viez

Waar ik zoal achterkom

In de metro huilt een kind alsof het beseft
dat deze wereld eindes kent.

Realiseer me dat ik al een heel end
opgeschoten ben met betrekking tot verlegging
van mijn irritatiegrens.

Een vieze geur in de tram. Kan zeggen
dat ik dat niet ben. Met zoveel zekerheid
ga ik over straat naar mijn volgende doel
en met een brok ellende in mijn stem.

De trein remt en staat voorlopig stil.

Een medewerker vraagt me of ik opstaan wil
voor iemand die dat niet kan
of zelfs nooit heeft gedaan. Ach, zegt de man
en lacht: ik heb toch mijn eigen zitplek.

Een meisje kijkt verbaasd opzij. Ze verwachtte
vast hoe ik rook niet bij dat uiterlijk van mij.

Als je logé bent geweest bij een homostel
weet je zeker dat je ’s morgens na het douchen
in elk geval geen vrouwenluchtje opspuit.

Dan denk ik aan het kind. Zo hard als dat het schopte
tegen de busruit. Het einde lijkt telkens nabij
met de instelling van dat telg.

En dat het voor hem al bijna zover is, lijkt me helder.
Ik zou ook niet lang leven wanneer ik in de problemen
van iemand van zijn leeftijd zwelg.

- Viez -

This Saucy barkeep is the mistress of the fruit-bar located In the southern province where Sierra works. This Sassy lady and her wife, Olana, are the backbone of the most popular fruit bar in all of the southern province: The Glistening Pear. Viez’s street smarts allow her to flirt and earn many extra tips, as her eerily self-conscious tail preforms feats of daring, juggling drinks and fruit and knives around like a showman. Her tail is very immature as it tends to get into fights with people (not good for business.).

Viez’s relationship with Kassidy has turned sour over the years as they grew up together, Kassidy’s lack of involvement on the world makes Viez hurt and very bitter towards Kassidy, but she has a begrudging respect for her. However Olana was not too lenient on letting Sierra leave with the party of Kassidy for the sake of her safety, her life, and the business losing a crucial member.

Viez’s favorite fruit is a sisalian equivalent to a Mango, and she eats an abundant number of them behind Olana’s back, though Olana can easily guess that she is eating them, as she checks the bills. Though she is a glutton with the ‘Mangos’, her experience at the bar makes her a highly qualified entertainer and manager. She completely dominates the market with her accuracy in making complex drinks. Her ability to make a Samarian Sunset is unrivaled and is rarely tasted properly by most. 

One fruit she hates with a passion. Kiwi’s….. she can’t stand them.
——————————————————-
Design is Credited to HypnoFood

Perfecte imperfectie

Maar ik hou zoveel van imperfectie. Onopgemaakte bedden, een keuken met vieze kopjes en koud theewater, dronken mensen, gebarsten vazen, de lachrimpels bij je ogen en je twee verschillende sokken.

Binnen twee weken stel ik tentoon tijdens het Bomfestival in Gent! Hoera!

Van 13 tot 16 mei zal een deel van mijn werk te zien zijn in de Kringloopwinkel (ja, u leest het goed) in het Pierkespark. Mijn tentoonstelling hoort bij de kunstroute Rout’Art, waarbij verschillende kunstenaars tentoonstellen op twee routes in en rond de Brugse Poort.

Het is mijn tweede tentoonstelling, maar voor deze begin ik toch wel zenuwachtig te worden… Vier dagen lang, dat is niet niks! 
Ook vind ik der term ‘kunstenaar’ absoluut nog niet bij mij passen. Al is dat volgens mij wel goed, dat ik nog met mijn beide voeten op de grond blijf staan. 

Iedereen die van 13 tot 16 mei tijd kan vrijmaken om even naar Gent te trekken: DOEN! Er is voor elk wat wils; concerten, theater, beeldende kunst, … En allemaal gratis!

Tot dan!

- Aagje

annika11112 asked:

*gets close to your face and whispers* "blijf met je vieze tengels van mijn fiets af." ((have fun translating that. it's dutch, btw.))

