Goudvis

Ik had ooit, samen met mijn broertje, een goudvis. Het enige wat ik me ervan kan herinneren is dat hij (of zij, hoe komt men achter het geslacht van een goudvis?) na het onvermijdelijke einde is begraven bij de perenboom in onze tuin. Hoe vaak ik me niet heb afgevraagd of zijn botjes daar nog liggen, en hoe vaak ik me niet voorgenomen heb om hem op te graven.

Heel wat goudvissen later, ééntje had zelfs de charmante naam Visky, uit de tijd dat ik het stoer vond om whisky te drinken, ook al deed ik dat niet - ik viel namelijk nog ver onder de gomballenwet - vertelde mijn moeder me dat een goudvis een goede manier is om kleine kinderen met het begrip ‘dood’ kennis te laten maken. Nu kijk ik nooit meer met dezelfde blik naar die oranje zwemmers.

Ik kom hierop doordat ik de laatste tijd weer veel over de dood en dieren nadenk. Vreemde combinatie? Voor mij niet, en al ben ik goed met bizarre associaties, ik kan dit uitleggen - ik ben namelijk doodsbang voor ze. Ik durf nauwelijks mijn eigen kat op schoot te nemen, die oude goedzak. Uit smetvrees, maar ook uit angst dat hij me aanvalt.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben dol op dieren, altijd al, maar toch heb ik zeer levende nachtmerries en rampscenario’s waarin ik levend word opgegeten door een geit, vlinder of, zeg, goudvis. Ik moet toegeven dat ik om de zoveel tijd wens dat zoiets gebeurt, maar alsjeblieft niet op die manier.

Maar op het moment hoop ik niet dat ik al te snel door het toilet gespoeld word, of in de grond beland naast de pootaardappelen of zomerkoninkjes, en jullie diepe herinneringen terecht kom. Nee, ik ben keihard aan het oefenen met katten aaien en heb honderden positieve gedachten klaarstaan voor het geval dat, want ik ben nog lang niet klaar met dit feestje. Ik denk dat ik een nieuwe goudvis wil.

Text
Photo
Quote
Link
Chat
Audio
Video