2

Lord of the Flies

Een groeiend aantal Yakety Sax studenten trekt de wijk in met bijbehorend overlast. Opvallend hoe snel men zich ‘de wijk’ toeëigent en uitspraken zoals “hoort bij de wijk” denkt te kunnen maken, en dat wat “bij de wijk hoort” voor het gemak alles is wat de roepers van de uitspraak het beste uitkomt.

Bunch of fucking inconsiderate kids with a conveniently misplaced sense of fucking entitlement.

P. S. Moest elke troll-vezel van mijn lijf beheersen om niet te reageren met “aan hen”.

Gerucht: BICEP2-signaal zou 'vervuild' zijn met straling Melkweg

Op maandag 17 maart j.l. kon de hele wereld horen dat het team natuurkundigen van de BICEP2-detector bij het Scott Amundsenstation vlakbij de Zuidpool met die detector in de kosmische microgolf-achtergrondstraling (Engelse afkorting: CMB) B-mode polarisatie had ontdekt, die veroorzaakt zou zijn door primordiale zwaartekrachtsgolven, ontstaan tijdens de zogenaamde inflatieperiode van de oerknal. Geweldige nieuws, dat insloeg als een bom en dat tot een ware stortvloed aan wetenschappelijke artikelen leidde, die allemaal gingen over de analyses en consequenties van de waarnemingen – inmiddels al zo’n 305! Nou gaat echter het gerucht in de blogosfeer van natuurkundigen – zoem zoem zoem – dat het zou kunnen zijn dat het BICEP2-signaal van de B-mode polarisatie vervuild zou zijn met voorgrondstraling, afkomstig van het magnetische veld van de Melkweg. En dat heeft allemaal te maken met deze kaart van dat magnetische veld, dat gemeten is met de Planck satelliet en die deze week op een conferentie werd gepubliceerd:

Enkele weken geleden was er al een publicatie van de resultaten van Planck aan dat magnetische veld, maar toen werd bovenstaande kaart niet getoond. Waar het om draait is dat het BICEP2-team maar een klein stukje van de hemel heeft gemeten, ver weg van de Melkweg. Dat deden ze om te voorkomen dat in het gemeten signaal vervuiling zou zijn van straling, die afkomstig is van de Melkweg. Hieronder zie je het gebied dat met BICEP2 is waargenomen, het kleine, gebogen stukje onderaan.

BICEP2 keek in één frequentie naar de hemel en wel bij 100 GHz, een frequentie die goed is om de CMB waar te nemen, maar niet voor gepolariseerd stof of synchrotronstraling. Met de Europese Planck satelliet is afgelopen jaren ook de CMB gemeten, alleen zijn er twee duidelijke verschillen met de BICEP2-meting: Planck keek naar de gehele hemel, dus inclusief de gebieden aan de hemel waar de Melkweg zich bevindt én het BICEP2-veld, én er werd niet in één frequentie gekeken, maar in zeven frequenties. De op die conferentie gepubliceerde kaart gepubliceerd van de polarisatie bij 353 GHZ door Planck toont ook de polarisatie in het BICEP2-veld en wat blijkt: er zou wel degelijk sprake zijn van polarisatie door stof van de Melkweg in dat gebied, ook al dacht het BICEP2-team dat het daar vrij zou zijn van storende ‘voorgrondruis’ van de Melkweg. Het gerucht gaat dat het team van BICEP2 heeft toegegeven dat er sprake is van vervuiling van het gemeten signaal met ruis van de Melkweg. Het betekent niet dat alles op het conto van de Melkweg kan worden geschoven, er zou nog steeds een bepaalde gedeelte veroorzaakt kunnen zijn door de primordiale zwaartekrachtsgolven. De inmiddels beroemde verhouding tussen de tensor van de zwaartekrachtsgolven en de scalar van de dichtheidsgolven zou dan niet r ≈ 0,2 zijn, zoals BICEP2 had gemeten, maar r ≈ 0,1. Het wachten is nu op meer gegevens van Planck, POLARBEAR, ACTpole en de Keck Array – concurrenten van BICEP2 – om dit te bevestigen of ontkrachten. :bron: Bron: Resonaances + In the Dark.

