focus-knack

Translation of the Focus Knack article

Original

My partner in crime @Yassammez was very sweet to share this with me/us. Official contributor to my blog now ;)

Interesting bit: ‘I’m currently trying to set up a new theatre project in London, together with a couple of young, promising actors.’

Parade’s End: 'Portray a slothful side character? With pleasure’ Benedict Cumberbatch has almost outgrown the small screen, but to a television series written by Tom Stoppard and partially shot in Belgium, the dandy Brit, won’t say no. Proof of this, the mini series “Parade’s End”, will be seen as of next week on “Eén”. 'I’ll remain with both feet firmly planted on planet earth.’

Keep reading

It’s like there’s no stopping the good news today: my interview with Ezra Miller just got published on the website of one of the biggest Belgian magazines. For all of you who understand Dutch, you can read it HERE.

It’s the same magazine that also published my interview with Benedict Cumberbatch and it’ll look extremely good on my resume, so I’m super excited :) Wheeeee!

@PBGRONDA - FOCUS KNACK 22 april 2015

Ik wil niet met andere schrijvers in een busje kruipen om vervelend geroddel te horen over wie precies hoeveel te veel zuipt en welk boek Lanoye vorige week het beste van het jaar vond om dan op een stoffig podium te gaan staan zweten in een slecht pak van bij Zara.

Wat ik wil, is tussen de hoofdstukken door gewoon aan een meer liggen en prosecco drinken. Dat mag ook chardonnay zijn, zolang het weer en het gezelschap maar meedoen.

Kortom, ik heb niet veel nodig. Buiten dus net genoeg geld om die fles prosecco of chardonnay te betalen. Dat geld komt in mijn geval uit auteursrechten die ik verdien uit boeken en columns. Een goed systeem, eigenlijk. Je mailt nu en dan wat tekst door en in ruil sturen ze geld. Echt heel praktisch.

Zoals alle mensen ter wereld, zat ik vroeger gewoon in een bandje. Ik moest daar toen niet van leven, maar ik heb er wel geleerd hoe moeilijk het is om iets op te bouwen waar niet alleen je moeder en je twee beste maten naar komen kijken, laat staan om mensen zo zot te krijgen dat ze ook nog eens een cd, een T-shirt of een petje kopen.

Misschien daarom heb ik het altijd normaal gevonden om te betalen voor andere mensen hun auteursrechten. In de beginjaren van Napster en vergelijkbare diensten, heb ik natuurlijk wel even meegedaan. Intussen kocht ik de cd’s van de bands die ik goed vond. Een paar jaar later, toen ik werk en een MasterCard had, importeerde ik al mijn cd’s in iTunes en ik maakte een account aan in de winkel. Intussen heb ik Spotify, waar muzikanten duidelijk nog moeten vechten voor een betere deal, maar dat conceptueel wel goed zit.

Een heel ander verhaal zijn films en reeksen. Dat zijn natuurlijk producten die veel duurder zijn om te maken dan een single of een cd. De verkoop ervan is ook iets ingewikkelder.

Maar het kan toch niet dat we 15 jaar na Napster weer naar illegale modellen worden geduwd omdat de markt niet meewil. Je kan netflixen, maar dan mis je HBO, je kan die vier slechte films huren in de iTunes Store of via je tv-aanbieder een film binnenhalen. Veel platformen worden ook gebruikt om het verlies van geflopte titels alsnog in te perken. Natuurlijk word je dan uit de markt geknald door een stel nerds van over heel de wereld die het wel even zullen regelen terwijl ze lauwe pizza eten.

Muzikanten kunnen desnoods binnen hun natuurlijke bezigheden nog de nadruk leggen op optredens. Bij reeksen en films is dat moeilijker, dus die producenten zijn nog veel meer genoodzaakt om een nieuw, winstgevend platform te bedenken waar alles samenvloeit.

