dan natuurlijk niet bij. Het hoeft ook niet, je voelt het simpelweg even niet.

Maar nu, op deze grijze zondag hoeft er even helemaal niets. Bedenk me nu dat ik nog een prachtige zaterdageditie van de Volkskrant heb liggen. Relaxen en straks nog even een uurtje slapen, om daarna bij te praten met mijn vrienden, dat staat nu op het lijstje. En dan ben ik vanavond weer voor de volle 100% opgeladen voor de volgende drukke en vast ook overwegend grijze herfstweek. Kom maar op.

III

De zon, verlegen achter wat toevallig langsdobberende wolken, kwam nog maar net op toen Julek zich langzaam begon te beseffen dat hij in zijn bed lag, hoog in de grijze toren aan de rand van de stad, en hij was niet bepaald opgewekt. Dat was geen unicum, dus diep hoef ik er niet op in te gaan. Voor Julek was alles grijs.

Het glimmende wekkertje, met echte wijzers en zonder digitaal scherm, dat rustig tikte alsof er niks aan de hand was, wat in zekere zin ook klopte, gaf aan dat het zeventien minuten over acht was. Om op tijd op school te zijn (of, voor wie daar waarde aan hecht: ‘college’, 'de universiteit’) zou hij om negen uur eruit moeten, dus dat was mooi belabberd. Te laat om weer in slaap te vallen en te vroeg om er alvast uit te gaan. Het was altijd te vroeg om eruit te gaan.

Met één oog gluurde hij zijn kamer rond om te zien of het vandaag misschien allemaal meeviel. Het grijze licht dat tussen de gordijnen door prikte bewees het tegendeel (hoewel een wetenschapper met een speciaal metertje er - mierenneukerig - op zou hebben gewezen dat er behalve dof wit licht ook wat gele, rode en paarse nuances tussen zaten, maar die waren niet uitgesproken genoeg om Julek op te vallen).

Hoewel hij geen ernstige problemen had met zijn motoriek en ook alle lichaamsdelen had die een mens doorgaans aan zijn romp had hangen, strompelde hij als onder het effect van een kater naar de gordijnen, terwijl hij nooit dronk. Hij opende in één beweging beide gordijnen en werd tot zijn ongenoegen verblind door de afwezigheid van een fatsoenlijk schijnende zon, draaide zich met een zucht om en beschouwde zijn leefruimte. Alles zag er behoorlijk grijs uit en omdat hij wist dat de tafel geel hoorde te zijn, het bureau blauw en de poten onder het bed roze, besloot hij dat het gratis licht van buiten weinig toevoegde, en sloot de gordijnen.

I

Het was de duizendste keer dat Yulek wakker werd in het grijze appartement, hoog in een van de gigantische grijze torens, die als een tuinhekje om het eeuwenoude stadscentrum stonden. Hij vierde het jubileum niet, omdat duizend geen veelvoud is van drie honderd vijf en zestig, ook niet als je een eventuele schrikkeldag meetelt. Hij was zich er ook niet van bewust.

Één ogenblik voor het openen van zijn ogen ging zijn onderbewustzijn er nog vanuit dat hij in de kamer lag waar hij precies duizend nachten geleden nog had gelegen, in het ouderlijk huis tussen het gras en de bomen, en een lichte verbazing maakte zich van hem meester toen hij een moment later een muur zag waar volgens zijn ruimtelijk inzicht een deur had moeten zitten.