Bodyslam

Het scheelde weinig of ik had het meisje van een jaar of dertien gebodyslammed. Ik zag mezelf in een bomvolle tram een aanloop nemen, in de hengsels klimmen, een kleine backflip maken vanwege het show-element, om me vervolgens met mijn hele lichaam vol op haar gewatteerd glimmende jack te storten. Bodyslam, tot drie tellen en de tram uit.

Ze had alles bij zich in een tas. Oplaadkabels van haar beiden mobieltjes, genoeg foundation om drie volwassen Afro-Amerikanen te veranderen in Aziaten, een voorraad kauwgom waarmee ze het stukje in haar mond vaker verving dan dat ze van ondergoed wisselt. Iedereen moest ook alles zien en horen, ze was een wandelende etalage. Ze schreeuwde, lachte veel te hard om niets en belde met ene Delano om hem te vertellen wat ze allemaal met hem zou doen als hij bij haar thuis langs zou komen. Ik keek net iets te lang naar haar. Omdat ik iets van haar wilde vinden, omdat ik er persé een mening over moest hebben.

"Kijk hem kijken, check hem. Wat? Kijk hem dan." Inmiddels werd ik door haar en haar vriendinnen uitvoeriger bekeken dan andersom. Het geheel veranderde in een staar-wedstrijdje, waarvan ik op voorhand al wist dat ik hem zou verliezen. "Wat dan? Wat?" Hoewel ik ergens wel wist dat ze niet écht geïnteresseerd was in wat er in me omging, maar dat de grammaticaal niet helemaal volledige vraag puur provocerend bedoeld was, klapte ik open. Heel kort maakte mijn hoofd een afweging tussen de bodyslam en totale overgave. Ik zag hoe de witte vlag die ik tevoorschijn haalde haar zorgvuldig opgebouwde masker meteen doormidden kliefde.

"Ik ben moe. Sorry," flapte ik er uit, "ik ben gewoon moe. Niet fysiek moe, maar geestelijk. Uitgeput eigenlijk. Ik slaap genoeg, ik pak op gezette tijden mijn rust. Af en toe betrap ik me er zelfs op dat ik langer playstation dan ik op voorhand met mezelf had afgesproken, maar ik ben kapot. Ik trek het niet meer dat ik aan alle kanten mee moet doen in discussies. Ik zie vrienden zich in vreemde bochten wringen om het beeld wat anderen van hen hebben te vervolmaken. Nieuws komt harder binnen naarmate de filter voor mijn eigen misère overuren draait. Ik identificeer me met problemen in rampgebieden, terwijl mijn eigen situatie daar in de verste verte niet bij in de buurt komt. Al die emotie die ik voel, omdat ik die nu ik ouder ben kán voelen, of die ik door kranten en journaals en social media door m’n strot geduwd krijg… Ik ben gewoon op."

Ze rolde met haar ogen, keek haar vriendinnen aan en zei: “Die dude heeft issues, ik zweer het.”  Ze floot tussen haar tanden; het teken dat het gesprek klaar is, dat ze zich boven me plaatste en dat ik mijn iPod-oortjes weer in moest doen. Maar ik was nog niet klaar, ik liep leeg in tram 17.

"Ik vind het gewoon moeilijk. Volgende week word ik 29. Mijn generatie moet dit land straks draaiende gaan houden, maar de verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken, daar zijn we nog lang niet aan toe. De koeien in Farmville krijgen meer aandacht dan de mensen om ons heen. De achtergronddossiers van de krant sla ik structureel over. Ik blader naar de sudoku, lees m’n horoscoop en hoop dat iemand anders de kruiwagen problemen oppikt. Ik kan geen kant kiezen, ik weet overal te weinig van. Iedereen is overtuigd van zijn eigen gelijk en erger nog, iedereen heeft een platform om zijn overtuiging te uiten. De nietszeggers hebben een even luide stem als de mensen die inhoudelijk iets willen toevoegen. We moeten iets vinden, we moeten iets voelen. Schoonheid zit tegenwoordig diep weggestopt onder een dikke laag nep."

"Hoe komt hij praten over schoonheid met zo’n hoofd?" De rest van de meisjes moest lachen. Ik liet de sliding op kniehoogte voor wat het was, ik voelde wel dat ik dit niet ging winnen. Viel er wel iets te winnen? Waar ik, voor het eerst sinds tijden, al mijn kaarten op tafel gooide, snaaide zij de pokerfiches zo onder mijn neus vandaan. Ik gaf het op, zij zouden nooit iets doen met hetgeen waar ik op dat moment Tram 17 mee vulde. Misschien was dat het wel. De onmacht en dat onbegrip wat ik voel als ik naar de wereld kijk, volgens mij voelt iedereen dat in meer of mindere mate wel. Alleen in hoeverre je open staat bepaalt of je er een tramrit mee kunt vullen. Ik besloot nog één poging te wagen.

"Het maakt niet uit. Jullie stappen straks uit, misschien een halte eerder dan ik, misschien een halte later, en binnen tien meter van die halte ben je me al vergeten. Ik vind geen blijvende plek in jullie hoofd, jullie hebben nu een mening over mij, maar die ebt weg zodra je op het stopknopje drukt. Dat is prima, maar tegelijkertijd is deze ontmoeting ook weer iets waar ik vandaag iets van moet vinden."

Ze keek voor het eerst sinds ze instapte niet over een van mijn schouders, maar vol in mijn ogen. “Jonge, vindt gewoon niks.” Ik drukte met de afstandsbediening aan mijn iPod-oortjes de muziek die op de achtergrond speelde op pauze en keek haar vragend aan.
"Vindt gewoon niks, weet je. Wat kan jij aan ons doen? Wij zitten hier, wij kijken, jij kijkt, niks aan de hand. Je kent ons niet, waarom zou je iets vinden? Als je zo moe bent van het vinden, vindt dan gewoon niks van dit."

Vijf minuten geleden stond ik op het punt haar een bodyslam te geven vanwege haar irritante getetter en nu gaf ze mij een klap in mijn gezicht. Gewoon niks vinden. Zo simpel is het dus. Af en toe de schouders ophalen en doorlopen. Pick your battles, zoals de Engelsen zeggen. Winnen wat er echt toe doet, of er strijdend voor ten onder gaan. Maar niet meer altijd overal bovenop willen zitten. Dat hoeft niet, maar belangrijker nog, dat kan niet. En terwijl ik op het stopknopje drukte en me klaarmaakte om de tram uit te stappen, wist ik dat ik iets van deze meisjes zou blijven vinden. Maar echt veel vermoeider werd ik er niet van.

Text
Photo
Quote
Link
Chat
Audio
Video