Intussen blijkt de papieren roman stand te houden en zelfs terrein te winnen. E-books toch nog niet de nieuwe standaard? Ik hoop het, want 1. we hebben al schermen genoeg en 2. op de dag dat e-books gratis te downloaden zijn, moet ik in de lokale Delhaize gaan solliciteren wegens dus geen zin om in dat busje te kruipen. Kan ik na mijn werk wel weer rechtstreeks naar dat meer met mijn fles prosecco. Al mag Chardonnay ook.

[Articolo] Benedict su Focus Knack - Traduzione

Eccoci di nuovo alla traduzione di una traduzione. Questa volta si tratta dell’articolo comparso sul magazine belga Focus Knack. Versione inglese fornita gentilmente da londonphile e Yassammez.

Parade’s End - ‘Interpretare un personaggio secondario? Con piacere’

Benedict Cumberbatch ha quasi abbandonato il piccolo schermo ma ad una produzione scritta da Tom Stoppart e girata parzialmente in Belgio non ha saputo dire di no. Prova ne sia che la mini serie Parade’s End, verrà trasmessa la prossima settimana da Eén in Belgio. ‘Rimarrò sempre con i piedi per terra’dice. Mentre state leggendo questo articolo – Benedict Cumberbatch (che probabilmente conoscete per Sherlock e per War Horse di Spielberg) starà probabilmente girando il suo ultimo film nelle vostre vicinanze. Si tratta di The Fifth Estate, parzialmente finanziato dal Belgio e quindi in gran parte girato qui, nel film Benedict Cumberbatch porta la parrucca bionda come Julian Assange, il controverso fondatore di Wikileaks. Per il 36enne londinese – che vedremo quest’estate in Star Trek Into Darkness – non è la prima volta nel nostro paese. Due anni fa, Cumberbatch ha filmato qui svariate scene di Parade’s End, una miniserie basata sulla trilogia di Ford Madox Ford, prodotta da BBC, HBO e VRT. Le cinque puntate, per le quali il gigante del teatro Tom Stoppard ha scritto la sceneggiatura con l’aiuto di Dirk Brossé, è ambientata all’inizio del secolo scorso e narra la storia del triangolo amoroso di un aristocratico britannico Christopher Tietjens (Cumberbatch), la sua rancorosa moglie Sylvia (Rebecca Hall) e la giovane suffragetta Valentine (Adelaide Clemens). Per Sir Tom Stoppard, Parade’s End è stato il primo lavoro televisivo in oltre 30 anni e, secondo la produttrice Susanna White, è stato fondamentale che Cumberbatch ricoprisse il ruolo di Tietjens, un uomo tutto d’un pezzo che non si arrende anche grazie alla sua giovane innamorata. ‘Tom mi aveva in mente per la parte molto prima di Sherlock. E’ stato lui a presentarmi alla BBC e alla HBO, che devono aver pensato: “Benedict, chi?” Mi aveva visto a teatro e l’ho incontrato per la prima volta sul set di War Horse. Posso solo ringraziarlo per la sua fiducia nei miei confronti perché è uno dei più grandi scrittori che abbiamo.’ Cumberbatch non ha avuto molto tempo per prepararsi per la parte (forse la più bella mai interpretata). Prima di Parade’s End e subito dopo ha dovuto dedicarsi a Sherlock per la seconda serie che l’ha fatto diventare, in brevissimo tempo, un nuovo sex symbol. “Fortunatamente, avevo appena finito War Horse che è ambientato nello stesso periodo. Quindi avevo fatto i compiti ed essendo inglese, sono stato cresciuto con aneddoti sulla Grande Guerra e le trincee. Ma girare in Belgio, dove sono avvenute le vere tragedie, ha ulteriormente incrementato il mio rispetto e la mia consapevolezza. Prendiamo il “novellino” con le pinze perché Cumberbatch è diventato famosissimo da quando ha interpretato Sherlock Holmes nel 2010, ha 36 anni ma ha già molta esperienza alle spalle. ‘So che alcune delle mie fans si fanno chiamare “Cumberbitches”.  Magari sarebbe anche stato gratificante a 21 anni ma adesso mi fa solo sorridere. Sono anche l’unico che sa davvero com’è la mia faccia davanti allo specchio al mattino e - no, signore - non è sempre sexy. Non sono affatto vanitoso e mi vedo ancora come un caratterista piuttosto che un protagonista. Sono contento di interpretare un personaggio minore in un filmetto oscuro, a patto che la sceneggiatura sia interessante.’ La domanda sorge spontanea, ripensando all’enorme successo ottenuto sul palco con Danny Boyle e Frankenstein: sarà ancora possibile? ‘Certamente’, assicura Cumberbatch. ‘Sto provando a mettere in piedi un nuovo progetto teatrale londinese con due giovani attori molto promettenti. E’ vero che Sherlock mi ha esposto perché è una figura iconica ma né Spielberg, né Boyle né Stoppard avevano visto la serie. Devo ancora lavorare sodo per ottenere buone parti e spero che le cose rimangano così, perché è il solo modo di crescere come attore. Status e fama significano poco per me, benché il successo sia stato un sollievo per i miei genitori (gli attori Timothy Carlton e Wanda Ventham). Pensavano diventassi un avvocato, perché sarebbe stato un lavoro di alto livello e sicurezza. Quindi che tutti quei milioni di Trekkies si facciano avanti – io rimarrò sempre coi piedi per terra.’  

