overk

Voor de honderdste keer die week viel de deur achter me dicht. Mijn week was een aaneenschakeling geweest van komen en gaan. Nauwelijks rust, nauwelijks stilte. Elke dag waren er mensen geweest, ontmoetingen, afspraken. Ik had slecht geslapen, nauwelijks gelezen, mijn lichaam was verwaarloosd, vermoeid, op. Ik voelde me dun, doorzichtig. Met een plof viel mijn lege rugzak op de vloer van de keuken. De zon scheen langs de flatgebouwen aan de overkant naar binnen. Ik wilde verdwijnen in het zonlicht, verdampen. Ik wilde mijn raam openen en naar de hemel drijven, ik wilde op de vloer storten en ermee versmelten. Mijn telefoon trilde. Berichtjes, mail, een herinnering aan een voicemail. Op dagen als deze voelde ik me een vreemd spiegelbeeld van Gulliver op zijn reizen. Een reus, overeind gehesen door talloze kleine mannetjes en vrouwtjes. Er zou altijd wel een punt komen waarop ik weer wist hoe ik mijn voeten moest gebruiken, een punt waarna het beter zou worden, ik weer zou kunnen staan en lopen en de vermoeidheid zou me weer verlaten. Voor nu stond ik in mijn kamer, tegen de post van de deur geleund met mijn jas nog aan. Ik stond hier al minuten. Ik zou er nog minuten blijven staan.

Boekrecensie

Kees op oorlogspad

 

Aan de overkant van de straat is niets bijzonders te zien en ik heb hem nog nooit mee naar buiten genomen. Daar is de verrekijker te mooi voor. Dat zijn de eerste twee zinnen  van Kees van Koten in het boek de verrekijker uitgebracht in 2013 door  stichting CPNB. Het is door Kees van Koten geschreven. Het gaat over een verrekijker waarvan Kees van Koten erachter komt dat het misschien wel oorlogsbuit is van zijn vader, die in de oorlog sergeant was. De verrekijker waarmee hij in zijn jeugd altijd mee had gespeeld. Zo meteen zeg ik wat van het boek vind, het thema en de personages.

sparent ��X��

Stadspoorten Nijmegen onbruikbaar geworden

Aan de twee stadspoorten die zijn overgebleven in het oude Waalfront van Nijmegen is af te lezen hoe al eeuwenlang maatregelen genomen zijn tegen hoogwateroverlast. De stadspoorten waren daardoor uit beeld geraakt, tot in de tweede helft 20e eeuw.

De complete make-over van de noordoever van de Waal, de dijkteruglegging bij Lent, doet misschien denken dat alleen aan lage oevers van de rivier gevaar voor hoog water bestaat. De Nijmegenaren, veilig genesteld tegen de hoge uitlopers van de stuwwal van Beek-Ubbergen, zagen door de eeuwen heen  de bewoners aan de overkant, in de Betuwe, worstelen met het water aan de dijken.

Maar ook op de hoge oever bestaat altijd gevaar voor overlast van de rivier.

De Sint Anthonispoort en de poort die afwisselend Besienders-, Lossert-, of Onze Lieve Vrouwepoortje genoemd wordt, laten zien hoe de Waalkade in de loop der eeuwen is opgehoogd. Ze komen niet meer uit op de niveau van de kade maar ongeveer een meter daaronder. De kade is steeds verder verhoogd dus, uit veiligheid.

De Anthonispoort, in deze vorm 16e-eeuws, vormde vanaf de 14e eeuw onderdeel van de ommuring van de stad en werd al in de 17e eeuw dichtgemetseld omdat hij door ophoging van de kade onbruikbaar was geworden. Het Besienderspoortje werd ook onzichtbaar gemaakt toen het onbruikbaar werd, dat was in 1885. Het dient nu als een soort opslagkelder van een restaurant nadat het weer tevoorschijn kwam bij restauratie van het pand waar het onderdoorloopt.

