bijna thuis

De bus

Ik was bijna thuis. Ik had gewerkt en de afgelopen twintig minuten op de fiets gezeten. Het was mistig, windstil en ik baalde dat ik een trui was vergeten mee te nemen, want de kou was door mijn jas gekropen en had een huis gebouwd op mijn borst. Ik keek even naar rechts, naar de overkant van de weg, de universiteit en daarvoor de bushalte. Vrijwel verlaten, op twee mensen na. Een jonge man en een jonge vrouw zaten naast elkaar op het bankje. Ze had haar been nonchalant over zijn knieën gelegd, haar hand lag over zijn rug heen en met haar vingers streelde ze een pluk haar, vlak boven zijn oor. Ik kon niet zien of ze zwegen of spraken, maar ze zagen er tevreden uit. Alsof het ze niet kon schelen hoe laat de bus zou komen.

Misschien is een goede partner niet iemand die je wereld ondersteboven zet. Misschien is een goede liefde gewoon zo simpel als willen wachten op de bus.