dirven

Tim Dirven - Guatemala, August (1997)

Tim Dirven (b.1968 Belgium) studied photography at the Saint Lucas Institute in Brussels from 1988 till 1992 and at the Academy of Performing Arts in Prague. In 1994 Tim began working as a freelance photographer, and since 1996 he has been working full time for the Belgium newspaper ‘De Morgen’. He has made reports all over the world, on assignment for magazines and newspapers, the Belgium Red Cross, Medecins sans Frontières,  Handicap International, National Geographic or as personal projects.  Tim won a World Press Photo award for his report about refugees in Afghanistan.

(Verve Photo)

Gerben Dirven (bekijk zijn website op: www.gerbendirven.nl) cureerde voor de blog de tweede online voorstelling.


Nebamoen op hoenderjacht (81 cm hoog), Grafkapel van Nebamoen 1400-1300 v. Chr. in Egypte, British Museum (Londen)
Jarenlang heb ik bijna al dit soort kunst gezien alsof het allemaal door één persoon was geproduceerd. Gemaakt volgens de strikte regels van de Egyptische beeldtaal. Meer een ambacht dan een kunst. Maar hier zie ik dan het werk van een ambachtsman die de beeldtaal zeer goed begrijpt en deze naar zijn hand zet. En wel zo goed, dat ik overweldigd werd door de schoonheid van zijn werk. (Of haar werk natuurlijk.) Dit overstijgt voor mij dan toch het ambacht, en betreedt het domein van de kunst. Het loont blijkbaar om toch goed te blijven kijken, zelfs na uren vol vazen en potten.  

Houtsnede – V (36 x 46 cm), Grietje Postma, 1991
Mooi hè? Eigenlijk lijkt deze houtsnede weinig te verschillen van een foto. Maar wanneer je bezig bent met zo’n tijdrovend proces (ongeveer vijf houtsneden per jaar), denk je misschien wat langer na over de keuzes die je maakt dan bij het schieten van een foto. Welke kleuren zal ik gebruiken? Welke details laat ik weg? Wat kan allemaal in dezelfde laag? En welke foto boeit me überhaupt genoeg om er maanden mee te werken? Bij de reductietechniek die ze toepast kan ze niet meer terugkeren naar een eerdere staat. Ze kan enkel vooruit.

Untitled (80 x 100 cm), Evi Vingerling, 2013
Het kan, schoonheid nastreven en toch ook binnen de hedendaagse schilderkunst  roem verwerven. Evi Vingerling vindt schoonheid in het kleine en alledaagse. Ze laat mij even met haar ogen kijken. Vijf jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met haar werk, het ging aan mij voorbij, al heb ik het destijds toch met aandacht bekeken. Nu, slechts een paar jaar later, zag ik haar werk nogmaals en – wauw! Dus ja… misschien moet ik nog maar eens vaker terugkeren naar werk waar ik voorheen geen grip op kreeg. Die kunstenaars maken het immers ook niet voor niets, misschien moet ik alleen nog hun perspectief in leren nemen.

Victory Boogie Woogie (127,5 x 127,5 cm), Piet Mondriaan, 1942-1944, Gemeentemuseum (Den Haag)
Avant-garde, radicaal, terug naar de essentie… het zal me wat. Mondriaan zal er echt allemaal wel eens aan gedacht hebben, net zoals ik ook denk over mijn plaats in de kunst. Maar wanneer ik bezig ben met het tekenen zelf, het daadwerkelijk maken van kunst, dan gaat het toch over andere zaken. Ga ik die lijn door trekken? Is het beter om die hoek leeg te laten? Oh dit is een fijne combinatie zeg…  Terwijl ik aan het maken ben, denk ik in schoonheid. Dat zal voor Piet niet anders zijn geweest. Met name in dit werk lijkt de waas van het denken over kunst weg te vallen en het spel van het maken naar voren te treden.

Dancing Celestial Deity , 1101 – 1150 n. Chr. in India (Uttar Pradesh), Metropolitan Museum of Art (New York) (85,1 cm hoog)
Soms heb ik wel eens het idee dat ik als man niet helemaal onbevooroordeeld naar beelden van vrouwen kan kijken. Toch lijkt het erop dat dit beeld meer in huis heeft dan slechts inspelen op de voortplantingsdrift. Ik ben in hetzelfde museum immers vele andere vrouwen zomaar voorbij gelopen. Of het nu in de herhaling van vorm zit of de goede balans… ik kan het niet zeggen. Misschien speelt ze wel degelijk in op de drift, maar doet ze dat met haar overdreven vorm en pose gewoonweg vele malen beter dan haar concurrenten. Maakt het uit?

More Sweetly Play the Dance, Video Installatie (45 m breed, 15 min.), William Kentridge, 2015, Eye (Amsterdam)
In deze film loopt een parade door acht beeldschermen. Muzikanten, sprekers, kartonnen objecten, dansers en andere figuren trekken in de maat van de muziek langs een geanimeerde achtergrond. Het geheel van vrolijke muziek met wat valse noten, vuile houtskooltekeningen, scherpe figuren en een contrastrijk gezelschap (zowel in vorm als in samenstelling)  zorgt voor een vreemde ervaring. Met het beeld dat ik heb van Afrika en de grauwe opzet neig ik tot een wat serieuze droevige stemming. Maar de muziek en de dansers slepen mij mee in het ritme. Hier wordt ik toch ook blij van. Er zit iets onweerstaanbaars in deze parade. Ze komen uit een moeilijke situatie en lijken geen betere situatie tegemoet te gaan, maar ondertussen gaan ze wel lekker verder.

Early Spring, Canoe Lake (22 x 27cm), Tom Thomson, 2017
Hier heb ik eigenlijk vrij weinig aan toe te voegen. Het heeft mij omver geblazen. Maar goed, toch een paar woorden dan. Tom Thomson was een kunstenaar die onder mysterieuze omstandigheden aan zijn eind kwam. In Canada is zijn naam zeer bekend en zijn schilderijen worden verkocht voor aanzienlijke bedragen. De landschapsschilderkunst heb ik, als liefhebber van landschappen, toch aardig bestudeerd, maar van Tom Thomson had ik nog niet gehoord. Tot ik, via een reply op een post van een pagina die leuk bevonden werd door een vriend van mij, dan toch deze naam voorbij zag komen. Had ik die dag geen tijd besteed aan het eindeloos scrollen door facebook, dan was deze pracht aan mij voorbij gegaan.
Wat zal er nog veel zijn om te ontdekken.