Het huizenfront langs de Waal diende voor de verdediging tegen aanvallen, feitelijk als de stadsmuur met poorten er in. Dat is op de foto nog te zien aan het  tralies voor de ramen van het huis naast de Anthonispoort, wat tot 1874 voor alle woningen verplicht was.  

De kade is recentelijk weer verstevigd. In de doorgangen van de eveneens verstevigde kademuur zitten de sleuven, al dan niet afgedekt met een plaat, om bij hoog water schotten in de schuiven. Zal er nog steeds paardenmest gebruikt worden in de kieren om ze waterdicht te maken?

Sint Anthonispoort

Besienderspoort, achter de kratten

Hoog water op de kade in Nijmegen, 2011, doorgangen geschut,

Kyoto is mooi in elk seizoen. De Geisha entertainen al honderden jaren hun klanten entertainen in de theehuizen van Gion. De mytische sfeer van de wereld van de Geisha is zelfs overdag te proeven. Een herfstwandeling door Gion leverde een paar mooie foto’s op.

Een kijk op het riviertje Shirakawa van een van de bruggen.

Shirakawa-minami Doori, een van de mooiste lanen in Gion met rechts huizen en links een stromend riviertje.

Een van de relatief brede straten van Gion met aan beide kanten een paar theehuizen waar de Geisha wonen en werken.

De Tatsumi Daimyoujin schrijn in Gion, vermoedelijk om enigsinds goed te maken wat er hier ‘s nacht allemaal gebeurd.

Het hek van Tatsumi Daimyoujin aan de overkant van de weg van de schrijn zelf. De inscripties op de spijlen zijn namen van mensen die geld gedoneerd hebben aan de schrijn.

Wandeling door Gion was originally published on Ervaar Japan

Terror-eend overtreft zichzelf

‘Het wijfje van de wilde eend legt 8 á 10 vuilgroene eieren die ze in 4 weken uitbroedt’, aldus de Peterson’s vogelgids die opengeslagen ligt op de eettafel aan boord van woonboot Mirakel. De eend op het balkon heeft niet alleen méér gelegd dan de eerste keer toen ze de woonark gijzelde, ze heeft tijdens de Paasdagen zelfs het record gebroken: 11 eieren broedt ze uit. De Mirakelbewoners volgen de ontwikkelingen inmiddels met vertedering.

“We laten de luipaarden wel af en toe  op het balkon hoor. Om die nu 4 weken binnen te houden, gaat ons te ver. Maar we waarschuwen mevrouw Duck van te voren. Dan vliegt ze weg”  Permanent laat de wilde eend zich echter niet afschrikken. Hardnekkig blijft ze naar haar broedsel terugkeren om zich van haar taak te kwijten.

De woonboters betrapten zichzelf op een lichte zorgelijkheid, omdat zich recentelijk een koppel haviken heeft genesteld in het wilgenbosje aan de overkant. “Hopelijk eten ze geen jonge eendjes. Die komen over 4 weken uit. het is al erg genoeg dat die straks worden belaagd door vossen, ratten of snoeken” verzuchten de dames haast in tranen. “Maar ja, de natuur gaat nu eenmaal haar gang.”

10

Vandaag waren we op tijd weer op (komt nog door het tijdverschil) - al om kwart over acht zaten we bij Penelope, volgens de reisgids een ontbijtsensatie in Murray Hill, de wijk waar we dicht in de buurt verblijven. De croissant met ei, chorizo en pesto was inderdaad lekker en het was gezellig druk.

Vervolgens hebben we een enorm stuk (ruim 10 km) gelopen en veel van NY gezien, zoals Chinatown, Little Italy, het stadhuis en de Brooklyn bridge. Aan de overkant, in Brooklyn, heb je een park aan het water met prachtig uitzicht op de skyline van Manhattan. Lekker een broodje gegeten. Daarna met de ferry weer naar de overkant en Wall Street in gelopen. Het is zondag, dus niet zo druk, maar er viel toch genoeg te zien.

