en deuren

Ze zegt dat ze ons niet meer nodig heeft. Wie ‘ons’ is weet zij ook al niet meer. Wanneer zij door de hallen wandelt, springt iedereen opzij. Ze kijkt neer op iedereen, maar zij kan er ook niks aan doen dat iedereen kleiner is dan haar, en dat naar beneden kijken dan ineens neerkijken wordt. Thuis is zij nog steeds de kleinste. Daar wordt met deuren geslagen en met harde woorden gegooid. Haar broer zei haar ooit dat deze hele wereld maar een ongelukje was, net zoals zij. Toen realiseerde zich dat het allemaal maar voor niets was, en dat een show opvoeren het belangrijkste was. Ondertussen doet ze al jaren toneel. Ze zou een diploma kunnen halen voor de lach die zij elke dag opzet. Een façade van arrogantie is een van de beste muren die er bestaat.

Een kleine, koppige huivering

In het begin nam ik foto’s van anderen. Van mensen die hand in hand liepen, afscheid namen op stations, van mensen die elkaar lachend in de armen vielen, van mensen die elkaar lieten proeven van hun eten. Ik maakte foto’s van andermans kleine intimiteiten in de hoop dat iemand het zou verstaan als de vraag die het was. Ik nam foto’s van mijzelf, van naakte lichaamsdelen, van vermoeidheid, van mijn lichaam in een spectaculair gebrek aan gezelschap. Ik zocht bewijs van mijn eigen bestaan en vond het in de manier waarop ik dwars door de camera heen leek te kijken. Ik wilde gezien worden, aangeraakt, erkend als iets met betekenis. Niet door de massa, niet door het handjevol mensen dat hondstrouw bleef wachten tot ik me weer op zou richten maar door één persoon die haar blik afwende en haar deuren sloot.

Na weken voelde ik delen van mezelf langzaam ontwaken, er werden gaten gedicht, losse stukken vastgezet. Ik rolde mezelf terug in dat wat ik kende. Regelmaat, routine, afzondering. Nieuwe namen vonden hun weg tussen oude bekenden en trouwe vrienden. Er waren suggesties, hints, uitdagingen en op een zaterdagmiddag een hand die zich plots om de mijne sloot. Ik voelde een kleine, koppige huivering. Er was iets dat zich afwendde en weer ontkoppelde, nog voordat ik de vingers weg voelde glippen.

Ik sprak veel af maar liet niets doorgaan. Ik kreeg hier en daar flarden van het andere leven mee. Ik voelde me bedrogen omdat er door werd bewogen waar ik stil leek te staan. Ik hoorde prestaties aan maar voelde geen blijdschap alleen maar bitterheid. Ik wilde uit rancune vragen of het het allemaal waard was geweest, maar bracht een minzame felicitatie met een randje verdriet. Ik wilde niet dat mensen zich om me bekommerden. Ik wilde geen emmers liefde over me heen gegoten krijgen, ik wilde niet nogmaals mijn verhaal doen. Ik had geweten waar ik aan begon, ik had geen recht om er verder over te spreken. Ik verlangde naar een donker dat me kon verteren en dan vlak voordat ik ging, nog één keer, een kleine, koppige huivering.

Een meisje

Ze wacht.
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
ik dans.
Ze danst,
ze danst met lange, ranke passen,
langzaam en aandachtig,
ze houdt haar ogen dicht,

ze danst door deuren en door ramen
en door lange lankmoedige dagen-
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer-

en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt,
denk ze: Ik?
ik val niet, ik dans.

Toon Tellegen

Gillen

Het lijkt wel of kinderen tegenwoordig voornamelijk gillen. Ik doe ’s ochtends vaak de tuindeur dicht om het buiten te sluiten.

Na vorige week krijg ik hartkloppingen van het gegil. Ben gisteren zelfs aan kinderen gaan vragen of ze dat niet wilden doen want ze liepen gewoon te gillen om te gillen. Twee tellen later terug bij af. Ramen en deuren deed ik dicht.

Gillen hoort bij angst, paniek. Vreugdekreten klinken heel anders. Nu denk ik de hele tijd paniek te horen. Had ik voor Paul zijn leven verloor al, nu helemaal.

Bij onze liefjes op school zit een meisje dat altijd huilt. Niemand kijkt meer op of om. Het schijnt gewoon te zijn geworden. Als ze nu eens echt huilt kijkt niemand meer. Zo ook met gillen. Wie luistert dan naar je.

Gillen mag geen gewoonte worden. Dat moet een uitzondering zijn. Het gebeurt niet altijd bij een ander. Het kan ook heel dichtbij gebeuren. Te dichtbij. Wat nou als niemand luistert als de gewoonte een uitzondering is.

Ze wacht.
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
ik dans.
Ze danst,
ze danst met lange, ranke passen,
langzaam en aandachtig,
ze houdt haar ogen dicht,
ze danst door deuren en door ramen
en door lange lankmoedige dagen-
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer-
en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt,
denkt ze: Ik?
ik val niet, ik dans.

- Toon Tellegen

Ze draaien met hun wijnglazen om de dure substantie en het gesprek niet stil te laten vallen. Hij staat op en gaat naar de wc.
Met gesloten deuren en ogen open kijkt hij naar wat zijn spiegelbeeld zou moeten zijn in de glimmend zwarte tegeltjes aan de muur. Hij voelt zich zoals de kleine lettertjes die nooit iemand leest, het gepiep van het laatste paar schoenen in een parkeergarage dat ’s avonds zijn auto in stapt, en de bedorven slagroombussen in de container achter de Albert Heijn.
Naast zijn naam weten ze niets.