zwarte-zee

1 maart. Premier deelrepubliek Krim vraagt Poetin om hulp

De premier van de Oekraïense deelrepubliek Krim, Sergej Aksjonov, heeft de Russische president Vladimir Poetin om hulp gevraagd om de veiligheid op het schiereiland te waarborgen. Aksjonov is pro-Russisch, en in zijn deelrepubliek wonen veel etnische Russen. In Oekraïne is echter onlangs een pro-Europese, anti-Russische coup uitgemond in het aftreden van president Janoekovitsj. Russische troepen zouden al actief zijn op de Krim om hun belangen te beschermen. Oekraïners reageren woedend op deze Russische inmenging in Oekraïense zaken.

De Krim, bekend van de gelijknamige oorlog van 1853 tot 1856, waarin Rusland werd verslagen door een alliantie van Frankrijk, Groot-Brittannië en de Ottomanen, is al tijden een heet hangijzer in de Russisch-Oekraïense relaties. Hoewel het schiereiland een overwegend Russische bevolking heeft, schonk Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov, met Oekraïense roots, het in 1954 aan de deelrepubliek Oekraïne.

In de tijd van de Sovjet-Unie had deze toewijzing niet heel veel betekenis, maar na de onafhankelijkheid van Oekraïne in 1991 woonden vele Russen plotseling in een vreemd land. Het zelfde gold bovendien voor de Russische Zwarte Zeevloot in Sevastopol, in het westen van de Krim. De Russen verlengden vier jaar geleden de ‘huur’ van deze marinebasis tot 2042. Deze overeenkomst werd ondertekend door de nu naar de Krim gevluchte president Janoekovitsj.

25 april. Doden bij Slag om Gallipoli herdacht

Een Australische soldaat geeft water aan een gewonde Turk

Vandaag werd op meerdere plaatsen in de wereld herdacht dat precies honderd jaar geleden een van de bloedigste veldslagen van de Eerste wereldoorlog begon. In Turkije en in Groot-Brittannië, Australië en Nieuw-Zeeland werden de doden van de Slag om Gallipoli herdacht, die begon op 25 april 1915. 

Deze veldslag liep uit op een militair fiasco voor de geallieerden, die de Turken, bondgenoot van de Duitsers, op de Dardanellen een snelle, beslissende slag wilden toebrengen. Zoals eigenlijk voor de hele oorlog gold, was er geen sprake van een snelle overwinning, maar een lange, bloedige strijd waarbij vele doden vielen. Het eindresultaat was terugtrekking van de geallieerde troepen. Winston Churchill was een van de commandanten en architecten van de campagne, en het kostte hem even om van deze mislukking te herstellen. 

Het schiereiland Gallipoli (Gelibolu in modern Turks) vormt de noordelijke oever van de Dardanellen, de zeestraat die de Middellandse Zee verbindt met de Zee van Marmara en daarmee de Zwarte Zee. De geallieerden wilden de zeestraat beheersen, en eveneens het iets noordelijker gelegen Constantinopel onderwerpen, en daarmee de Ottomaanse Turken uit de oorlog stoten.

De Turken, die in de aanloop naar de oorlog nog geen kant hadden gekozen en die zich uiteindelijk na een spannende race tegen de klok tussen Britse oorlogsbodems en een Duitse kruiser door de Duitsers hadden laten overhalen hun kant te kiezen, hadden zich goed voorbereid op de amfibische aanval van de geallieerden. Het schiereiland was hooggelegen, en de landingstroepen kregen eigenlijk te maken met een enigszins vergelijkbare situatie als de landingstroepen van D-Day bijna dertig jaar later. De Turken hadden zich ingegraven en wisten de aanvallers, anders dan in juni 1944, na een verbeten strijd in januari 1916 terug de zee in te duwen.

Tot de aanval was besloten nadat een poging om een doorgang naar Constantinopel over het water te forceren was mislukt, omdat de artillerie van de Ottomanen effectiever bleek dan verwacht, en omdat het de geallieerden niet lukte de vele zeemijnen die de Turken in de zeestraat hadden gelegd met mijnenvegers weg te halen. Franse en Britse oorlogsschepen gingen verloren.
Het is zeer begrijpelijk dat de hierop volgende aanval over land zo’n belangrijke plaats heeft gekregen in het geheugen van de landen die eraan meededen. Er vielen aan beide zijden zo’n 250.000 doden tijdens de hele campagne, wat op zich al een belangrijke reden is om de slag te herdenken. De politieke gevolgen waren eveneens groot.

De Australiërs en Nieuw-Zeelanders deden eigenlijk voor het eerst op grote schaal mee aan een dergelijke oorlog. De troepen, bekend onder de afkorting ANZAC (de herdenking heet dan ook ‘ANZAC Day’ in deze landen), vochten dan wel als trouwe bondgenoten van de Britten, maar vertegenwoordigden ook hun eigen landen. Australië was pas een onafhankelijk land sinds 1901, en Nieuw-Zeeland werd pas echt onafhankelijk na de Tweede Wereldoorlog. De soldaten die dus zo dapper streden en stierven voor hun vaderland op stranden ver van huis deden veel voor het nationale besef van deze jonge naties.

De Ottomanen behaalden een glorieuze overwinning, de laatste grote overwinning van dit ooit oppermachtige rijk. Een van de belangrijkste commandanten was Mustafa Kemal, later bekend als Atatürk, de vader des vaderlands van de Turkse Republiek die in de jaren ’20 verrees uit de puinhopen van het Ottomaanse Rijk. De dappere strijd van zijn mannen was zowel een laatste saluut aan de verdwenen macht van het rijk, en het startschot voor een nieuw begin, waarbij de Turken niet hoefden onder te doen voor westerse machten.

De gruwelen van Gallipoli werden in 1971 beschreven door de Schotse folkzanger Eric Bogle, die het verhaal van een soldaat vertelt in het lied And the Band Played Waltzing Matilda, waarin hij het idee van een glorieuze en dappere strijd als een leugen ontmaskert. Het is een onofficieel herdenkingslied van ANZAC Day in de Angelsaksische wereld.