Hoogt

Oranjetinten nestelen zich tussen mijn lange, krullende wimpers zoals ik dat in het holst van de voorbije nacht in jouw armen deed.

De zon vermengt zich met de blos op mijn wangen
en kleuren het bruine van jouw ogen goudkleurig.

Ik lig daar met jou;
genietend,
zuchtend,
geborgen voor het krenkende van de stad.

Hemelsblauw zijn de zachte lakens die onze weinig omvattende lichamen verwarmen.

We zijn naakt met elkaar omdat onze huiden aan elkaar kleven,
bloot voor elkaar omdat onze zielen en gevoelens tot op een zekere hoogte met elkaar vermengd raakten terwijl de zon achter de Schelde verdween.