Traduzione a cura di Cumberlordfb per Cumberbatched Italy. Non riportare altrove, nemmeno parzialmente, senza citarci come font. Grazie!

Original Post

@PBGRONDA - FOCUS KNACK 15 april 2015

Alle plezante dingen zijn nog plezanter in de lente en de minder plezante dingen kan je gewoon hard proberen weg te drinken. Ik bedoel: er zijn helemaal geen minder plezante dingen, kinderen! Doe aan sport! Trouw met je buurmeisje!

Het beste aan de lente is het eenvoudige feit dat we weer naar buiten trekken en daardoor met oorspronkelijke en natuurlijke dingen worden geconfronteerd. Zon op onze huid, huid op onze huid en zon tegen ons glas.

De lente is I Want To Hold Your Hand van The Beatles. Het is erin toegestaan om zonder die verdomde ironie naar The Everly Brothers, The Beach Boys of The Monkees te luisteren en, fak it, als je dat wil gewoon mee te zingen.

Maar genoeg gezwets over de lente, want nu de HBO-succesreeks Mad Men er zo wat opzit, kunnen we eindelijk haarfijn proberen te analyseren waarom we dat precies zo goed vonden en welke aspecten van de reeks nu precies zo bijzonder waren.

Maar laten we dat alvast zeker niet doen. Vergeet analyseren, daar bestaan bloggers voor, alsook heel de mantelzorg voor ex-spelers die wij om te lachen “voetbalanalyse” noemen. Om nog te zwijgen over de rest van de media die, zo bleek nog maar eens een dag of tien geleden, vooral zichzelf graag grondig analyseren. Waarover ik verder niets wil zeggen, want straks gaan ze analisten bellen om de analyse van de analyse te maken. In Kenia schieten gekken 150 studenten neer, maar o ho, zolang we maar geen verkeerd camerastandpunt hebben gebruikt om die fiets van Stevaert zaliger in beeld te brengen.

We moeten echt heel dringend over onszelf heen geraken, hier.

Ja, daar kan je mee lachen, maar intussen is het toch maar gewoon waar.

Feit– terugkerend naar Mad Men - is alleszins dat de jaren vijftig en zestig, waarin de reeks zich voor een goed deel afspeelde, tot de verbeelding spreken.

Tot het punt dat veel van de sindsdien verworven vrijheden soms als jammer worden beschouwd door jonge mensen als jullie en in minder jonge mate ook, zoals Tom Boonen zou zeggen, mijn eigeste zelf.

Dan heb ik het niet over de afnemende seksuele ongelijkheid of het teruggelopen gebruik van pommade. Maar auto’s waren nog geen stukken kunststof die ontworpen werden door een iemand met een mes en een blok klei in een windtunnel. Aan een radio kon je draaien. Eigenlijk kon je aan haast alles draaien.

