de klinker

Die winter was onze huid zo dun als gaas en wrongen onze aderen zich als koperdraad naar boven. We renden – we renden over de koude klinkers en we renden langs de haven en we renden voorbij de hoogspanningskabels we renden door twee in elkaar gehaakte armen en soms lagen we – soms losten we op in een smalle strook licht. Als het laatste gevoel uit onze vingertoppen wegtrok en we alleen nog maar huid en handen handen handen waren, legde hij me in zijn hals als een geschoten hert en droeg me naar huis. Daar lag ik, uitgevouwen op zijn schoot terwijl hij mijn vel als een trui over mijn hoofd probeerde te stropen. We waren op zoek naar een naad om los te trekken, om te rafelen van onze kraag tot onze schouders tot onze mouwen en open te barsten – we moesten openbarsten. We waren elektrisch, een zwerm bijen in een open veld.

Ge laat uw geluk altijd afhangen van anderen en nu zit ge zo dicht bij de afgrond dat ge u zelf bijna kunt horen vallen. Ge wilt iets zeggen, maar uw stem sterft weg, nog voor de eerste klinker de kans krijgt om over uw lippen te rollen. Ge beseft dat de duivel echt is. Alleen is hij geen man met een rode huid en hoorns, maar een stemmetje in uw hoofd. Iets wat u dingen vertelt om te doen en het nog aanlokkelijk laat klinken ook. ‘Toe, zet nog ne stap. Ge zijt er bijna.’

flickr

Crown The Empire (US) by Cardinals
Via Flickr:
live at De Klinker Aarschot BE // January 23rd 2015 // ©Arne Desmedt for HeartBreakTunes