feest!

Goud - Bazart: Dutch - English

Eén dans, geef me één dans met de duivel
One dance, give me one dance with the devil
Geen kans, er is geen kans op nog twijfel
No chance, there’s no chance left for doubt

Oh, liever snel naar de hel dan traag naar de hemel
Oh, rather quick to hell than slow to heaven
Oh, liever snel naar de hel dan traag naar de hemel
Oh, rather quick to hell than slow to heaven 

Meevalt, als het meevalt op het einde
Easy, if it’s easy at the end
Oh, geloof mij, elk feest duurt hier oneindig
Oh, believe me, every feast here is eternal

Ik zie het goud aan de rand van de zon
I see the gold at the edge of the sun
Ik ben te oud om te weten waarom
I’m too old to know why
Mijn trein op het foute perron
My train on the wrong platform
Mijn trein zoekt nieuwe wagon
My train searches for a new wagon

Oh, liever snel naar de hel dan traag naar de hemel
Oh, rather quick to hell than slow to heaven
Oh, liever snel naar de hel dan traag naar de hemel
Oh, rather quick to hell than slow to heaven

Nee, dan liever niet voor goed verdwijnen
No, then rather not disappear for good
Oh, alles wat ooit groot was, is nu kleiner
Oh, everything that was once big, is now smaller

Ik zie het goud aan de rand van de zon
I see the gold at the edge of the sun
Ik ben te oud om te weten waarom
I am too old to know why
Mijn trein op het foute perron
My train on the wrong platform
Mijn trein zoekt nieuwe wagon
My train searches for a new wagon

Oh, liever snel naar de hel dan traag naar de hemel
Oh, rather quick to hell than slow to heaven
Liever snel naar de hel dan traag naar de hemel
Rather quick to hell than slow to heaven

Oh, liever snel naar de hel dan traag naar de hemel
Oh, rather quick to hell than slow to heaven 
Oh, liever snel naar de hel dan traag naar de hemel 
Oh, rather quick to hell than slow to heaven 

Kies mij omdat je iets in me herkent. Omdat je denkt: ik kan je ergens in tegemoetkomen. En andersom net zo. Vraag: waar kan ik je bij helpen? En hoe? Blijf bij me, maar niet omdat je je gedwongen voelt. Niet omdat je een idee najaagt. Niet omdat je iets te bewijzen hebt. Vertel me wat er in je omgaat. Hoe je de wereld beleeft. Wat de dingen zijn die je boos maken. En waarom ze je boos maken. Vertel me wat je ervaart wanneer je boos bent. Welke dingen je ontroeren. Wanneer je voor het laatst hebt gehuild en waar dat door kwam. Of je ’s ochtends liever koffie of thee drinkt. Of je je ouders mist. Of je zou willen dat dingen anders gelopen waren of dat je blij bent met de uitkomst nu. We kunnen een film kijken. Je kunt me voorlezen uit je favoriete boek. We kunnen praten. Urenlang. We hoeven niet duur uit eten. We hoeven niet van elke dag een feest te maken. We hoeven niet naar buiten, maar als je dat graag wilt dan doen we dat. Zeg dat dan ook. Zeg: ik wil naar buiten. Zeg ook: ik wil dat je me aanraakt. Zeg: ik ben het niet eens met wat je zegt. Zeg het. En vertel me hoe je er zelf over denkt. Mijn waarheid is niet absoluut. Vertel me wat de jouwe is. Ik ben nieuwsgierig. Ik ben altijd nieuwsgierig, want ik kan niet in je hoofd kijken. Ik ben een simpel mens. Je hoeft me niet de wereld te geven. Je bent al een wereld. Ik heb genoeg aan je aanwezigheid alleen. Daar mag je me aan houden.

1. 

2. 

3. BOKS

4. Luister altijd muziek
4.1 hoor nieuwe dingen
4.2 zing onder de douche
4.3 wees ergens anders
4.4 dans
4.5 herinner
4.6 leer: I can’t really say why everybody wishes they were somebody else, but in the end the only steps that matter are the ones you take all by yourself.’
4.7 wees samen

5. Durf samen te zijn
5.1 en dan niet met je hoofd ergens anders
5.2 met vrienden
5.3 met kennissen
5.4 met familie
5.5 met degene op wie je verliefd kunt worden
5.6 met wie je net leert kennen
5.7 met wie je nooit meer terugziet

6. Durf alleen te zijn
6.1 onthoud dat alleen zijn iets anders is dan eenzaam zijn
6.2 fiets in de nacht over straat
6.3 lees boeken op de bank, dagen lang
6.4 neem je telefoon niet op
6.5 zit op bankjes in drukke steden

7. Huil genoeg

8. Lach heel veel
8.1 om jezelf
8.2 als iets heel verdrietig is
8.3 met je vrienden
8.4 in de bioscoop
8.5 bij theatervoorstellingen
8.6 in treinen, naar mensen die je niet kent
8.7 deel waar je om moet lachen, vertel anekdotes alsof het je laatste anekdote zal zijn

9. Let op jezelf
9.1 ook als je jezelf dreigt te verkiezen boven de ander
9.2 maar wees niet nodeloos egocentrisch
9.3 zie hoe anderen op zichzelf passen, stel je soms gelijk aan hen
9.4 vergeet daarbij niet dat iedereen anders op zichzelf past
9.5 bescherm, maar bouw geen fort, geen schild, geen wand

10. Eet
10.1 en eet goed
10.2 eet lekker
10.3 eet soms veel, altijd genoeg
10.4 deel je eten met vrienden
10.5 doe thuis alsof je in een kookprogramma zit
10.6 eet met familie
10.7 blijf langer aan tafel zitten
10.8 maak alle wijnflessen op
10.9 bereid eten voor geliefden