Astroblogs: http://www.astroblogs.nl/2014/05/12/gerucht-bicep2-signaal-zou-vervuild-zijn-met-straling-melkweg/

Leerlingen in debat over polarisatie

Met het project ‘Polarisatie’ ontdekken leerlingen hoe vooroordelen kunnen leiden tot het uitsluiten van een hele groep. Ze leren dat het hele proces van polarisatie regelmatig voorkomt in onze maatschappij.

Aan de hand van digitaal lesmateriaal van Codename Future vormen ze zich er een beeld van en gaan erover in gesprek met hun klasgenoten, gesteund door de debat- en dialoogwijzer van het Forum voor Democratische Ontwikkeling (FDO).

Debatteren voor beginners
Debatteren is voor de meeste leerlingen zeker niet gemakkelijk. Desondanks had debatleider Farid Tabarki (onder andere bekend van MTV Coolpolitics) de leerlingen meteen te pakken met interessante stellingen.

Een docente van het Markland College omschrijft het als volgt: “In het begin vonden ze het wel gek, dat ze moesten gaan staan, als ze iets wilden zeggen. Maar, ze kwamen in het debat echt met argumenten en luisterden naar elkaar. Ik wist dat de leerlingen het konden, maar het is erg leuk om te merken, dat dat zo is.”

Positief verrast
Een docent van het Lauwers College in Kollum was positief verrast over de input van de leerlingen: “De openheid van het gesprek was bijzonder, waaruit bleek dat een flink deel van de groep leerlingen echt naar elkaar luisterde en bovendien eerlijk aangaf wanneer men het niet helemaal met elkaar eens was en dit met argumenten probeerde te verwoorden.”

Geslaagde projectdag
De opdrachten in het lesmateriaal spraken de leerlingen van het Lauwers College zeer aan. Ook op deze school beginnen ze wat onwennig aan de debatten, maar dat veranderde snel volgens de docent: “Gedurende de dag werden ze steeds enthousiaster en na de 1ste ronde sprongen de vonken er vanaf en werd er op  het scherpst van de snede gedebatteerd.
Er zaten een aantal talentjes bij. Kortom een geslaagde projectdag!”

BEKIJK HET LESMATERIAAL »>

Watch on ilovefoolsexperiments.tumblr.com

De regenboog spreekt zeer tot de verbeelding; dat is door de eeuwen heen al het geval. Hij is prachtig strak en kleurrijk, heeft iets mystieks, iets ongrijpbaars. Hoe krijg je zoiets uit een regenbui en een zonnestraal?

De regenboog vastpakken kan niet, en er naar toe vliegen evenmin. En onder de regenboog door lopen? Onder mijn “eigen” regenboog doorlopen lukt niet, net zoals ik niet over mijn eigen schaduw kan springen. Maar onder iemand anders z’n regenboog doorlopen?
Om die vraag te beantwoorden moeten we nagaan hoe die regenboog ontstaat. Er is zon voor nodig (althans een sterke lichtbron) en regen (althans waterdruppels, van een tuinsproeier of een waterval, bijvoorbeeld).

Wat de echte regenboog betreft valt het op, dat we hem altijd zien met de zon in onze rug, en dat hij in de regen lijkt te staan. Verder merken we op dat hij nooit te zien is midden op een zomerdag, als de zon hoog aan de hemel staat. Hoe lager de zon, hoe meer we van de boog kunnen zien. Als de zon vlak boven de horizon staat zien we praktisch een complete halve cirkel. En als we hoog genoeg boven de grond zijn, kunnen we, met een beetje geluk, een volledige cirkel zien. Dat lukt soms vanuit een vliegtuig. Vaak staat er buiten de “hoofdboog” een tweede boog, zwakker en met het kleurenspectrum omgekeerd: de hoofdboog heeft blauw beneden en rood boven, en bij de “bijboog” is dat precies andersom. Ten slotte: het zal de scherpe waarnemer zijn opgevallen dat de hemel boven de regenboog donkerder is dan eronder (als er twee bogen staan is het de ruimte daartussen, die iets donkerder is). Al deze facetten worden duidelijk als we nagaan hoe de regenboog ontstaat.

