gebeuren

Dus, dit is wat er aan de hand is…

Na alles wat er gebeurd is, ben ik nog steeds verliefd op je. Ik hou nog steeds elke seconde van de dag, en ik mis je meer dan woorden kunnen zeggen. Ik mis het om je te laten lachen en te zeggen dat ik van je hou. Ik mis het om je dicht bij me te voelen en naar je te kijken. Ik mis het om je gewoon lief te hebben.

Maar wat het is, ongeacht hoeveel ik van je hou, ik moet meer van mezelf houden. Ik moet je laten gaan en van mezelf houden, ongeacht hoe zwaar het zal zijn.

Ik wil weer verliefd worden, en dat zal gebeuren. Deze keer niet op een persoon of op een ding, het zal op mijn eigen leven zijn. Het zal onvoorwaardelijk en zonder angst zijn. Ik zal ervan houden, ook al is het zonder jou. Ik zal mijn eigen weg naar geluk creëren, en ik zal geen seconde in spijt doorbrengen.

Simpel, ik zal van mijn leven houden op dezelfde manier als ik van jou gehouden heb.

Ik wil graag zien, denk ik, omdat ik dat kan, en leven, voluit en gretig, omdat ik dat toch moet en het dan maar beter goed kan doen. Ik wil blijven stappen, tegen de wind in, langs huizen, bomen, water, wolken, stappen en blijven stappen, tot aan de verre einders, tot daar waar alle beginnen begint. Ik wil stoppen met hopen, denk ik, en doen wat moet gebeuren om het te doen gebeuren. Ik stop mijn handen in mijn zakken en versnel mijn pas. Ik wil eindelijk worden wie ik ben, niet wie ik altijd dacht dat anderen wilden dat ik was. Ik wil niet vergeten. Ik wil mezelf nooit meer ergens achterlaten. Ik wil begrijpen wat de liefde is, onthouden dat dat alles is, of toch bijna. Ik wil redden wat er te redden valt, mijzelf bijvoorbeeld, ik wil weten wat ik waard ben, kiezen voor wat klopt en goed is, geloven dat dat mag. Ik denk: dat is het, ik wil durven, eindelijk.

9:36 PM

Ik voelde door de dag heen hoe mijn lichaam begon af te takelen. Mijn gezicht werd bleker en mijn botten begonnen pijn te doen. Eenmaal thuis gekomen kon ik niet stoppen met huilen. Huilen om het feit dat het mij vandaag weer niet was gelukt. Huilen om het feit dat ik zo weinig met mezelf kon. Huilen om het feit dat ik weer niet het beste uit de dag heb gehaald. 

Ik voelde door de dag heen hoe het leven langzaam aan mij voorbij gleed en ik besefte, toen het al te laat was, dat ik die tijd niet meer terug zou krijgen. Mijn aandacht kon niet blijven bij de dingen waar ik mijn aandacht voor nodig had. Mijn gedachten wilden continu een andere kant op. 

Ik voelde door de dag heen hoe alles stukje bij beetje kapot aan het gaan was en ik deed het allemaal zelf. Ik liet het allemaal gebeuren. 

je verloor de moed gebogen over je kop koffie
als een kapitein die plots de controle over het stuur kwijtspeelde
en zich naar de zeemanslieden begaf
om ze voor een laatste keer te omhelzen

je vroeg me wat er nu gebeuren moest
op de toon van een kind dat vraagt of hij echt slapen moet
ik zou willen antwoorden dat alles gewoon verder gaat
dat er na een dood eigenlijk niets stopt

buiten zijn hartslag dan en zelfs dat
hoor je in het tikken van de regen tegen het raam
in het bonzen van je eigen hoofdpijn na het huilen
niets houdt op wanneer je vasthoudt

Het bedrog

“Ik zag het toen je me binnenliet,” zei ze en ze dronk haar wijnglas leeg. “Die blik. Aan sommige mensen kun je dingen makkelijk zien. Woede, verliefdheid, angst. Bij jou is het schuldgevoel, het vreet zich uit je binnenste naar het oppervlak. Je kunt het niet verbergen.” Ze keek me aan, haar blik was peinzend, ik wist dat ze haar zinnen aan het voorbereiden was. “Dus, er is iets, je hebt iets gedaan of er staat iets te gebeuren. Iets dat indruist tegen dat wat je normaal gesproken doet en je kunt er geen rust in vinden. Iets met geheimen, leugens, bedrog. Je hoeft het me niet te vertellen, ik kan er wel naar raden.”

‘Indrukwekkend,’ dacht ik en tegelijkertijd vroeg ik me af of mijn gezicht werkelijk zo eenvoudig te lezen was. Ze was opgestaan van de bank, zette de muziek iets zachter en pakte de fles wijn van de tafel. Ze hield hem tegen het licht. “Die gaat wel leeg,” mompelde ze, meer tegen zichzelf dan tegen mij. Ze schonk nog een glas voor haarzelf in en ging weer zitten.