Mannen moesten nog pakken dragen en vrouwen, zo wordt altijd gezegd, zagen er “supervrouwelijk” uit. Ik denk dat er bedoeld wordt: er was meer elegantie en de internationale icoontjes voor mannen- en vrouwentoiletten kwamen nog meer overeen met de feitelijke kledingdracht.

Het was allemaal klote en iedereen zat aan de drank maar het zag er godverdomme tenminste netjes uit. En kijk nu. We vinden ons heel wat, met gekochte cool en ersatz-hersenen in onze binnenzak, maar kom eens buiten in de lente. De verloren schermstaarders, de 24/7-nieuwsconsumenten en de pornoverslaafde buurjongens. Iedereen kan alles, behalve gewoon in de lente naar de blauwe hemel staren, aan de knop draaien en een liedje opzetten voor haar.

@PBGRONDA - FOCUS KNACK 8 april 2015

Ergens in de jaren tachtig ging een jonge rocker naar de videotheek en in 1989 verscheen Doolittle van Pixies. Dat begon met het nummer Debaser:

Got me a  movie / Slicing op eyeballs / Girlie so groovy / Don’t know about you / But I am un chien Andalusia

Black Francis vertelde eigenlijk gewoon dat hij Un Chien Andalou van Luis Buñuel en Salvador Dalí had gehuurd en dat echt een prachtige film vond. Na het kijken besloot hij dat hij ook een anarchistisch zwijn wilde worden.

De film in kwestie – eigenlijk een kortfilm van een kwartier – geldt als basiswerk van de surrealistische cinema. De film baseerde zich op nachtelijke associaties van de makers en het resultaat was een non-lineaire, wilde aanval op de strakke bourgeosie van die tijd. Die tijd, zijnde de jaren ’20 van de twintigste eeuw. Bijna 100 jaar later staat het filmpje gelukkig gewoon op YouTube.

Wat Black Francis toen deed was cool, het was niet evident en het verhulde nauwelijks het DNA van de band en de onderliggende emoties. Natuurlijk blijft het bij provocatie. Bands kopen gitaren, geen geweren.

Valt het je ook op hoe ouderwets het woord “provocatie” klinkt? Een beetje zoals paardensmid, sit-in en lavalamp.

Het meest provocerende wat mensen vandaag doen is uit hun comfortzone stappen. Vraag er niet naar in je omgeving of pik geen krant op, want dit is wat iedereen vandaag doet. Over hun comfortzone nadenken en er dan al dan niet uitstappen.

Dat zou best interessant kunnen zijn, als ik nog maar het minste idee had van wat dat nu betekende.

Voorzover ik kan afleiden is het niet meer dan iets doen dat niet van je gewoonte is of wat je normaal gezien nooit zou doen omdat je er schrik van hebt.

Wat het zeker is, is egocentrisch. De confrontatie wordt volledig bij zichzelf gezocht. Het kan wel heel oncomfortabel zijn voor iemand met claustrofobie om toch in een grot te liggen rondkruipen, met zo’n helm met een lamp op en een gids die Ingrid heet; de wereld of de maatschappij gaat er echt zero invloed van ondervinden.

Maar een van de grote tegenstellingen van onze tijd wordt er weer maar eens duidelijk door: hoe meer we in contact geraken met grote delen van de wereld, zij het virtueel, hoe meer onze beleving zich terugvouwt op onze eigen comfortzone en eventueel de drie passen die we daarbuiten zetten door eens extra pikant te gaan eten, een stad verder te gaan wonen of een cursus duiken te beginnen.

De bourgeoisie waar Buñuel en Dalí tegen schopten, is helemaal terug als standaard, ook bij jeugd. Assimilatie en realisme heersen. De zeden wordt strakker en ideeën over gelijkheid en nationaliteit blijven maar vastlopen op erg klassieke tegenstellingen. Om radicaal anders en vrijgevochten van voorgedrukte letters te werk te gaan, mankeert intussen de nodige geestdrift.