Het feit dat we kleuren zien in de regenboog, betekent dat we er met reflectie alléén niet komen; voor reflectie geldt immers eenvoudige spiegeling, en die is voor alle kleuren hetzelfde. Er moet breking aan te pas komen om het witte zonlicht te ontbinden in een spectrum, zoals dat ook bij breking in een prisma gebeurt. Bovendien moet er iets speciaals aan de hand zijn met één bepaalde hoek, de hoek namelijk waaronder we de regenboog waarnemen. We zouden dat de “regenbooghoek” kunnen noemen: de straal van de regenboog in termen van graden, ofwel de hoek tussen de regenboog en de as die loopt van de zon door de waarnemer. Die hoek is ongeveer 42o voor de hoofdboog.

De vraag waar we voor staan is: Hoe lopen lichtstralen in regendruppels op een zodanige manier dat ze gebroken worden en daarna, schuin achterwaarts, ons oog bereiken? De eenvoudigste lichtroute die daaraan voldoet is geschetst in fig.1: breking aan de voorkant, reflectie aan de achterkant, en wéér breking aan de voorkant. Het precieze pad berekenen is nog vrij bewerkelijk, zelfs als we het golfkarakter van licht even vergeten, en gewone “geometrische optica” gebruiken (dit is prima zolang de regendruppels groot zijn ten opzichte van de golflengte). Veel makkelijker is het om het pad te méten, door gebruik te maken van een model doorsnede door een waterdruppel, in de vorm van een glazen beker met water erin, en een laserstraal bij wijze van zonnestraal.

Als we dat experiment doen zien we iets verrassends: als we de laserstraal langzaam door de “druppel” halen en we naar het achterwaarts gereflecteerde licht kijken, blijkt de afbuighoek een maximum waarde (42o!) niet te overschrijden. Schematisch is dat weergegeven in fig. 1: zowel straal 1 als straal 3 komen onder een kleinere hoek terug dan straal 2.

Als we dit vertalen naar de werkelijkheid heeft dit twee gevolgen. Als we met de rug naar de zon staan en we kijken naar het licht dat door een regenbui wordt gereflecteerd , dan komt er géén licht uit druppels die onder een grotere hoek dan ongeveer 42o staan. Dat verklaart waarom de lucht buiten de regenboog iets donkerder is dan erbinnen. En de regenboog zélf? Die komt tot stand doordat er precies op die overgang, bij die 42o, extra veel licht teruggekaatst wordt; immers, in figuur 1 zullen een aantal buren ter weerszijden van straal 2 óók onder 42o terugkomen, en voor extra intensiteit zorgen. En omdat rood iets minder sterk breekt dan blauw, is die hoek voor rood iets groter dan voor blauw (ongeveer 42 tegenover 40o). Rood zit dus aan de buitenkant van de boog.

Als we met een polaroidbril naar een regenboog kijken, blijkt het licht gepolariseerd te zijn. Dat is het gevolg van het feit dat we kijken naar gereflecteerd licht, en de gereflecteerde intensiteiten zijn voor de verschillende polarisatietoestanden verschillend. Dat verschil is het sterkst bij de “Brewsterhoek”, waarbij een van de twee polarisatietoestanden zelfs een reflectie 0 heeft. Voor de overgang lucht-water is de Brewsterhoek 53o (nl. arctg n, met n=1,33). Dat is dicht bij de hoek van inval die bij de “regenbooghoek” hoort. De polarisatie van regenbooglicht is dus aanzienlijk.

Er is een grote variatie bij regenbogen mogelijk: geen twee bogen zijn identiek. Dit komt door verschillende complicaties die we hier buiten beschouwing hebben gelaten, zoals interferentie en buiging van het licht, en verschillen in grootte en vorm van de druppels. 