Het is daar niet ver naar het 9/11 memorial, een fraai aangelegd park tussen alle grote (nieuwe) wolkenkrabbers zoals de freedom tower (op de foto). Het park wordt gevormd door twee grote waterbassins die precies op de plek staan van de voormalige North en South towers van het WTC. Indrukwekkend gezicht en ook weer - zoals alles in NY - enorm van omvang. De herinnering aan de ramp, alweer 14 jaar geleden, werd weer erg levend.

Daarna zijn we gebruik gaan maken van het handige fietssysteem: voor 10 dollar kun je een dag lang ritjes maken van 30 minuten. Op veel plekken in de stad kun je de fietsen ophalen en terugbrengen. Fietsen in de stad is erg leuk! Op sommige wegen zijn er speciale fietspaden die het fietsen nog wat prettiger maken. Pas als je fietst merk je overigens dat NY bijna helemaal eenrichtingsverkeer is, waardoor je soms toch stukjes moet lopen of om moet fietsen. En van rotondes hebben ze nog nooit gehoord - alhoewel je dan als fietser of automobilist helemaal duizelig zou worden. Elke 150 meter is er wel een kruispunt.

We hebben gefietst naar het meest zuidelijke puntje in Manhattan, waar “Nieuw Amsterdam” te vinden is. Hier heeft Patrick enkele gebouwen met Nederlandse invloeden gefotografeerd.

Daarna zijn we weer naar het noorden gaan fietsen, om weer uit te komen bij het Madison Square park. We waren daar in de ochtend ook al, maar nu was alles flink tot leven gekomen en erg gezellig. Aan het park grenst een flinke legostore die natuurlijk met een bezoekje (en wat aankopen) vereerd werd. Daarnaast zit een italiaans restaurantje. Althans, dat dachten we, want achter het pijpenlaatje zit ‘Eataly’, een adembenemend Italiaans eetwalhalla waar werkelijk alles wat de Italiaanse keuken zo lekker maakt gekocht en gegeten kan worden. De winkel is zo groot dat we tien minuten bezig waren om de pizza-afdeling te vinden. Er was ook heerlijk Italiaans ijs en echt lekkere Italiaanse espresso. De culinaire keuken in Amerika is zo gek nog niet, maar de portemonnee moet wel flink getrokken worden (al moet dat eigenlijk overal wel…)

Daarna via de First Avenue (avenues zijn verticaal in Manhattan, streets horizontaal) teruggefietst naar ons hotel in de 39th street. Wat een dag!

Wolkenstof

Charlene Winne

Toen Anneli ‘s morgens nog een laatste cadeau voor Ewa maakte, kleefden er restjes wolkenstof aan het raam. Anneli schoof het gordijn helemaal opzij en deed het venster open. Ze kende het landschap uit haar hoofd, maar die morgen keek Anneli aandachtig naar buiten. De lucht leek minder te wegen dan anders. In de tuin  belemmerden berken het uitzicht. De wind krabde geduldig de bast af tot de witte stammen overbleven als gewrichten die uit de aarde staken. Achter de berken liep het gras af naar beneden. Van daaruit kon je het water al ruiken. Het zanderige pad stippelde zich uit tot je bij een strand kwam met een steiger die niemand ooit gebruikte – behalve de kinderen die de planken krom trokken tot een boot. Ze cirkelden hun duimen en wijsvingers en hielden ze als verrekijkers voor hun ogen, tot het eiland aan de overkant dicht genoeg was en ze het in de palm van hun hand omhoog konden tillen, net als de berkentakken die de zon rond dat tijdstip de lucht in duwden. 

Ewa stak haar tenen in het water en rilde. Ze trok de tailleband van haar rok wat hoger.
‘Nog niet warm genoeg!’ riep ze. Ze raapte haar schoenen op en slenterde naar de steiger. Op het einde ging ze zitten en ze liet haar voeten bungelen over de rand. Haar ene hand hield ze als een zonneklep boven haar donkere wenkbrauwen.
‘Als de zon in je ogen zit, zie je de kleuren veel intenser,’ zei ze.

Keep reading