De mooiste zin in dat nummer van de Pixies is dan ook “I want you to know”. Iemand wilde iets doorgeven dat hij gezien had en dat hem had geïnspireerd. Ook dat lijkt intussen al ouderwets. In de comfortzone liever rust en stilte, graag.

Sekspop sprookje opent Offscreen

Vanaf nu brengt ondergetekende drie weken lang verslag uit van het filmfestival Offscreen in Brussel op de website van Focus Knack. Jaarlijks maakt het festival in maart plaats voor onalledaagse en ongewone cinema. De programmatie wordt naar goede gewoonte gelinkt aan enkele thematische modules. Dit jaar ligt de focus op de Spaghettiwestern.
Daarnaast hebben ze ook oog voor een selectie veelbelovende (avant)premières. De derde editie van het festival zette gisteren zijn avontuurlijk aanbod in met de première van “Air Doll”, een bescheiden Japans stadssprookje van topregisseur Hirokazu Kore-Eda. In de hoofdrol: een sekspop met hart en ziel. 
Klik hier door naar mijn recensie van ‘Air Doll’ op de website van Focus Knack.

Bekijk de trailer (mét Engelse ondertitels):

Waarom Better Call Saul beter is dan Breaking Bad (FOCUS Knack)

Sommige woorden hebben geen al te beste bijklank in de tv- en filmwereld. Denk maar aan ‘… Two’, ‘… Again’ of ‘Loft’. Spin-off is ook een van die woorden. Je denkt meteen: onnodig rekken, cashen, fans teleurstellen, Private Practice. Een spin-off van een geprezen moderne classic als Breaking Bad leek dan ook een even goed idee als de Apple Newton – ‘Hoezo, de Apple Newton?’ Wel, inderdaad. Maar dat liep wel even anders bij Better Call Saul. Paul Baeten Gronda belijdt zijn prille liefde voor een spin-off.


Het leven kun je niet pitchen.

Nee, je kunt het wel, maar het is niet echt een pitch waar veel tv-bazen meteen een cheque voor zouden tekenen: je wordt geboren en gaat dood en daartussen probeer je wat.

Arnon Grunberg zei in een van de interviews ter promotie van zijn roman Het bestand dat het een van de taken van de literatuur is om de grenzen van de normaliteit af te tasten. Nog zoiets dat niet echt scoort in een pitch: ‘Wat we willen doen, is eigenlijk zowat de grenzen van de normaliteit aftasten… in New York!’

Toch was dat een van de sterke punten van Breaking Bad, de reeks waaruit Better Call Saul dus ontstond. Daarin werden nog eens grenzen afgetast! De grens van maximale antipathieke eigenschappen in een hoofdpersonage, om er maar een te noemen. De grens van het belachelijke in een dramatische context – die pizza op dat dak? De grens van het tenenkrullend ‘veelbetekenende’ – de aflevering waarin Walt een uur lang een vlieg probeert te vangen.

En toch: volgens veel mensen die lijstjes maken en die op internet zetten om eindelijk ook eens een lief te vinden dat ook echt moet eten en zo, was Breaking Bad de beste serie ooit, ter wereld, forever.

Ik denk eerder: Breaking Bad had waarschijnlijk de beste pitch ooit, ter wereld, forever. Een chemieleraar die voor zijn verjaardag een kanker krijgt en voor zijn gezin dan maar zijn enige talent op een ander domein gaat inzetten? Dat is al goed. Maar dan ook nog eens een evil überlord wordt? Ja. Ik wil het zien. Maak het. Nu.

Probeer andere reeksen zo maar eens te pitchen.

The Sopranos? Dikke Italiaanse maffiabaas rijdt wat rond in zijn SUV en gaat naar een psychotherapeute voor zijn angstaanvallen. De gitarist van Bruce Springsteen doet mee, maar in een eerder komische rol.

The Wire? Flikken luisteren met materiaal uit de jaren vijftig een paar homeboys in te grote T-shirts af. Behalve in de latere seizoenen, want dan gebeurt er telkens iets compleet anders met nieuwe personages. Het gaat ook nog over onderwijsproblematiek tegen het einde. Yeah!