11. Leg je hoofd op de schouders van wie je liefhebt. Sla je armen om hen heen. Laat je omhelzen. Kortom: heb lief.
11.1 heb lief
11.2 heb lief
11.3 heb lief
11.4 beuk tegen schouders
11.5 aai, kus, laat los, houd dichtbij, trek terug: beweeg mee, sta stil

12. Vecht
12.1 voor wat je wilt krijgen
12.2 voor wat je niet wilt verliezen
12.3 voor wat niet vergeten mag worden
12.4 vecht met de ander mee als die het in z’n eentje niet redt
12.5 vraag anderen hoe te vechten

13. Eet met je mond dicht

14. Knak je vingers niet in het bijzijn van anderen

15. Trommel niet op tafel

16. Kijk niet weg
16.1 als het pijnlijk is
16.2 als het te mooi is
16.3 als het je gek maakt
16.4 van iemand die zijn armen voor je open houdt

17. Dans
17.1 in huis
17.2 op feestjes, wat voor feest het ook is
17.3 in de supermarkt
17.4 met je oma
17.5 met vrienden - ook op ongepaste plekken

18. Wacht niet altijd tot de ander naar jou toekomt

19. Bewaar afstand

20. Wees dapper

21. Laat je vasthouden

anonymous asked:

So I'm getting near the end of the duolingo tree and come across the sentence "Wie krijgt er jouw stem?". My question is, how come the "er" is there?. Do I need to put it in everytime? Thank you!

Hi,

Thanks for sending me an ask :)

I really had to read into the use of “er”, because I can’t remember I’ve ever learned any rules for it. It’s somehow very obvious for a native Dutch speaker to know how to use it. The rules I’ve found online were extremely vague and unclear, but I’m going to try my very best to explain it properly ;)

First of all, there’re four ways in which you use “er”:

- locatief
- presentatief
- prepositioneel
- kwantitatief

So I’ll start by explaining locatief.
Locatief means you use “er” to refer to a location or place in a certain situation or context. In this case you can often replace “er” by “daar” (there) or “hier” (here). However, “er” is more neutral and less specific than “daar” or “hier”.

Examples:

1. Hoe lang woont hij al in Londen? Hij woont er nu al dertig jaar.

Translation: How long has he lived in London? He has lived there for thirty years now.

🔹In this case “er” refers to London.

2. Kan ik de manager spreken? Nee, zij is er niet.

Translation: Can I speak to the manager? No, she isn’t here.

🔹In this sentence “er” refers to the location where the manager normally is.

Next I’ll explain presentatief.
Presentatief means you use “er” when the subject is non-specific or undefined. In some cases you can translate “er” with “there”.

Examples:

1. Er staat een paard in the gang.

Translation: There is a horse in the hallway/ Some horse stands in the hallway.

🔹As you can see the horse itself doesn’t really matter. What matters is the horse being in the hallway. So you use “er” less specifically (it’s just some horse).

2. Wie krijgt er jouw stem?

Translation: Who will get your vote?

3. Komen (to come) er vanavond veel mensen?

Translation: Are there going to be a lot of people tonight?

🔹If the sentence starts with an interrogative pronoun (wie, wat, waar, wanneer, hoe, waarom) and the subject is non-specific or undefined you often use “er”. You also use “er” in many other questions. It is mandatory to use it when there’s no direct object in the sentence. In sentence 2 you don’t necessarily have to use “er”, because the verb “krijgt” says something about “jouw stem” (direct object). In sentence 3 you do have to use “er”, because there’s no direct object (the verb “komen” doesn’t say anything about a certain part of the sentence).

4. Er ligt daar iemand te slapen.

Translation: There’s someone sleeping over there.

🔹This one is very similar to example 1. It doesn’t matter who this someone is. What does matter is that he’s sleeping over there.

5. Er wordt beweerd dat koeien hun eigen melk drinken.

Translation: It is said that cows drink their own milk.

🔹In passive voice constructions, like this sentence, you can either use “er” or “het”(it).

Prepositioneel means you can combine “er” with a preposition. Common prepositions combined with “er” are: erin, ervoor, erachter, ernaar, erom, ervan, erop, etc.

Examples:

1. Toen de kat het aanrecht zag, sprong hij erop.

Translation: The moment the cat saw the kitchen counter, he jumped on it.

🔹"Er" is used to refer to the kitchen counter and the meaning of “op” is on.

2. Ik had zin in het feest, maar ik kan er helaas niet bij zijn.

Translation: I was looking forward to the party, but unfortunately I can’t come.

🔹"Er" refers to the party and “bij” means to be at (in this specific phrase).

Kwantitatief refers to the use of “er” in sentences that indicate a certain amount/number of things/people.

Example:

1. Hoeveel kinderen hebben zij? Ze hebben er vijf.

Translation: How many children do they have? They have five.

🔹"Er" refers to the children.

2. Hoeveel cactussen heb jij? Ik heb er geen.

Translation: How many cactuses do you have? I have none.

🔹"Er" refers to the cactuses.

If you have any other questions feel free to ask them :)

Ik denk dat alles in het leven kunst is. Wat je doet. Hoe je je kleedt. De manier waarop je van iemand houdt, en hoe je praat. Je lach en je persoonlijkheid. Waar je in gelooft, en al je dromen. De manier waarop je je thee drinkt. Hoe je je huis inricht. Of je feest. Je boodschappenlijstje. Het eten dat je klaarmaakt. Hoe je handschrift eruit ziet. En hoe je je voelt.

Het leven is kunst.

Ik wil terug naar zaterdag, terug naar Pride. Waar alles zo oke was. Waar alles zo geweldig was. Waar ik geen zorgen had. Waar het enkel feest was. Maar nu is het dinsdag. Zijn er wel zorgen en is niets meer oké.