dakraam

Tussendagen

1.
Ik zit in een ijssalon wanneer ik hoor dat hij dood is.
‘Het is voorbij,’ zegt het meisje dat ik twee weken geleden heb ontmoet. Ik druk mijn telefoon dichter tegen mijn oor. De komende dagen slaapt ze niet bij mij, omdat ze naar haar ouders gaat. Ik voel me afgewezen, ook al weet ik dat het onredelijk is.
Op de achtergrond hoor ik haar vader roepen dat ze door moet lopen. Ik bestel nog twee bolletjes ijs, een met citroen en de ander met de smaak van oma’s appeltaart. 

Keep reading

Vannacht wens ik mij

Vannacht wens ik mij een dakraam met daarboven een nacht die zo donker is als alle dingen die ik bekijk met ogen toe.
Ik wens mij vier repen chocola, twee emmers moed en een heel zacht dekentje.
En ik wens mij een verrekijker om naar de sterren te kijken en de mensen en de auto’s en de bomen die verstoppertje spelen met de maan.
Ik sluit mijn ogen.
Het lukt bijna.

Ik heb niet heel veel meer nodig dan met jou in bed liggend naar de regen te luisteren die tikt op het schuine dakraam, met jouw benen tegen die van mij, je armen om me heen en gewoon een beetje te bestaan zo samen.