Scott: -_-;;;; hold on- MUN!!
Mun: *walks in*
Scott: translate that
Mun: UGH fine

Lichaamsbeweging

Laatst rende ik vanaf het huis van mijn buurman naar mijn huis na een geslaagde wiskunde bijles. Laat ik u zeggen dat mijn ouders en ik in een vrijstaand huis wonen. Er zit dus zo’n vijftig meter tussen elk huis. Ik was kapot, ik zat te hijgen als een hond. Ik voelde me zo verrot als maar kon. Waarom zou ik me ook anders voelen, ik heb immers vijf jaar niet meer gesport.

Ik heb dan ook een schijthekel aan lichaamsbeweging. Ik veracht elke vorm van lichaamsbeweging. Het begint al als ik ’s ochtends opsta. Als ik eindelijk de moed heb om uit bed te stappen, dan steun en kreun ik vijf minuten lang. Wanneer ik eindelijk uit bed ben, moet ik naar de badkamer. Het ochtendritueel van naar het toilet gaan, vereist zo’n grote inspanning dat ik voor de rest van de dag ben uitgeteld. Aangekleed en wel weet ik mijn weg naar beneden te worstelen, waar het ontbijt op mij wacht. Geen koffie, koffie smaakt naar vergeten verdriet. Vieze bittere rommel wat zelfs niet beter smaakt met een heel pak suikerklontjes. Dan maar een bammetje met vlees en een bammetje met jam. Lekker.

Vervolgens komt het zwaarste moment van de dag, de fietstocht naar school. Vijf kilometer fietsen, vijf kilometer. Dat is voor mijn gevoel een gehele triatlon. Het ergste is nog wanneer je in de lente of herfst moet fietsen, dan is het ’s ochtends steenkoud en heb je ’s middags de hitte van de zevende hel op je kop schijnen.

Eindelijk aangekomen op school haast ik mij naar de kapstokken. En dan, de ellende. Vier trappen. Vier trappen die overlopen zijn met zwetende brugklassers die het begrip deodorant niet begrijpen. Een keer stonk iemand zo erg dat ik kotsneigingen kreeg. De kunst is dus dat je genoeg inademt om niet flauw te vallen, maar ook dat je niet teveel inademt zodat je bezwijkt aan de penetrante lichaamsdampen.

Nadat ik de hel van het trappenhuis heb overleefd en mijn ademhaling weer onder controle heb, betreed ik het lokaal. Hier word ik aangegaapt door klasgenoten die niet begrijpen wat ik allemaal al heb moeten doorstaan. Met een zucht zet ik mijn tas neer en plof ik op mijn stoel. Ik krijg van de docent een blik vol medelijden. Ik reageer met een flauwe glimlach. Met een tweede zucht haal ik mijn boeken uit mijn tas.

15:00, de bel. Vrijheid. Ik haast mij naar beneden om voor de horde bij de kapstokken te zijn. Half buitenadem spring ik door de open deur naar de fietsenstalling. Het noodlot slaat toe, een horde. Een traag lopende massa die graag alles ophouden bij de fietsenstalling, zij hebben geen schrijntje sympathie voor wie dan ook. Het lijkt net een scene uit The Walking Dead. Kwijl, gegrom, verrotte gore lucht en hitte. Na enkele momenten weet ik toch te ontsnappen. Niet dat ik geheel tevreden ben, ik moet nog een barre tocht maken door het niemandsland.

Thuis aangekomen laat ik me languit op de bank vallen. Ik kan niet meer, ik ben uitgeput. Ik weet nog enkele jammergeluiden te produceren. Mijn vader komt de kamer binnen en vraagt ‘vriendelijk’ of ik mijn bek wil houden. Hij heeft wel meer van dat soort uitspraken, maar dat is een verhaal voor een andere keer.

Met een laatste krachtinspanning ga ik naar boven, naar mijn slaapkamer. En daar staat ze, mijn steun en toeverlaat. Mijn laptop. Ik sleep mijzelf over de grond naar de bureaustoel en ga zitten. Opeens krijg ik al mijn kracht terug, alsof er een Duracell batterij in mijn rug wordt gestopt.

Tot een uur of tien blijf ik wakker. Vermoeid van een dag vol gebeurtenissen slenter ik naar de badkamer om mij te wassen. Eenmaal klaar loop ik richting mijn bed. Ik kruip lekker onder de wol, want morgen begint alles van vooraf aan. Volgens mij moet ik toch maar eens naar de sportschool.