Gerucht: BICEP2-signaal zou 'vervuild' zijn met straling Melkweg

Op maandag 17 maart j.l. kon de hele wereld horen dat het team natuurkundigen van de BICEP2-detector bij het Scott Amundsenstation vlakbij de Zuidpool met die detector in de kosmische microgolf-achtergrondstraling (Engelse afkorting: CMB) B-mode polarisatie had ontdekt, die veroorzaakt zou zijn door primordiale zwaartekrachtsgolven, ontstaan tijdens de zogenaamde inflatieperiode van de oerknal. Geweldige nieuws, dat insloeg als een bom en dat tot een ware stortvloed aan wetenschappelijke artikelen leidde, die allemaal gingen over de analyses en consequenties van de waarnemingen – inmiddels al zo’n 305! Nou gaat echter het gerucht in de blogosfeer van natuurkundigen – zoem zoem zoem – dat het zou kunnen zijn dat het BICEP2-signaal van de B-mode polarisatie vervuild zou zijn met voorgrondstraling, afkomstig van het magnetische veld van de Melkweg. En dat heeft allemaal te maken met deze kaart van dat magnetische veld, dat gemeten is met de Planck satelliet en die deze week op een conferentie werd gepubliceerd:

Enkele weken geleden was er al een publicatie van de resultaten van Planck aan dat magnetische veld, maar toen werd bovenstaande kaart niet getoond. Waar het om draait is dat het BICEP2-team maar een klein stukje van de hemel heeft gemeten, ver weg van de Melkweg. Dat deden ze om te voorkomen dat in het gemeten signaal vervuiling zou zijn van straling, die afkomstig is van de Melkweg. Hieronder zie je het gebied dat met BICEP2 is waargenomen, het kleine, gebogen stukje onderaan.

BICEP2 keek in één frequentie naar de hemel en wel bij 100 GHz, een frequentie die goed is om de CMB waar te nemen, maar niet voor gepolariseerd stof of synchrotronstraling. Met de Europese Planck satelliet is afgelopen jaren ook de CMB gemeten, alleen zijn er twee duidelijke verschillen met de BICEP2-meting: Planck keek naar de gehele hemel, dus inclusief de gebieden aan de hemel waar de Melkweg zich bevindt én het BICEP2-veld, én er werd niet in één frequentie gekeken, maar in zeven frequenties. De op die conferentie gepubliceerde kaart gepubliceerd van de polarisatie bij 353 GHZ door Planck toont ook de polarisatie in het BICEP2-veld en wat blijkt: er zou wel degelijk sprake zijn van polarisatie door stof van de Melkweg in dat gebied, ook al dacht het BICEP2-team dat het daar vrij zou zijn van storende ‘voorgrondruis’ van de Melkweg. Het gerucht gaat dat het team van BICEP2 heeft toegegeven dat er sprake is van vervuiling van het gemeten signaal met ruis van de Melkweg. Het betekent niet dat alles op het conto van de Melkweg kan worden geschoven, er zou nog steeds een bepaalde gedeelte veroorzaakt kunnen zijn door de primordiale zwaartekrachtsgolven. De inmiddels beroemde verhouding tussen de tensor van de zwaartekrachtsgolven en de scalar van de dichtheidsgolven zou dan niet r ≈ 0,2 zijn, zoals BICEP2 had gemeten, maar r ≈ 0,1. Het wachten is nu op meer gegevens van Planck, POLARBEAR, ACTpole en de Keck Array – concurrenten van BICEP2 – om dit te bevestigen of ontkrachten. :bron: Bron: Resonaances + In the Dark.

Astroblogs: http://www.astroblogs.nl/2014/05/12/gerucht-bicep2-signaal-zou-vervuild-zijn-met-straling-melkweg/

Gooit stof roet in het eten van de BICEP2-waarnemingen?