Zowel The Sopranos als The Wire vind ik ondanks hun pitchonvriendelijkheid veel sterkere reeksen dan Breaking Bad. Ze gaan namelijk in de eerste plaats over schijnbaar echte mensen, hyperrealistische personages in zekere zin, en pas in de tweede plaats over het Goed Idee dat de maker zoals een iets te felle lamp over de hoofden van de personages heeft gehangen.

Eigenlijk is die Walter White uit Breaking Bad ook maar de uitvoerder van zijn eigen pitch.

Natuurlijk vond ik Breaking Bad, alles welbeschouwd, geen slechte reeks. Het eerste seizoen gaat zo traag vooruit dat het in slow motion lijkt gefilmd, het tweede is eigenlijk ook nog altijd opwarming en dan een stukje seizoen drie in, ja, dan begint het goed te worden. Om dan nog twee geheel uitstekende laatste seizoenen op te leveren. Maar voor het echt goed wordt, heb je dus wel al ongeveer dertig uur tv gekeken. Dertig uur. Dat zijn 15 tot 20 langspeelfilms. Ken je dat nog, van vroeger, de langspeelfilm? Wel, ja. Zo heel veel dus.

Noem me ouderwetse Betsy en zet me op de paardenkar, maar ik vind dat een reeks maar gewoon meteen moet boeien.

Boeien en over zo echt mogelijke mensen gaan, dat zijn zo wat de twee basisvoorwaarden, denk ik. Als die in orde zijn, dan mag het zich voor mijn part ook op een ponyfarm in Amstelveen afspelen, als het moet. (Pharrell, als je dit leest en ik zie dat je binnen een jaar iets doet met een ponyfarm in het dorp net onder Amstelveen, dan weet ik je te vinden, knul.)

Of in een bezemkot achter een voetmassagesalon dat dienstdoet als internationale hoofdzetel en tevens enige zetel van de legal practice van advocaat Jimmy McGill.

McGill (Bob Odenkirk) heeft een crimineel verleden als kleine oplichter. Hij zorgt voor een ooit succesvolle broer die ergens onderweg een vijs heeft verloren en beschikt niet echt over een plan waarvan je zegt: zo, hiermee gaat hij nu vlotjes doorstoten naar de top.

Hij probeert wel, hard, elke dag opnieuw, maar zijn nijd en zijn gladde kop steken hem tegen. En toch blijft zijn falen wat falen in goed drama moet zijn: een uitvergroting van door en door menselijke, kleine eigenschappen die in een groteske context worden geplaatst zodat we er iets uit kunnen leren over onszelf.

Daarom is het ook zo belangrijk dat de personages mensen blijven. En Jimmy McGill, boven alles, is een mens. Jaloers per definitie, nu eens groots en principieel, dan weer glad en opportunistisch. Zorgend bij momenten, maar soms ook hard om vooral toch zelf te overleven.

Better Call Saul mist een groots opgezet plan. Maar precies dat lijkt makers Vince Gilligan en Peter Gould te hebben verplicht om veel dichter bij hun personage te komen. Ze maken van de-man-die-later-Saul-Goodman-zal-worden een sukkelaar, net zoals Walter White een sukkelaar was, maar geven hem een warmer hart.

Ik vind Better Call Saul voorlopig dan ook beter dan Breaking Bad. Daar zijn minstens twee redenen voor.

Ten eerste is de pitch complete rommel, namelijk: het gaat over die rare advocaat uit Breaking Bad, maar dan over toen hij eigenlijk nog Jimmy heette.

Dat is een beetje zoals Joey uit Friends ontstond, maar dan in de serieuze tv-wereld.

En ten tweede omdat het een erg menselijke reeks is. Ze gaat over iemand die echt moet vechten tegen de klootzakken, de patsers en de overal aanwezige tegenslag in zijn leven. Maar meer nog over iemand die moet vechten tegen zichzelf, net zoals wij allemaal. Meer pitchy moet het niet worden.