kunstlinie

Corridor inside the Kunstlinie theatre in Almere by Japanese architects SANAA. Photo by NOMAA|marco jongmans. For more inspiring inmages check out the NOMAA reference library on pinterest: www.pinterest.com/enso.

Waarom géén subsidie naar de Kunstlinie

S. Parker - 6 maanden geleden (2011-01-20 01:17)

Het stopzetten van gemeentelijke subsidie aan de Kunstlinie is volledig terecht.

A/
Het is niet de taak van de gemeente cursussen te financieren die door de markt reeds worden aangeboden. In de Wet staat zelfs expliciet: “Overheden mogen geen activiteiten ontplooien waarin de markt reeds voorziet”. Wanneer een overheidsinstelling toch een dergelijke activiteit financieel ondersteunt, is er sprake van oneerlijke concurrentie.

B/
Er is voldoende aanbod van kunstcursussen buiten de Kunstlinie om. Zelfs meer dan de Kunstlinie aanbiedt. Het beeld dat de heer Heijke hier schetst van onprofessionele werkruimtes, geeft aan dat hij niet weet hoeveel professionele ruimtes er in Almere zijn ingericht speciaal voor (amateur)kunstonderwijs, of moet ik het moeten lezen als een poging denigrerend te doen over de vakmensen die buiten de Kunstlinie werkzaam zijn?

C/
Er vindt voldoende samenwerking plaats tussen verschillende kunstaanbieders in Almere. Daarvoor is geen overkoepelende organisatie nodig. Integendeel, het bestaan van deze organisatie belemmert samenwerking tussen anderen, omdat de gemeente -tot nu toe- alleen subsidie verstrekt wanneer de Kunstlinie de organisatie van een samenwerking op zich neemt. Zo heeft de Kunstlinie wel een heel grote vinger in de Almeerse kunstpap gekregen. De vraag is of deze situatie wenselijk is om tot een grote culturele diversiteit te komen.

D/
Dankzij de subsidie kan de Kunstlinie cursussen aanbieden met tarieven die ver onder de marktprijzen liggen. Zo wordt een verkeerd beeld gegeven van wat een cursus werkelijk kost.
Kunstlinie-docenten kunnen dankzij de subsidie een CAO-KV salaris ontvangen. Maar omdat marktaanbieders met marktconforme prijzen door de consument onterecht worden beoordeeld als ‘te duur’, werken marktaanbieders noodgedwongen voor een inkomen op bijstandsniveau.

E/
Er zijn al heel veel gemeentelijke kunstinstellingen in Nederland die marktprijzen voor hun cursussen vragen. Het is namelijk normaal om voor een dienst een tarief in rekening te brengen dat minimaal kostendekkend is.
Voor wie zich deze tarieven niet kan veroorloven, bestaat er het Jeugdcultuurfonds dat een tegemoetkoming van 450 euro per kind geeft. Zo komt subsidie terecht bij wie het nodig heeft, in plaats van bij iedere cursist die zich inschrijft ongeacht zijn inkomen.

F/
Met een bijdrage uit het Jeugdcultuurfonds heeft de consument de vrijheid om zelf een aanbieder van kunstonderwijs te kiezen, in plaats van afhankelijk te zijn van het aanbod van de Kunstlinie. Dit betekent dat de Kunstlinie zich vanaf nu op kwaliteit zal moeten gaan onderscheiden om cursisten binnen te halen, in plaats van erop te vertrouwen dat de lage prijzen voldoende cursisten zullen aantrekken.

G/
Zeker in deze financieel zware tijden hoort gemeentelijk geld te gaan naar mensen die het nodig hebben, niet naar een organisatie die weigert zijn eigen broek op te houden door kostendekkende prijzen te vragen, of om hun overheadkosten in stand te houden.

Als de Kunstlinie haar zaakjes goed voor elkaar heeft, kwaliteit biedt, efficiënt werkt en weet met geld om te gaan, zal het geen enkel probleem zijn over te stappen naar een subsidieloos tijdperk.
Het lijkt me dat ze zich er juist op verheugd om verlost te zijn van de regels die de gemeente altijd verbonden heeft aan het verstrekken van de subsidie.

Simon Parker