Het restant van de supernova die in 1006 aan de hemel verscheen

Ruim een maand terug - op die gedenkwaardige 17e maart 2014 - was het wereldnieuws dat onderzoekers verbonden aan de BICEP2 detector de ontdekking bekendmaakten van polarisatie in de kosmische microgolf-achtergrondstraling, die veroorzaakt zou zijn door primordiale zwaartekrachtgolven afkomstig uit de inflatieperiode van de oerknal. Om er zeker van te zijn dat de waargenomen polarisatie niet door andere bronnen dan de zwaartekrachtsgolven van 13,82 miljard jaar oud zou zijn veroorzaakt keek men naar een stukje aan de hemel ver verwijderd van de Melkweg. Stof van de Melkweg zou per slot van rekening ook tot polarisatie van de CMB kunnen leiden, da’s de Engelse afkorting van die kosmische straling, maar dáár aan de hemel zou dat volgens de BICEP2-onderzoekers hooguit 20% kunnen uitmaken van de waargenomen polarisatie. Maar nu komt een drietal andere onderzoekers, waaronder Philipp Mertsch (Stanford University in Californië), met de mededeling dat men géén rekening heeft gehouden met stofschillen, die uitgestoten zijn door supernovae, geëxplodeerde sterren in de Melkweg.

Magnetische velden in die stofschillen zouden ook gepolariseerde microgolf-straling kunnen veroorzaken en dat zou wel eens de bron kunnen zijn van de met BICEP2 gemeten polarisatie en niet de zwaartekrachtsgolven uit de oerknal. Het zou natuurlijk ook kunnen dat beiden de polarisatie hebben veroorzaakt, dus de galactische stofschillen én de primordiale zwaartekrachtsgolven. Maar dat moet dan verder uitgezocht worden. Men verwacht ergens in oktober de resultaten van het Planck onderzoek aan de polarisatie in de CMB, dus wellicht dat die uitkomst bieden aan deze discussie. Eh…. nou we het toch over stof hebben, hieronder nog een leuke video over stof in het heelal, uche uche….

Bron: New Scientist + It’s Okay to be Smart.

Astroblogs: http://www.astroblogs.nl/2014/04/15/gooit-stof-roet-het-eten-van-de-bicep2-waarnemingen/

Planck-analyse Melkwegstof voor BICEP2 vermoedelijk rond 1 september klaar

Gons gons, zoem zoem, het gerucht gaat dat we op of rond 1 september a.s. eindelijk antwoord krijgen op de vraag die ons al sinds maandag 17 maart van dit jaar kwelt:  heeft de BICEP2 detector echt primordiale zwaartekrachtsgolven vanuit de inflatieperiode van de oerknal ontdekt, is het slechts polarisatie van lokaal stof in de Melkweg of is het een combinatie van die twee? Eerst was daar op die geruchtmakende 17e maart 2014 de bekendmaking dat men met BICEP2 op de zuidpool in de kosmische microgolf-achtergrondstraling (Engelse afkorting: CMB) B-mode polarisatie had ontdekt, die veroorzaakt zou zijn door primordiale zwaartekrachtsgolven, ontstaan tijdens de zogenaamde inflatieperiode van de oerknal. Daarna kwamen de tegenberichten, de twijfels: het gemeten signaal zou vervuild zijn met polarisatie van voorgrondstraling, afkomstig van het magnetische veld van de Melkweg.   BICEP2 kijkt slechts op één frequentie, 150 GHz, en da’s te weinig om goed onderscheid te kunnen maken tussen primordiale zwaartekrachtsgolven of lokaal stof als bron van de polarisatie.

De CMB straalt als een zwart lichaam, dus daarvoor moet je in meerdere frequenties kijken. Eén instrument heeft de CMB in maar liefst acht frequenties bekeken en niet alleen het stukje zuidelijke hemel, waar BICEP2 heen keek (zie afbeelding hierboven), nee het heeft de gehele hemel bekeken: de in 2009 gelanceerde Europese Planck satelliet. In juli werd bekend dat de teams van BICEP2 en Planck gingen samenwerken om te kijken wat nou de exacte bron van de gemeten B-mode polarisatie is en zo’n beetje de gehele sterrenkundige wereld kijkt uit naar de resultaten van die samenwerking. En nou is daar dus het gerucht dat op of rond 1 september de resultaten bekend zullen worden gemaakt, via een publicatie die zal verschijnen op de ArXiv.

Hier de eerdere Mijmer-versies van deze continuing story over BICEP2:

Bron: In the Dark + Francis (th)E Mule.

Astroblogs: http://www.astroblogs.nl/2014/08/21/planck-analyse-melkwegstof-voor-bicep2-vermoedelijk-rond-1-september-klaar/

Text
Photo
Quote
Link
Chat
Audio
Video