gorter

Hemelkijkers.

Zoals de vuile winter die met korsten en modderig sap de stad bekleedt
ben ik bang om ’s nachts te gaan slapen omdat ik aan middernachtsziekte lijd.
Ik lig als verlamd tussen dikke lagen nachtrust maar kan de juiste draai niet vinden
in de grijsgespikkelde lucht rond mijn bed en verder zie ik groene vlekken,
verplichtingen, dingen die ik anders had kunnen zeggen
en je gezicht als je de bloemen laat verdorren omdat weggooien te veel pijn doet.

s’ Ochtends komt de zon in stilte op en kan ik me niet herinneren wat mijn laatste gedachte was, al zat het waarschijnlijk dicht bij wanhoop en ver van geloof.
Je zet koffie zonder suiker en ik vergelijk ons met hemelkijkers omdat wij ook zo doorzichtig zijn.