“Bedrog begint niet waar trouw eindigt. Ik denk dat bedrog veel eerder kan starten. Bij nonchalance, wellicht. Bij een gedachte of een droom. Bedrog begint bij interesse die je toont, woorden die je kiest. Bedrog begint misschien pas echt als je je eigen waarschuwingen voor het eerst negeert, soms nog voordat er een gesprek of een ontmoeting heeft plaatsgevonden. Sommige mensen bedriegen al vanaf de eerste zin, anderen pas vanaf de eerste zoen.” Ze plukte een pluisje van haar broek. Haar stem was zachter geworden, ze kwam nauwelijks boven de muziek uit. “Ik denk dat bedrog niet kwaadaardig hoeft te zijn, niet echt. Voor mij was het een vorm van achteloosheid, een extreme variant van egocentrisme. Ik verlangde iets en greep het. Ik dacht niet echt na over de ander kwetsen, over het vertrouwen schaden. Het vertrouwen was toch al weg toen ik hem bedroog. Ik wilde iemand die ik weer zo kon vertrouwen, maar ook niet weg uit wat ik had.” Ze zweeg, ik begon me af te vragen of dit nog om mij ging, of ze überhaupt nog wel wist dat ik hier naast haar zat.

“De periode erna was het ergst. De walging, de spijt. Daar moet je doorheen, maar het duurt een tijd voordat je jezelf weer vertrouwt, voordat je zeker weet dat je genoeg hebt aan één persoon, één lichaam om je mee te verstrengelen. Ik heb het nooit meer gedaan, ik heb er niet eens meer over nagedacht, hoewel er momenten genoeg waren waarop ik het had kunnen doen.” Ze keek me aan, een klein, verdrietig lachje sierde haar lippen.

“Op het eind, wanneer alles aan het licht komt en je alles verliest, blijkt het je meer te breken dan je dacht. Dan blijft er van dat kortstondige herstel niets over. Alles verwaait, alles vertrekt behalve dat schuldgevoel. Dat knaagt vanuit je binnenste tot aan je oppervlak.”

Oog in oog met de leegte!

Daar sta je dan, oog in oog met iemand waarvan de ogen blauw horen te zijn. De ogen zijn helaas niet meer blauw, de ogen zijn wit en je kan er door heen kijken alsof deze persoon geen persoon meer is. Je vraagt je af, hoe kan dit gebeurd zijn? Hoe kan het gebeuren dat een paar ogen er zo verslagen, hulpeloos en hopeloos uit zien. Je kijkt verder, het blijkt een jongen te zijn, je schat hem een jaar of 14, het had je zoon kunnen zijn. Voor de rest ziet de jongen er relatief normaal uit, goede kleren aan (wel vies), een telefoon op zak en een pet op. De ogen intrigeren je nog steeds, de vragen stapelen zich op in je hoofd. Dit gebeurd allemaal in een fractie van een seconde. Na het denken maak je een stap naar voren en je vraagt de jongen of je hem ergens mee kan helpen. De reactie van de jongen zorgt ervoor dat jij tranen in je ogen krijgt. Hij schrikt, verstopt zich achter een lantarenpaal en zegt: ‘Don’t shoot me’ in heel gebrekkig Engels. Jouw eigen reactie heb je niet eens meer in de hand, er beginnen dingen op zijn plek te vallen en jouw lichaam beweegt vanzelf. Je maant de jongen te kalmte en hij komt langzamerhand achter de lantarenpaal vandaan. Met handen en voeten maakt de jongen duidelijk dat hij uit Syrië komt, dat zijn 3 broers (17, 21, 23) vermoord zijn en dat hij zijn ouders is verloren tijdens het vluchten.

In een tijdsbestek van een paar minuten verandert je hele wereld. Nog geen dag geleden had je een bericht gedeeld op Facebook dat dit ‘soort’ mensen zogenoemde ‘gelukszoekers’ zijn. Die avond had je op een verjaardag alle vluchtelingen over 1 kam geschoren. Het waren stuk voor stuk terroristen, criminelen, mensen die uit waren op ons geld. Het geld waar wij jaren lang hard voor gewerkt hebben. Nee, we moeten deze mensen niet helpen zei je die avond nog.

Een dag later sta je oog in oog met de leegte. De leegte van een 14-jarige jongen. Een 14-jarige jongen die geen jongen meer is maar een zielig hoopje mens. Een jongen die meer verloren is dan dat wij ooit zullen begrijpen. Deze jongen, deze jongen heb jij gisteren nog verdoemd. Deze jongen wilde jij terugsturen omdat zij achter ‘ons’ geld aan zouden zitten. In 24-uur verander je van mening en doe je iets wat niemand verwacht had en waar mensen kippenvel van krijgen. Je tilt het jongentje op, legt hem over je schouder en rent heel hard in de richting van je huis.

Een paar uur later is het jongentje schoon na een warm bad, heeft schone kleren aan en zit heel bescheiden en schuw een soepje te eten die jij voor hem hebt warm gemaakt. Je ziet langzaam dat zijn ogen weer een beetje kleur beginnen te krijgen, het is niet veel maar het is iets. De kleur, het staat voor het sprankje hoop dat deze jongen weer heeft naar jouw heldendaad. Je schaamt je kapot, een dag geleden heb je deze mensen allemaal aan hun lot over willen laten terwijl je het verhaal niet eens kende. Deze mensen zijn niet arm als je het uitdrukt in geld, deze mensen hebben kleren en een telefoon. Maar is dat je leven? Nee, deze mensen zijn enorm arm, het belangrijkste wat een mens doet overleven, hoop, is hun zelfs afgenomen. Laten wij met zijn allen dat kleine sprankje hoop aan deze mensen teruggeven. Bovenstaand verhaal is geen waargebeurd verhaal maar wel een verhaal wat had kunnen gebeuren.